vrijdag 30 september 2011

De Vogel

Het gebied rond Hulst was in de vroege middeleeuwen een gebied van kreken, geulen en eilandjes. Tussen het Land van Hulst en Hontenisse stroomde de Vogelkreek, nu bekend als De Vogel. De gebieden ten noorden en ten zuiden van de oevers werden Het Moeras genoemd, wat wel iets over de leefomstandigheden voor de eerste bewoners zegt. Begin 17de eeuw werd er in De Vogel op twee plaatsen een dam gelegd, bij Lamswaarde en tussen Hengstdijk en het Vogelfort. Nu is De Vogel één van die ingedamde kreken, die dit gebied rijk is; de ene is verworden tot een slapend natuurgebied, zoals De Vogel, De Braakman of De Othenese Kreek ; de andere wordt gebruikt als drukbevaren vaarweg voor grote zeeschepen die vanaf de Noordzee naar Antwerpen willen varen, zoals De Honte - je zou toch raar staan kijken als er ineens een 300 meter lang containerschip over De Vogel gleed - het had zomaar gekund, als het vroeger anders gelopen was. (Hengstdijk - Oost Zeeuws-Vlaanderen) (mei 2011)
Hans Koertslikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

donderdag 29 september 2011

Arsenaal

De 65-meter hoge uitkijktoren van het Arsenaal in Vlissingen is een opvallend element in de skyline van de stad. De uitkijktoren is het "hoogtepunt' van een bezoekje aan het museum - indoor pretpark Het Arsenaal. Je hebt er een uniek uitzicht op de Westerschelde, de Oude (Koopmans) Haven en de stad. Vanaf het daktorentje van het Muzeeum, het vroegere huis van de redersfamilie Lampsins, heb je een fraai uitzicht op de Oude- of Koopmanshaven, de voormalige Zeepoort en het Arsenaal. Waar nu het grote massieve gebouw van het Arsenaal staat, was in de 16de en 17de eeuw een woonwijk gesitueerd, waar de mensen woonden die leefden van de scheepvaart en de havens. Ook Michiel de Ruyter schijnt hier ergens geboren te zijn. Napoleon maakte korte metten met deze, wellicht ietwat verpauperde wijk en begon aan de bouw van een groot militair hospitaal.


Dat hospitaal is nooit door de Fransen afgebouwd, want voor die tijd was Napoleon's rol uitgespeeld. Het gebouw werd door het leger van het Koninkrijk Holland ( bedenk dat in de 19de eeuw de Schelde een grensrivier werd) afgebouwd als militair hospitaal, waar de soldaten onderdak en genezing vonden. Ruim dertig jaar geleden verloor het gebouw zijn militaire functie en werd het omgebouwd tot museum en amusementshal. De Arsenaaltoren, waar vanaf je een schitterend uitzicht hebt op de stad, is niet het hoogste punt van Zeeland - daar moeten de Vlissingers de Middelburgers in voor laten gaan ..... en dat doet pijn. ( Vlissingen - Walcheren) (september 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

woensdag 28 september 2011

Te Koop

De huizenmarkt zit muurvast ........ hoorde ik onlangs op het landelijke nieuws. Een knap gevonden woordspeling. Ook in Zeeland gaat deze vlieger op, al weet ik nog een leuk plekje dat te koop is.
Deze oude Zuid-Bevelandse boerderij is nu niet meer wat het geweest is. Twintig jaar geleden moet hier nog een bloeiend bedrijf gestaan hebben van een hardwerkende boer met een woonhuis en een grote zwartgeteerde Zuid-Bevelandse boerenschuur. Een 'Oeve dus, zeker geen Spulletje. De schuur, met zijn zwartgeteerde gepotdekselde wanden, is reeds lang verdwenen en van het woonhuis resten alleen de muren. De ramen zijn dichtgespijkerd. De schuur is afgebroken en alleen het varkenshok staat nog overeind. Waar vroeger varkens liepen lopen nu nog schapen rond.
De plek wordt te koop aangeboden; 25.000 m2 grond en de vraagprijs zal zo rond een één met zes nullen liggen, ben ik bang voor. Wie er iets mee wil, kan het zo meenemen, denk ik (Is het een cadeautje?), want het perceel staat al jaren te koop, aangeprezen op een bord met een artists impression van een fraaie Zuid-Bevelandse 'Oeve, uitgekristaliseerd vanachter een bureau. Als je de eurootjes echter hebt neergeteld, dan heb je alleen nog maar een grote lap grond ( over de schapen valt ongetwijfeld te onderhandelen), een varkenshok en een oud huis dat op instorten staat. Dan moet er nog heel wat water door de Schelde stromen voordat je op een fatsoenlijke wijze hier je ogen kunt sluiten. Gek eigenlijk, dat dit plekje nog in de aanbieding is. Hoezo .... muurvast? Snel wezen, anders pik ik het in - ik ben alleen nog op zoek naar een paar miljoen, twee rechterhanden en een pallet schapenbrokken. (Heinkenszand - Zak van Zuid-Beveland) ( september 2011)
Hans Koert
slkikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

dinsdag 27 september 2011

d'n 'Uuzen

Dankzij de welvaart van de afgelopen vijfenzestig jaar is er heel wat veranderd in de woningen van de Zeeuwen. In de Hoeve van der Meulen bij 's Heer Abtskerke is alles bij het oude gebleven en ademt nog de sfeer uit van de eerste helft van de vorige eeuw. D'n 'Uuzen, de woonkamer, is hier bewaard gebleven, zonder veel moderniseringen en dat roept herinneringen op aan de jaren vijftig van de vorige eeuw.
Thuis bij mijn opa en opoe hadden ze twee kamers, waarvan er slechts één gebruikt werd; de mooie kamer - hier zat je alleen op zondag, op hoogtijdagen of als er iemand jarig was. Hier stond ook de eerste televisie, die, naar ik me herinner, bij het één of ander koninklijk huwelijk, ik meen Koning Boudewijn met de Spaanse gravin Fabiola de Mora y Aragon in 1960, werd aangeschaft. Hier stond een tafel met pluchenkleed. En de stoel van opa, de rookstoel, een fauteuil, waarvan je de leuning dankzij inkepingjes in de leuning, kon verstellen, met ernaast een asbak op een zware glimmende voet, die niet omviel als je er tegen aan liep. In de gang waren er tot een meter hoogte oude blauwe antieke tegeltjes ingemetseld. Er was een diepe kelder met een steil trapje, waar het zomers lekker koel was.

In de andere kamer was alles veel eenvoudiger ingericht en lag er een plastic zeiltje op de tafel, waar mijn opa warm kwam eten tussen de middag en als hij op de boerderij bezig was at hij hier of in't kaernkot tijdens het schof ( rond half 10 en rond half vier) z'n stuten op. In de schure stond het vlees te pruttelen op het petroleumstelletje. De boerenmensen in Zeeland aten meestal warm tussen de middag. Wat overbleef ging naar de verkens of op de mispit en als er brood over was ging dat naar de katten. Toen waren katten nog vegetarisch denk ik, al kreeg onze eigen poes, Bontje, thuis ook al Felix kattenbrood (!). De krumels op de tafel werden van het zeiltje geveegd met een scheuteldoek. Met diezelfde scheuteldoek werd ook je mond afgedaan als je geknoeid had.

Ik zie die kamers nog zo voor me. Elk voorjaar en najaar werd het huis grondig schoongemaakt. dat moest ook wel met een kolenkachel - dat gaf immers veel stof. Bij mijn opa en opoe werd ook de inrichting van het hele huis omgegooid. In de zomer werd de kamer aan de noordkant ingericht als "daagse" kamer en in de winter die aan de voorkant, de zuidkant, want dan had je nog wat profijt van de warmte van de binnenkomende zon. Als ik me de kamers herinner, dan weet ik, door de inrichting, dus nog precies of het zomer of winter was. De bedsteden, de besties, waren in de jaren vijftig al verbouwd tot kast. De poepdoos was buiten, gelukkig vlakbij het huis, zodat je niet eerst vijftig meter door de vrieskou moest lopen als je nodig moest. Als de poepdoos geleegd moest worden, ging de inhoud naar de mispit en toen die er niet meer was, begraven onder de beierstruken in de tuin. D'n êmer werd "ontsmet" met een scheut lysol ...... de geur van vroeger ........ ( 's Heer Abtskerke - Zak van Zuid-Beveland) ( augustus 2011)


Meer foto's van Hoeve van der Meulen

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

maandag 26 september 2011

Motte

Zeeland is sinds kort een kasteel rijker en dat gebeurt niet zo vaak; dat haalt natuurlijk het nieuws. Op het terrein van Terra Maris bij Domburg is sinds kort een heus Mottekasteel herrezen.

Een Motte is een middeleeuwse houten toren, waar men zich, ter verdediging van zijn have, in terug kon trekken om de vijand te beschieten. Er zijn in de Scheldedelta geen restanten meer te vinden van dit soort oude kasteeltorens, maar wel nog tientallen zgn. vliedbergen, heuvels in het landschap, die wellicht hiervoor als basis gediend zouden kunnen hebben.

De houten toren bevond zich meestal boven op een verhoging, een bergje of heuvel, zodat men verder kon kijken en de vijand bovendien omhoog zou moeten klimmen. Om de houten toren bevond zich een houten pallisade van zo'n twee tot drie meter hoog, waarachter je je gemakkelijk schuil kon houden. De toren zelf bestond uit verschillende verdiepingen, waar steeds één ruimte was, met vensters zonder glas. Deze konden met luiken gesloten worden.

In Zeeland zijn er geen Mottekastelen meer, alleen vind je her en der nog de zgn. vliedbergen, bergjes zoals ze vaak, met veel understatement, genoemd worden, in het landschap, waarbij soms nog aangetoond kan worden dat er wellicht een kasteel, een Motte op gestaan moet hebben. Een mooi voorbeeld is de Berg van Troje in Borssele. De Motte in Terra Maris werd gebouwd als onderdeel van de zgn. Landschapstuin, om de bezoekers te laten ervaren dat er soms houten torens op de vliedbergen gestaan moeten hebben. Kinderen vinden dat geweldig, want Landschap is dan wellicht reuze interessant met de ogen van de volwassenen, zo'n houten Motte is gewoon keigaaf en prikkelt de fantasie meer dan welk Nintendospel dan ook. ( Domburg - Walcheren) ( september 2011)

