zaterdag 14 januari 2012

Roomschen Kerkzwier

Wie aan oud-Yerseke denkt, denkt aan de oesterputten, de mosselcultures en wellicht aan het oude raadhuis, nu in gebruik als museum en vvv. Toch zijn al die "historische" elementen in dit vissersdorp alle nog niet veel ouder dan honderd tot honderd vijftig jaar ............. Toch kent het dorp een gebouw, dat vele eeuwen ouder is, de Nederlands Hervormde kerk, die midden in het dorp staat.
Het driebeukige kerkje, gewijd aan de missionaris Odulfus, die leefde in de tijd van Karel de Grote, werd rond 1470 opgetrokken op de plek waar eerder een kerkje uit de vroege 14de eeuw gestaan had. Yerseke lag eertijds niet aan het water, maar een stukje meer landinwaards. Het gehucht Yersekendam lag wel aan de Oosterschelde en had een klein haventje. Toen de allesverwoestende overstroming van 5 november 1530 hadden plaatgevonden, beter bekend als Sint Felix Quade Saterdach, was de landkaart ten noordoosaten van Yerseke helemaal veranderd - de zee had al het land rond de stad Reimerswaal afgenomen en Yerseke lag plotseling aan het water, maar het zou nog een paar eeuwen duren voordat men geld zag liggen langs de glooiing ......... de mossels, oesters en krukels .......... Een paar jaar later brandde ook het schip van de kerk af, waardoor de toren van de kerk, net als bij de Dom van Utrecht of de St. -Lievensmonstertoren in Zierikzee, los van de kerk kwam te staan.
In 1753 meldt Tirion, dat de kerk al heel oud moest zijn, getuige een steen. die meldde dat het gebouw uit de dertiende eeuw dateerde. Voormaals was het een groote en deftige Kruiskerk, schrijft hij, doch de Westzijde, die tegen eenen hoogen en dikken Tooren aanstondt, is in de zestiende Eeuw afgebrand. De toren werd in 1821 door brand beschadigd, waarna men hem afbrak. In mei 1940 werd de het dak van de kerk door oorlogshandelingen zwaar beschadigd. Hierbij gingen prachtige beelden verloren: beelden van H. Martelaars en Martelaaressen, die hoog tegen de muren geplaatst waren.
In de 18de eeuw, was de kerk in gebruik door de protestanten en had men het gehad met de katholieke pracht en praal, zoals die beelden hoog in de kerk. De martelaren, afgebeeld met de Werktuigen, waar mede zy om't leeven gebragt zijn, daar nevens, werden geduld, wellicht omdat ze hoog en droog nagelvast deel uitmaakten van het gebouw. In de Tegenwoordige Staat van Zeeland, uitgebracht in het midden van de 18de eeuw, verklankt de schrijver hoe de protestante Iesenaren tegen deze afgoderij aankeken - hij omschreef ze als Overblyffels van den Roomschen Kerkzwier ........ Napoléon had rond 1800 helemaal geen boodschap meer aan de oorspronkelijke bestemming van het gebouw - hij gebruikte de kerk als opslagruimte voor zijn kruit. Misschien kreeg men door Napoleon, die de kerk gebruikte als kruithuis, wel het idee om mossels en krukels met een geheim mengsel van kruiden te koken. De meeste Zeeuwen in het algemeen en Iesenaren in het bijzonder maakten zich in de 19de eeuw nog niet druk om de juiste spelling, kruit of kruid, 't zal ze niet zijn opgevallen, denk ook maar aan het meervoud voor mosselen, dat hier in Zeeland tot mossels is verworden. Het zou zomaar kunnen dat hierdoor iemand op het idee kwam om de schelpen in Oosterscheldewater met kruiden als soephroente, peeën en juun te koken, wat maakt dat Mossels uut Iese zo buitengewoon lekker smaken. ( Yerseke - Zuid-Beveland) (foto's: augustus 2010)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse blog over de Schelderegio.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen