maandag 31 oktober 2011

Brilleken

Als je vanaf het Clara's Pad Heinkenszand verlaat, rechtuit de Drieweg overstekend, dan rij je langs de St. Pieterpolder richting de zgn. Grotedijk. Dat je, door de Drieweg over te steken, in feite de oude zandplaat van Heynekijn, die voor de westkust van het oude Zuid-Beveland lag, verlaten hebt, zal velen ontgaan. Deze opwas, die voor het eerst in een oorkonde uit 1351 voorkomt, werd toen vermeld als Heynekijnszand. De bedijking van Heinkenszand zal zo ongeveer rond die tijd hebben plaats gevonden. Hoe het water heette dat tussen Heinkenszand en Zuid-Beveland liep, is onbekend gebleven.



De Sint-Pieterpolder moet het eerst bedijkt geworden zijn, denken de historici, zo rond het jaar 1400, even voordat de Noord- en Zuid Danielspolders ontstonden. Ook langs de oostkust van het eiland Heinkenszand werd een stuk bedijkt, de Platenolder en de geul tussen Heinkenszand werd smaller en ondieper, de geul verzandde zelfs en er werd een dam ingelegd, ongeveer ter hoogte of evenwijdig aan het Clara's Pad. Heinkenszand was sinds die tijd, ca. 1450 geen eiland meer. Spoedig werden de Noord- en de Zuidzakpolder aangelegd.







Wie ter plaatse een beetje bekend is zal de ontstaansgeschiedenis van dit gebied wel zo ongeveer kunnen volgen. Eenmaal op de Grotedijk aangekomen zie je beneden je het Oudland van Zuid-Beveland liggen met het gehucht Baarsdorp vlakbij en de stad Goes aan de horizon. Aan de voet van de Grotedijk vind je twee welen, die beide waarschijnlijk bij een dijkdoorbraak ergens voor 1350 ontstaan moeten zijn. De bewoners uit de streek, behept met veel fantasie noemden die twee welen het Brilleken. Het gebied met de twee welen is mooi vanaf de hoge dijk (Grotedijk) te bekijken en regelmatig zijn hier ganzen, reigers of aalscholvers te zien. Het gebied is onlangs heringericht met bomen (o.a. wilgen en fruitbomen) en hopelijk blijft dit schitterende stukje natuur-historie behouden voor de toekomst. Misschien een leuke plek om te sponsoren door de plaatselijke opticien of desnoods iemand Anders? Een klein bordje met piepkleine letterjes met zoiets als: Dit gebied is gesponsord door ..... moet dan kunnen vind ik (Heinkenszand - Zuid-Beveland ) ( juli 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: slikopdeweg

zondag 30 oktober 2011

Peerebiejen

Als je zo eind oktober langs een muur met klimop loopt, ruik je de zoete weë geur van de onooglijke bloemetjes en hoor je een duizendvoudig gezoem vanuit de plant opklinken. Daar tussen de bladeren lijkt een gigantische eet- en vreetorgie aan de gang te zijn. De laatste wespen, peerebiejen zeggen ze hier in Zeeland, genieten van hun galgenmaal, waar de bloeiende kimop in voorziet. Als hierna de winter invalt is het voor de meeste insecten snel gedaan met de pret. De peerebieje is één van de minst populaire insecten, vooral in de herfst, als hij aan het eind van de zomer ons hinderlijk lijkt te volgen, als we tijdens een Sint-Michielszomertje op een zonnig terras genieten van een heerlijk koel glas limonade.

Er leven in Zeeland tientallen soorten wespen, van de algemeen voorkomende limonadebij tot de graaf-, knots en mierwespen, maar voor de doorsnee Zeeuw zijn het gewoon allemaal peerebiejen. Wespen leven van nectar en stuifmeel. Ze bouwen nesten, zoals ook bijen en mieren, gebouwd van plantenvezels en droog hout, in boom- en muurholtes of in oude nestkastjes. In het nest legt de koningin eitjes. De werksters zijn eind augustus begin september niet meer nodig om de larven te voeden en gaan nu op strooptocht. Omdat het aantal bloemen snel verminderd, krijgen de wespen belangstelling voor onze limonade en dan worden deze kleurrijke dieren ineens brutale rakkers, lastpakken, ongedierte, dat soms bestreden moet worden.


In Zeeland vinden deze werksters-op-strooptocht genoeg van hun gading. In de boomgaarden liggen onder de bomen honderden afgevallen appels, val noemen we dat, die voor veel insecten en andere dieren een welkome voedselbron is. We hangen dus, net als we in de winter voor de vogels doen, een paar appels of peren op, die (bijna) verrot zijn, voor de wespen, in de hoop en verwachting dat ze ons dan verder met rust zullen laten. En mocht je plotseling iets horen vallen, dan is het waarschijnlijk het kwartje, nu je begrijpt waarom een echte Zeeuw het altijd over peerebiejen heeft. ( Heinkenszand - Zuid-Beveland) ( oktober 2011)


Hans Koert


Twitter: #slikopdeweg

zaterdag 29 oktober 2011

Antwerpen - Europese Jongerenhoofdstad

Antwerpen was het afgelopen jaar de Europese Jongerenhoofdstad voor het jaar 2011 en dat was overal in de stad merkbaar dankzij workshops en evenementen. Afgelopen week bezochten we het nieuwe MAS (= Museum aan de Stroom), het grote nieuwe stadsmuseum van Antwerpen, waar verschillende musea hun mooiste voorwerpen tentoonstellen. Het gebouw wil vooral een ontmoetingsplek zijn, wat zich bijvoorbeeld al uit in de vele evenmenten die het jaar rond worden georganiseerd. Bovendien is het gebouw voor het grootste deel vrij toegankelijk en men kan op het dak genieten van een (gratis) uitzicht over Antwerpen en de Schelde. Het museum wil vooral inspelen op een gevarieerd publiek en aangezien Antwerpen dit jaar de Jongerenhoofdstad van Europa was, was er een serie donderdagavonden voor hen georganiseerd, die afgelopen week werd afgesloten met een groots dance-evenement, waarbij deze kleurrijke buttons aan de ingang een rol speelden.. Het thema was MAS(ked) en een zevental jonge Antwerpese DJ's draaiden die avond hun muziek in het MAS-gebouw. Het moest, gezien het thema, een soort gemaskerd bal worden op zijn Venetiaans ( of moet ik zeggen: Op z'n Aentwaerps) en er waren optredens en films van jonge cineasten te zien, die aan de buitenkant op het gebouw geprojecteerd werden. De buttons, met daarop de resultaten van eigenschappen, die bij de jongeren pasten (100% jong) moesten tijdens de avond wat meer duidelijkheid bieden over de gemaskerde Mas(ked) bezoekers. Gezien er geen buttons waren die refereerden aan onze leeftijd, hebben we het schitterende MAS-gebouw op het Eilandje, dat afgelopen zomer past geopend werd, voor de jongeren gelaten en zijn op tijd naar huis gegaan - je moet immers je plek weten. ( Antwerpen - provincie Antwerpen) ( oktober 2011)


Hans Koert


Twitter: slikopdeweg

vrijdag 28 oktober 2011

Een historisch concert?

Hervormd Jeugdcentrum "De Veste" in Goes. (ca. 1965) (foto Goese gemeentearchief)
In Goes op de Keizersdijk, waar nu boekhandel De Koperen Tuin staat, was eind vorige eeuw een verenigingsgebouwtje van de Hervomde kerk van Goes, genaamd De Veste, waar o.a. een jeugdsoos was, waar in 1973 de eerste Zeeuwse Vredesmarkt werd gehouden, de Jeugdvakantieweek een onderdak vond en de Sociëtiet van Alleenstaande Zeeuwen (de SAZ) haar maandelijkse ontmoetingsavonden hield. Ook organiseerde Jeugd en Muziek er film- of muziekavonden.

Affiche van het optreden van het Theo Loevendie Consort op 14 oktober 1971 in De Veste in Goes (foto: Beeldbank Zeeland)
In oktober 1971 werd het Theo Loevendie Consort door Jeugd en Muziek uitgenodigd om te komen spelen, die zeven-man sterk kwam opdraven. Theo Loevendie, geroemd als componist in de geïmproviseerde muziek scene speelde een prima concert, al was over het algemeen (en misschien lag het aan het zaaltje in De Veste), schreef ene A.L., journalist bij de PZC de volgende dag, het slagwerk (lees: Martin van Duinhoven) wat overheersend, waardoor onder andere het spel van de pianist (= lees Leo Cuypers) minder tot zijn recht kwam. Helaas liet de jeugd, waarop de organisatie, volgens haar naam, op mikte, het massaal afweten. Er waren slechts vijf (betalende) bezoekers komen opdagen, waaronder ikzelf.

Loevendie wint in Goes met 7-5 door A.L. ( PZC 15 oktober 1971) (klik op de foto als je hem wilt vergroten) ( bron: Krantenbank Zeeland)
De kop in het artikel in de PZC de volgende dag loog er niet om: Loevendie wint in Goes met 7-5: Misschien doet de kop van dit artikel meer denken aan de uitslag van een voetbalwedstrijd dan aan een muziekverslag, begint de verslaggever zijn artikel. Ter verduidelijking legt hij nog even uit dat hij niet bij de sportredactie hoort: We moeten echter met het laatste rekening houden.
Men zou kunnen spreken over een oefenpartijtje op deze avond
, meldt de PZC verder, niets was (gelukkig) minder waar en Loevendie en de zijnen hebben zich er niet met een Jantje van Leiden afgemaakt.

Theo Loevendie: klarinettist, saxofonist, componist en leider van het Theo Loevendie-consort ( bron: PZC 29 juli 1982)
De muziek, die in die dagen gespeeld werd door musici als Theo Loevendie, Leo Cuypers, Gijs Hendriks en Maarten van Regteren Altena, aanwezig op die avond of bands als het Willem Breuker Kollektief of de ICP ( = de Instant Composers Pool), die regelmatig voor Jeugd en Muziek in de Stadsschouwburg van Middelburg optraden, bereikte meestal slechts een tiental jonge bezoekers ..... de jeugd liep er niet echt warm voor. Net als hun ouders vonden ze dit soort muziek wellicht een bak vol herrie, waar ze weinig mee konden. Zij gingen liever naar de Delta Blues Band, The Cyclones, The Skybolts of the Delta Generation als die in de Prinse, in De Vroone of in Kortgene optraden - bands waar ritme in zat en waarop gedanst kon worden ....... Bovendien, wie ging er in die dagen op een donderdag, ook al was het waarschijnlijk herfstvakantie, uit? De verslaggever komt in ieder geval tot de conclussie dat dit soort concerten in de De Veste beter niet meer georganiseerd kunnen worden als de jeugd er niet op afkomt. Of dit nu echt muziek is waar de jeugd eens echt voor gaat zitten, weten we niet precies; men zou (wat het aantal aanwezigen betreft) neen moeten antwoorden. Voor de werkers achter de schermen van J. en M. wordt het in ieder geval tijd om (wat Goes betreft) ernstig te bedenken of men doorgaat met het geven van dit soort avonden, "hoe spijtig dat misschien voor de aanwezigen moge klinken". Feit is, in ieder geval, dat ik aanwezig was bij dit historisch concert en Theo Loevendie bevestigde me gisteren, waar ik al bang voor was, dat hij mij, noch het concert, herinnerde, maar ik wil toch graag, als onderdeel van het verwerkingsproces, weten wie die andere vier betalende bezoekers waren .... Misschien kunnen we dan een reunie houden?
Goes - Zuid-Beveland) ( augustus 1971)
Meer over de muziek die gespeeld werd tijdens dit historische concert vind je op de Keep Swingingblog.


Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

donderdag 27 oktober 2011

Herfsttwitters

De herfst behoort, wat mij betreft, in de top drie van de seizoenen thuis .......... Als de bladeren beginnen te kleuren en een dik tapijt van tinten vormt onder de bomen en het buiten nazomert, dan stijgt de herfst in eens weer een paar plaatsen in mijn top drie van mooiste seizoenen - een gevoel dat ik overigens ook in het voorjaar, in de zomer en de winter herken bij mezelf ........ Wat voor de één een schrikbeeld is ( ach ja, je weet het wel .... de blaadjes vallen weer!) geeft de ander een ultiem geluksgevoel.

De herfst associeer ik met verval ........ de natuur vertoont sporen van ouderdom, trekt zich terug en breidt zich voor op dat wat gaat komen. De natuur maakt zich winterklaar ..........
In de tuin beginnen de bladeren van de hosta te kleuren en het bladmoes begint te verteren, waardoor de bladeren plotseling een skelet lijken te krijgen, dat nog bij benadering de grootte van het blad aangeeft. In het voorjaar en de zomer probeer je nog met allerlei natuurvriendelijke- en minder natuurvriendelijke manieren de slakken het knagen aan het blad te ontmoedigen - in het najaar mag de natuur zijn gang gaan.
De kleuren van de herfstbladeren zijn op geen palet van wat voor schilder ook, terug te vinden. Die sensatie proberen we met onze moderne hulpmiddelen vast te leggen - sommigen grijpen ezel en penseel, of schrijven een gedicht ...... anderen maken foto's met hun mobieltje in de hoop dit geluksgevoel te kunnen vasthouden. Ik heb al eens iemand dat gevoel zien sms-en en onlangs zag ik zelfs een groep herfsttwitters langs komen .......... of was dat gewoon een groep staartmeesjes, die door de struiken buitelden? ( Nisse - Zak van Zuid-Beveland) ( oktober 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

woensdag 26 oktober 2011

Overlast

De fruitpluk op Zuid-Beveland loopt op zijn eind - de appels zijn nagenoeg allemaal geoogst; de peren hangen er hier en daar nog aan. De fruittelers mogen dit jaar niet mopperen, hoorde in verluiden - de oogst lijkt goed; nu maar hopen dat de prijzen voor het fruit deze trend volgen. Jammer dat het de afgelopen maand niet kouder was, hoorde ik een fruitteler verzuchtten, de appels krijgen nu geen kleurtje. Toch staan er grote kisten vol kleurrijke appels te wachten op transport.
Het binnenhalen van de fruitoogst is een arbeidsintensieve bezigheid. Anders dan bij de oogst van zwarte bessen, aardappelen en suikerbieten, bijvoorbeeld, die nu helemaal gemechaniseerd is, vraagt het plukken van appels en peren om een zorgvuldige behandeling van het fruit, dat immers ongeschonden verkocht moet worden. Dat was vroeger niet anders. Ik herinner me nog de houten veilingkisten, die op een pluksleetje stonden. Daarin zat witgeribbeld papier tegen butsen. Je moest de appels en peren behandelen alsof het eieren waren - als je een plukemmer gebruikte betekende dat bij het legen voorzichtig de stoffen bodem losmaken en het fruit rustig de kist in laten glijden.
Vroeger werd een hele gemeenschap ingeschakeld bij het binnenhalen van de oogst. De extra bijverdiensten waren erg welkom in die tijd, ook voor een puber, zoals ik, die een zakcentje wilde bijverdienen. Veel keus had je in de vakanties overigens niet als je vader een fruitbedrijf leidde. Sinds de toenemende welvaart en twee-verdieners gemeengoed geworden zijn, is dat veranderd. Fruittelers en tuinbouwers hebben tegenwoordig seizoensarbeiders in dienst uit Oost-Europa, voornamelijk Polen, die hier voor een paar maanden neerstrijken. De jeugd vult liever vakken, werkt in de horeca of loopt een krantenwijkje.
Doordat het daadwerkelijke oogsten van het fruit niet meer een zaak is van een heel dorp of gemeenschap, lijkt de oogst als ankerpunt in ons leven verdwenen. Dat geldt uiteraard niet alleen voor de fruitteelt, maar ook voor de oogst van andere landbouwproducten, zoals bijvoorbeeld de aardappeloogst, waarbij tot 50 jaar geleden ook een hele dorpsgemeenschap werd ingeschakeld - de slik van 't petaten raepen zat bij jong en oud onder de naehuls. Iedereen kon die paar centen goed gebruiken. Zou het daarom zijn dat sommigen zich mateloos kunnen ergeren aan landbouwverkeer op binnenwegen, die soms tot gevaarlijk gladde wegen kunnen leiden of door hun omvang de hele weg nodig lijken te hebben, of dat er in sommige gebieden zo'n weerstand is tegen de overlast van bijvoorbeeld hagelkanonnen? Overlast - 't Lijkt zo'n typisch modewoord geworden, dat aangeeft dat we last hebben van iets dat niet in onze leefwereld past ........ Ik snap het wel - zelf heb ik er ook wel eens hinder van .... slik op de weg lees ik ook liever online dan op een bordje langs de weg. ( Heinkenszand - Zak van Zuid-Beveland) (september 2011)

Overlast is de 900ste Slik op de Weg - de dagelijkse Zeeuwse fotoblog over de Scheldedelta.