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg


zondag 25 september 2011

Beleef het Waterschap

Op zaterdag 24 september 2011 presenteerde het Waterschap Scheldestromen zich op en rond het voormalige veerplein van Hoedekenskerke. Om een grote toestroom van bezoekers te kunnen reguleren, reden er bussen vanuit Goes, maar men kon ook gratis gebruik maken van de toeristische spoorverbinding tussen Goes en Hoedekenskerke. Langs de zeedijk waren parkeerplaatsen ingericht.
Het waterschap Scheldestromen is ontstaan uit een samengaan van de beide waterschappen aan weerszijden van de Westerschelde: Waterschap Zeeuwse Eilanden en Waterschap Zeeuws Vlaanderen. Het was de eerste keer dat ze zich tijdens een open dag onder deze naam presenteerden. Het voormalige veerplein van Hoedekenskerke is daarvoor een uitgelezen plek, niet alleen vanwege haar ligging langs de Westerschelde, maar ook, omdat het vanouds een plek geweest is, waar men eeuwenlang strijd heeft moeten leveren tegen uitschuring door het Scheldewater en overstromingen - hierdoor verdwenen in de middeleeuwen dorpen voorgoed in het water van de Westerschelde; dorpjes als Bakendorp, Vinninge en Oostende en noopten steeds terugkerende dijkvallen tot het aanleggen van extra dijken achter de Scheldedijk, langs de zgn. boeierds. Het doel van deze dag was om de mensen het waterschap te laten beleven ........., want alleen maar kijken, daar boei je mensen niet meer mee. Er was dus van alles op en rond het voormalige veerhaventje te doen en te ervaren en er kon, met een bus, een bezoek gebracht worden aan de waterzuivering in de Willem Annapolder. Het waterschap had haar materieel nog eens extra goed opgepoetst en, voor wie dat wilde, opgesteld om te bekijken. En wat is er leuker om eens een tochtje in een hoogwerker te maken of, als kind, weg te dromen in de cabine van een heuse graafmachine.
Verschillende aspecten van het waterschap werden in tenten toegelicht, zoals het werk van de kantoniers, die de wegen beheren, de sloten uitbaggeren en de bermen maaien; de dijkversterkingen, zoals in die binnenkort rond Hoedekenskerke beginnen; de bestrijding van muskusratten in de polders, die tot doel heeft de snel groeiende populaties beheersbaar te houden, zodat dijken en sloten niet ondermijnd worden door hun gewroet; de regulering van het waterpeil middels stuwen en sluizen en, uiteraard de zuivering en lozing van ons afvalwater. In de veerhaven lag ook een peilboot, die bezocht kon worden
Voor de jeugd was er van alles te doen om het waterschap te beleven, van een speurtocht, een skelterbaan tot een tochtje in een hoogwerker. Een ballonnenclown trok veel aandacht. De omgeving van Hoedekenskerke gaat de komende tijd op de schop, omdat de dijk verbreed en versterkt gaat worden. Hierdoor moest de horecagelegenheid Scheldezicht de deuren sluiten en zal binnenkort afgebroken worden en ook het voormalige wachtlokaal op het veerplein moet geruimd worden. Gelukkig zal het laatst genoemde gebouwtje, één van de laatste herinneringen aan de voormalige veerdienst tussen Terneuzen en Hoedekenskerke verplaatst worden en voor het nageslacht bewaard blijven en uiteraard hoopt iederen dat er op dit unieke plekje langs de Westerschelde weer een horecagelegenheid teruggeplaatst gaat worden.
Het leek wel of het waterschap ook over het weer ging en niet alleen over het beheer van onze directe leefomgeving, over de wegen en sloten en over de dijken, over de zuivering van ons afvalwater. ............. Het zonnetje liet zich de hele dag uitbundig gelden, waardoor er een gezellige drukte was en iedereen genoot van dit unieke plekje langs de Westerschelde.

Meer foto's van Hoedekenskerke en omgeving
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

zaterdag 24 september 2011

Brussels kant

In het voorjaar kan deze plant de bermen langs de secondaire wegen in de Zak van Zuid-Beveland wit kleuren. Fluitenkruid bloeit in de maanden april tot juni. In de zomer maakt de maaimachine van het Waterschap rigoreus een eind aan de uitgebloeide schermen.
De bloem heeft een fraaie bloeiwijze, een zgn. scherm, wat inhoudt dat er tientallen kleine bloempjes samen een groter geheel vormen, een scherm, dat als het ware lijkt op een grote bloem. Elke scherm is weer verder onderverdeeld als een zgn. fractal of frataal, een wiskundig figuur dan oneindig herhaald kan worden. Een samengesteld scherm heet dat. Als kind boeide me dat hevig en kon ik urenlang zulke fractals tekenen, al bestond de bloem uit Brussels kant. De naam Fluitenkruid dankt de plant aan het feit dat je uit de stengel van de plant een fluitje kunt maken door er een stuk af te snijden met onderin een knoop. Halverwege de holle stengel maak je dan een inkeping en je hebt een soort fluitje. Nu nog een trompetnarcis, wat blaassilene, een ratelpopulier en een bos bosviooltjes vinden, dan kunnen we een orkest beginnen ( met de klaprozen als enthousiaste toehoorders) ( 's Heerenhoek - Zak van Zuid-Beveland) (april 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

vrijdag 23 september 2011

Sint-Pauluskerk

Antwerpen kent een keur aan oude gebouwen en kerken. Eén van die kerken is de Sint-Pauluskerk, waarvan het interieur veel indruk maakt, ligt in het centrum van de stad.

De kerk is oorspronkelijk gebouwd als een kapelleke eind 13de eeuw totdat het uitgebouwd werd tot een kloosterkerk van de orde der Dominicanen eind 16de eeuw. Vijfenveertig jaar geleden werd de kerk zwaar beschadigd bij een brand en het heeft meer dan twintig jaar geduurd voordat het dak weer gerestaureerd was en de kerk wind - en waterdicht was. De kerk ziet er dan ook "als nieuw" uit.

Opvallend is de rijke versiering van de kerk en de tientallen 17de eeuwse schilderijen, die als in een goedkope kunstgallerij schouder aan schouder boven de rijk versierde houten lambrizeringen hangen: Rubens, Jordaens,Teniers, Van Balen, Van Dyck ......... alsof je voorleest uit de catalogus van het Rijkmuseum. Toen de kerk in de brand vloog, vijfenveertig jaar geleden, konden de parochianen de schilderijen redden. De kerk is nu weer schitterend in haar oude luister teruggebracht.

De waarde van deze kunstwerken moet fenomenaal zijn, al is die waarde moeilijk, mocht men dat willen, om te zetten in harde valuta. Ook de kunstig gesneden houten altaren en communiebanken, die je opgesteld vindt, moeten een kapitaal vertegenwoordigen en geven de kerk haar rijke barokke uitstraling. Voor de gewone mens in het 17de-eeuwse Antwerpen, dat toen door na de Spaanse overheersing zwaar gekweld was en haar handel en voorspoed deels was kwijtgeraakt aan de noordelijke Nederlanden, moet dit een verpletterende indruk gemaakt hebben.

Ook de gewone moderne Antwerpenaar komt onder de indruk als hij het barokke kerkgebouw door de fraai versierde deuren binnentreedt. Wat opvalt is het licht ...........veel oude kerken, vooral de rijk versierde Vlaamse kerken in Antwerpen, Gent en Brugge, lijken altijd zo vreselijk donker - met donkere nissen en kapellen - Hier is het licht.

Zo af en toe, als we ons onderdompelen in de cultuur van de Vlaamse steden, verwonderen we ons over het culturele erfgoed, dat in zulk soort gebouwen bewaard gebleven is. Een pracht en praal die niet meer van deze tijd lijkt - die gigantische kloof tussen rijk en arm, zoals we dat in de wereld van 2011 nog vinden tussen de groep omhoog gevallen functionarissen van bedrijven, die met hun basissalarissen en bonussen leven in een soort graaicultuur en de uitkeringstrekker.... een kloof, die voor Jan-met-de-pet ( of in Antwerpen Fons-met-de klak) tastbaar gemaakt werd in dit soort kerken, die een verpletterende indruk gemaakt moeten hebben, een soort verbeelding van de hemel - van hoe het paradijs er uit moest zien. Toch is al die pracht en praal relatief - ook de over de rug van de armen rijk geworden magistraten, werden geveld door de pest en als de man met de zeis op je rug tikt, dan zijn al die Rubensen, Jordaens en Teniers onverkoopbaar ........... Trouwens, wie wil zoiets nou boven de bank hebben? ( Antwerpen ) ( oktober 2010)
Buiten de kerk ligt de Cavalerieberg en de Tuin van Jerusalem.


Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

donderdag 22 september 2011

Bramen

Als je de braam één vinger geeft, pakt íe heel je hand ........ Bramen vind je overal in Zeeland terug langs paadjes, braakveldjes en oude spoorwegtaluds, waar hun aanwezigheid geduld wordt. Ze maken met hun doornige takken een ondoordringbaar netwerk, ideale fourageer- en rustplaatsen voor allerlei klein gedierte.