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

dinsdag 25 oktober 2011

Schandbeeld

Het Ceresbeeld in Goes, dat al meer dan 50 jaar op de Dam staat met haar rug naar de Oostsingel gewend, is al heel wat jaren voor de Goesenaren niet meer dan een vast referentiepunt in hun ingebouwde tomtom: bij het Ceresbeeld ga je dan linksaf en dan ................... Ik wist, bijvoorbeeld niet eens dat het daar De Dam heette. Zou men in Goes nog weten waarom zij daar staat met een appel en een garf (echt waar, dat verzin je toch niet zomaar - zoek het maar op in de Dikke van Dale) korenhalmen in de hand? Dat het beeld door de Goese burgerij aangeboden is aan de ZLM, die door haar activiteiten had gezorgd dat Goes geworden is tot een landbouwcentrum van grote vermaardheid en ... tot een centrum van heel Zeeland.
Het beeld stelt Ceres voor, een voor ons tamelijk onbekende Romeinse godin met Griekse roots, die beschermvrouwe was van de landbouw. Ze heeft dan ook een bos halmen (inderdaad: een garf of garve) en een appel vast en symboliseert daarmee het van oudsher agrarische karakter van Goes en omstreken. In 1954 werd vanuit de burgerij geld ingezameld voor het beeld en nog voordat het beeld in brons gegoten was, laaide de discussie in de gemeenteraad van Goes over het levensgrote gipsenmodel, al hoog op. De confessionele partijen waren om godsdienstige redenen tegen - een Schandbeeld noemde de voorman van de AR het en hij had dan ook liever een beeld van bijv. Michiel de Ruyter of zo gezien ......... Maar of die daar met een bosje "hos" en een appel met zijn rug naar het water had willen staan, betwijfel ik .....
Het beeld is gemaakt door beeldendkunstenaar Philip ten Klooster, die in die dagen in Veere woonde en o.a. ook het beeld van Frans Naerebout maakte, dat in het Bellamypark in Vlissingen staat. In de voet van het beeld is een wapenschild te zien van de Wageningse Studentenvereniging, die de godin Ceres als hun schutspatrones hebben en tijdens een bijeenkomst van reunisten in maart 1955 in Goes beloofde de burgemeester dat het wapen van deze vereniging in het voetstuk van het beeld zou worden aangebracht ........ Een beetje vreemde geste, als je't mij vraagt en volgens mij legt niemand na vijftig jaar meer die link tussen Wageningen en Goes, laat staan dat de gemiddelde Goesenaar weet wat het beeld moet verbeelden (!). Misschien is het een idee om over een paar jaar weer eens een groots opgezet festival te organiseren, Goes is daar goed in, ter ere van de zestigjarige, á la het succesvolle Afrika-Ubuntuproject enkele jaren geleden, rond het thema De Oudheid, dan helpen we de Zuid-Europeanen meteen aan wat extra deviezen in deze financieel barre tijden en kan de burgemeester op de fiets gaat helpen om in Griekenland omgevallen banken te ruimen.
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

maandag 24 oktober 2011

Lampsinshuis

(bron: De Admiraal - A. Th van Deursen cs) (Collectie MuZeeum - Vlissingen)
Eén van de machtigste mannen van Vlissingen was .............. ik hoor het je denken - Michiel de Ruyter. Fout .... Frans Naerebout ..... ook fout. Nee, zijn naam was Cornelis Lampsins en je zou hem het beste een koopman en scheepsmagnaat kunnen noemen - zeg maar de Onassis van Zeeland. Hij leefde in de 17de eeuw in de Vlissingse binnenstad, in een mooi huis, direct aan de koopmanshaven.
Hij was een rijk en vermogend man die heel wat schepen had varen op de wereldzeeën. Heel veel Vlissingers stonden bij hem dan ook op de betaalrol. Vlissingen was een belangrijke stad voor kooplieden, die handel dreven, want het lag vlak aan de Schelde. De stad was ook belangrijk uit strategisch oogpunt in de oorlog tegen Spanje, omdat je vanaf Vlissingen ( en het nabijgelegen fort Rammekens), de Spaanse soldaten, die vanuit bijv. Sluis, over de Schelde struinden. kon bestrijden.
(bron: De Admiraal - A. Th. van Deursen cs) ( Detail schilderij collectie: MuZeeum - Vlissingen)
Cornelis Lampsins woonde met zijn vrouw en kinderen in een fraai huis langs de Koopmanshaven. Je ziet het wit bepleisterde huis rechts duidelijk liggen op dit schilderij. Een groot 17de eeuws schip ligt er afgemeerd. Op de kade voor het huis, waar nu in de zomer een terras staat in een woestijn van steen, moet het er levendig aan toe gegaan zijn. Schepen uit verre landen losten hier hun koopwaar en schepen die zouden uitzeilen werden hier door de familie Lampsins bevooraad en klaargemaakt voor vertrek. Hoewel ze ook slaven vervoerd moeten hebben, handel is handel, werden die hier, dankzij de zgn. driehoekshandel, nooit uitgeladen - dat zou heel wat bekijks gehad hebben. Op dit fraaie schilderij van Vlissingen, gemaakt voor en betaald door Cornelis, zie je het witte huis, met torentje, liggen aan de haven met één van hun schepen, aan de kade.

Bovenop zijn huis had Cornelis een uitkijktorentje laten bouwen. Slim, want de Arsenaaltoren was er nog niet ( hij had hem zeker gekocht) en ook nog geen marifoon, satelietontvanger of tomtom, die hem vertelde wanneer zijn schepen zouden kunnen binnenlopen. Nu kon hij de haven en de rede van Vlissingen vanaf zijn torentje goed overzien.
Zijn huis staat er nog steeds en wordt, naar zijn beroemde bewoners, het Lampsinshuis genoemd. Nu is er het MuZeeum gevestigd, waar veel over de geschiedenis van de scheepvaart in Vlissingen in het algemeen en dat van de familie Lampsins en, we kunnen er natuurlijk niet omheen, Michiel de Ruyer en Frans Naerebout, in het bijzonder, te vinden is. En wat is er leuker om als een echte Lampsins helemaal naar boven te klimmen en vanonder de roos in het beroemdste torentje van Vlissingen, de oude Koopmanshaven met de plezierjachtjes, de loodsboten bij het roeiershoofd en de containerschepen op de Westerschelde te aanschouwen en als je een beetje geluk hebt, dan ben jij misschien wel de enige, die zo'n 17de-eeuws zeilschip aan de rede van Vlissingen ziet verschijnen, die, door een ongeplande entering van piraten aan de Somalische Kust, wat verlaat is - want er zijn nog geen apps ontwikkeld die 17de-eeuwse VOC-spookschepen kunnen volgen, heb ik horen verluiden. (Vlissingen - Walcheren)( september 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

zondag 23 oktober 2011

Inbreiding

In Heinkenszand is eindelijk een begin gemaakt met de sloop van de oude supermarkt midden op het dorp. Dat werd tijd, want de voormalige supermarkt van de EmTé, voorheen de supermarkt van Houweling, lag er al jaren troosteloos bij.

Heinkenszand is al jaren een gemeente die groeit. De woonwijk Overdedijk begint langzaamaan vol te geraken en het lijkt een goed plan om, als er huizen gebouwd moeten worden, eens te kijken binnen de bestaande bebouwing van het dorp - inbreiding heet dat, inplaats van het dorp verder te laten uitdijen.
Op de plek van de oude supermarkt komen huurappartementen, koopwoningen, een aantal groepswoningen voor begeleidwonen van SVRZ en een optiek, die door de nieuwbouw een plaatsje in het complex krijgt. Door nieuwbouw binnen de gemeente te plegen, hoeft er geen kostbaar buitengebied op geofferd te worden ........

Het nieuwbouwproject Overdedijk, dat nu in haar laatste fase zit, heeft het dorp Heinkenszand flink groter gemaakt - veel jonge gezinnen zijn er begonnen aan hun eerste koopwoning of doorgestroomd, terwijl ouderen er in één van de seniorenappartementen een fijne woonplek gevonden hebben. Een negatief bijeffect zijn de vele woningen die in de andere, bestaande wijken of dorpen soms maanden te koop staan, maar als deze inbreiding op de plaats van de oude supermarkt een succes wordt, dan zijn er wellicht nog wel meer plekjes binnen of net buiten de bebouwde kom, die geruimd kunnen worden ..... zoals de opstal op het eind van de Zuidzaksedijk ......... voor velen een doorn in het oog! Er zijn best wat jongeren te vinden die daarmee willen helpen. ( Heinkenszand - Zak van Zuid-Beveland) ( oktober 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

zaterdag 22 oktober 2011

Gravensteen

Het Gravensteen in Gent is de enige middeleeuwse burcht gelegen in de Scheldedelta en ligt midden in de stad ... Het ligt nu schitterend op een open plek tussen de huizen van de binnenstad - dat was eeuwen geleden wel anders; toen lag het ingeklemd tussen de bebouwing. ...... De eerste schop ging al de grond in ten tijd van de Noormannen, schijnt het, maar daarvan is weinig meer terug te vinden. Later werd er een soort motte gebouwd, zoiets als we nagebouwd hebben bij Terra Maris. en in de elfde eeuw maakte Graaf Robercht de I er een stenen kasteel van ........ Vanaf die tijd kan het met recht het 's Gravensteen genoemd worden, het stenen huis van de graaf. Er werd in de loop der middeleeuwen nog heel wat versleuteld aan het slot, dat groter en imposanter werd, maar het moet er om te wonen spartaans zijn geweest. Filips van Elzas ( 1142-1191) is verantwoordelijk voor de verbouwing van het kasteel zoals het er nu in grote lijnen nog uitziet. In de 14de eeuw vonden de graven van Vlaanderen, die toen in het kasteel verbleven, het comfort niet meer van hun tijd en ze bouwden daarom een nieuw huis, het Huis ten Walle. In de eeuwen erna is het nog lang als vergaderruimte gebruikt door de Raad van Vlaanderen, maar ook als katoenspinnerij en woningen voor de arbeiders. In de twintigste eeuw werd het kasteel weer eigendom van de stad, opgeknapt en ligt nu, fier, zoals in de middeleeuwen, midden in de stad.

Als kind ben ik er verschillende keren geweest. We gingen er op schoolreis heen, herinner ik me en ook op de middelbare school hadden we een werkweek in Gent waarbij het Gravensteen één van de te bezoeken onderdelen moet zijn geweest. in de Grote Vakantie werd de Ford Taunus 12M, het neusje vanwege het wereldbolletje op de motorkap, de Westerschelde overgezet bij Kruiningen - Perkpolder en richting Gent gestuurd. Dat waren hele wereldreizen - paspoorten niet vergeten, Belgisch geld halen op de Boerenleenbank op het dorp, de dag ervoor nog eens extra in bad en boterhammen smeren ( want uit-eten zat er toen niet in ....).

De hobbelige kasseien en de "gillende" trams, die rond het Gravensteen scheurden, herinner ik me nog goed - dat was een andere drukte dan de tien auto's die in de zomermaanden met de boot meekwamen uit Terneuzen. En wat te denken van al die Belgische auto's, herkenbaar aan de witte nummerplaten met rode letters. Als verwoede nummerplatenverzamelaars ( mijn broer en ik maakten lijstjes met de nummerborden van de auto's die in de vakantie langs ons huis reden) boeide dat zeer, omdat zelfs met de boot Belgische auto's een bijzonderheid waren. Je moest goed uitkijken als je door de drukke stad liep - in België mocht je achter het stuur zitten zonder rijbewijs, wisten we. Van het Gravensteen zelf herinner is me niet meer zo heel veel, behalve dan de donkere koude kelders, de dikke muren, de folterkamers en dat het er in de donkere hoekjes altijd zo typisch rook - naar pies ............ ( Gent - West-Vlaanderen) ( augustus 2011)
Hans Koert


Twitter: #slikopdeweg