De braamstruik vormt niet alleen een ondoordingbare afscheiding, waardoor het vroeger vaak als een natuurlijke afscheiding gebruikt werd, ook levert het in de zomer heerlijke sappige vruchten op, die, niet alleen veel vogels aantrekken, maar ook ook de toevallige passant voorziet van een vitamine c-shot. In Zeeland vind je twee soorten, die in het wild voorkomen, waaronder de Koebraam. Een zgn. Zeeuwse Heg bestaat uit Meidoorn, Sleedoorn en Veldesdoorn, opgevuld met Hondsroos, Egelantier, Vlier en Koebraam.

Het mooie van bramen vind ik, dat het een plant is, die zijn vruchten eerlijk verdeeld tussen mens en dier. Althans zo ervaar ik dat meestal. Als je 's zomers, al wandelend over Zuid-Bevelands bloemdijken gaat en een braamstruik passeert, dan zijn de vruchten meteen langs de berm voor de passant en voel ik me niet schuldig tegenover de vogels - zij kunnen zich immers tegoed doen aan de voor de snoepende wandelaar onbereikbare vruchten verderop in de braamstruik. Een eerlijke selectiemethode, waardoor ik geen schuldgevoelens heb.

De braamstruiken vormen een bedreiging voor onze flora, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek een aantal jaar geleden. Wie denkt dat dit bureau zich alleen bezighoudt met de ontwikkeling van de koopkracht of de toename van het aantal werklozen, heeft het fout - ze gaan ook over de brandnetels en bramen. Bramen verdringen andere planten en daarmee gaat de kwaliteit van de flora op het platteland achteruit. Het CBS heeft een paar jaar geleden over een periode van zeven jaar de bramenstand in Nederland in kaart gebracht en een toename van 30% geconstateerd. De akkerdistel en de brandnetel rukken wat minder snel op, maar lijken eveneens een bedreiging te vormen ........... Dat wordt wat als er ook bezuinigd moet worden in het onderhoud van wegbermen door de wegbeheerders ....... trouwens, ik meld me direct aan als er binnenkort een betaalde fulltime baan vrijkomt bij het CBS om de komende zeven jaar de Bramenstand in de Zak in de gaten te houden. Ik stel voor, ook een soort ratingsysteem te gaan invoeren, waar de lekkerste bramen te vinden zijn. ( Heinkenszand - Zak van Zuid-Beveland) (augustus 2011)
Meer bramen foto's
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

woensdag 21 september 2011

Kloostergangen

De middeleeuwse abdij van Middelburg is ongetwijfeld één van de oudste gebouwen van de stad. Begin 12de eeuw moet er hier al een klooster gestaan hebben, opgericht door de orde van de heilige Augustinus uit Voormezele; later ging die over naar de toen populaire orde der Norbertijnen, ook wel Witheren genoemd, vanwege hun witte habijt, vanuit de Abdij van St. Michiel uit Antwerpen.
Dit eerste klooster zal een eenvoudig gebouw geweest zijn, maar geleidelijk aan breidde het gebouw, dat de naam Onze Lieve Vrouwe Abdij kreeg, zich uit tot dat wat het nu is - Een groot gebouw met torentjes, met een abdijtoren (Lange Jan), en een groot abdijplein, afgesloten door poorten. De twee (eigenlijk drie) grote kerkgebouwen, die nu tegen de abdij aanleunen, de Koorkerk, de Wandelkerk en de Nieuwe Kerk) zijn voor een deel van na de reformatie. Nu heeft de abdij als zetel van het Provincie Bestuur en als Zeeuws Museum, een andere functie gekregen, maar het hart van het abdijcomplex, de kloostergang met de kloostertuin ademt nog steeds de rust uit van weleer.
De kloostergang en de kloosterhof behoren, met de crypten en Balanspoort, tot de oudste gedeelten van de abdij. Hier mediteerden de monniken in de geweide rust van de abdij. De kloostergang loopt rond de zgn. Kloosterhof, al is het de vraag of er in de middeleeuwen glas (in lood) in de bogen gezeten heeft, zoals nu.


Na de hervorming werden hier de eerste Zeeuwse gouden dukaten geslagen en veranderde de stille kloostertuin in een luidruchtige werkplaats, waar de zware stempel de gouden plakken tot munten sloegen. Er komen zelfs twee smeltovens te staan en de hoge kloostergangen kregen een extra verdieping. In de 19de eeuw, toen Nederland een Koninkrijk geworden was, stalde de Commissaris van de Koningin hier zijn koetsen en, om gemakkelijk de wagens te kunnen keren, werden delen van de kloostergang afgebroken. Pas in de 20ste eeuw worden de kloostergangen opnieuw gerestaureerd zoals het er in de middeleeuwen moet hebben uitgezien - de verwoestingen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog zorgen ervoor dat e.e.a. nog een keer dunnetjes overgedaan moest worden. We moeten zorgvuldig omgaan met dit soort unieke historische gebouwen uit een ver verleden en er voor waken dat op geld- en macht beluste ambtenaren het complex verpatsen aan de één of andere projectontwikkelaar, die er appartementen in willen bouwen, het abdijplein gaan afgraven om er een parkeerkelder van te maken (Putten graven is een Middelburgse specialiteit) of van de kloostergangen een exclusief winkelcentrum van te maken vol Blokkers en Kruidvatten. (Middelburg - Walcheren) ( september 2011)

Meer foto's van het Middelburgse abdijcomplex

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

dinsdag 20 september 2011

Nobelpoort

De Nobelpoort is ongetwijfeld de meest bekende poort van Zierikzee, omdat hij op een plaats ligt waar veel verkeer langs komt, dat verder Schouwen op wil en met zijn ranke torens een opvallende verschijning is.
De Nobelpoort is één van de zes poorten van de stad Zierikzee. De andere zijn de Zuid- en Noordhavenpoort, de Zuidwellepoort, de Westpoort en de Hoofd- of Schutterspoort. De laatste poort kwam tijdens de 80-jarige oorlog in de plaats van de Bagijnepoort. Alleen de Zuid- en Noordhavenpoort en de Nobelpoort horen nu nog tot de skyline van de historische stad Zierikzee.
De Nobelpoort dateert uit de eerste kwart van de 14de eeuw en is de oudste van de drie overgebleven poorten. Volgens de overlevering bouwden twee adelijke dames, Anna en Maria, de poort (nobel betekent van adel) en aangezien één van de twee wat krom liep, hebben de bouwers één van de twee torenspitsen wat krom gebouwd. Een mooi verhaal!
De Nobelpoort heeft nog allerlei elementen, waardoor je je terug waant in de Middeleeuwen. De zware eikenhouten deuren, geschilderd in de kleuren van de stad, zijn nog steeds aanwezig en mocht de vijand die "barriere" nemen, dan was er altijd nog het valhek met ijzeren pinnen dat men naar beneden kon laten vallen. In de poort vind je nog een deurtje dat leidt naar een gevangenisje,waar men ... Landloopers en ander ongeregeld gespuis kon opsluiten. Er was ook een kamer waar het buskruit van de stad en de admiraliteit bewaard werd.
In de Middelburgsche Wachtalmanak van 1811 lezen we dat de Land- en de Zeepoorten van de stad nog steeds elke avond gesloten werden. Dit duurde tot halverwege de 19de eeuw. Als je naar de openingstijden kijkt, dan ontdek je dat de inwoners van Zierikzee vroege vogels waren en bij het ochtendgloren op stap wilden; 's avond gingen ze echter vroeg met de kippen op stok. Je zal maar in die tijd jong geweest zijn en op zaterdagavond naar de disco gewild hebben. Thuis komen is dan geen probleem, maar je moet op zaterdagavond wel erg vroeg weg dan. Gelukkig kon je wel na sluitingstijd, tegen betaling, door het klinket, de poort passeren. En dan maar hopen dat je er nog een beetje fris uitzag en niet als gespuis werd aangemerkt ....... ( Zierikzee - Schouwen-Duiveland) ( januari 2011)
Meer foto's van Zierikzee en omgeving.
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg