donderdag 5 januari 2012

van hangjongeren naar - mosselen

Afgelopen jaar was het 25 jaar geleden dat de stormvloedkering in de Oosterschelde opgeleverd werd en de zeearm afsloot - althans, het woord afsluiting past hier niet goed - de toegang tot de Oosterschelde bleef open, tot vreugde van de schelpdiersector en natuurorganisaties, maar, bij extra hoge waterstand en zware storm werd het mogelijk de zeearm af te sluiten, zodat in het achterland het waterpeil beheersbaar zou blijven. De schelpdiersector in Yerseke was blij met dit openblijven van de Oosterschelde, zodat ze haar aqua-cultures, zoals dat met een mooi woord heet, het waterboeren dus, door de unieke waterkwaliteit voor mossels en oesters kon blijven ontwikkelen. De Oosterschelde bleef zout en dat was een belangrijk argument .......... Bovendien bleef de veiligheid voor honderdduizenden bewoners van de Schelderegio gegarandeerd, de vreselijke overstroming van 1 februari 1953 nog vers in het collectieve geheugen. Nu 25 jaar later zijn de effecten van dit openblijven merkbaar. Het ingrijpen in de natuur blijft nooit zonder gevolgen, wisten toen de plannenmakers ook al, maar nu, na 25 jaar kan de balans opgemaakt worden. Door de bouw van de stormvloedkering stroomt er bijvoorbeeld minder zoutwater het Oosterscheldebekken binnen. De stroomsnelheid werd daardoor lager, waardoor fijn slib eerder neersloeg en op de bodem van de geulen terug te vinden is, i.p.v. op de slikken en platen. Die gingen daardoor in omvang achteruit! De schorren, die langs de djken lagen, werden minder vaak overstroomd en groeiden niet meer - ook de slikken in de Oosterschelde werden steeds kleiner - zandhonger heet dat - ook een natuurlijk proces, dat te wijten is aan de verminderde stroming. Doordat de stroming afnam en de gemiddelde temperatuur hoger werd, zijn allerlei "uitheemse" dieren en planten zich in de Oosterschelde thuis gaan voelen - Hierdoor leven er nu meer soorten planten en dieren in de Oosterschelde; de bio-diversiteit is toegenomen zeggen de waterecologen dan, met een beetje trots in hun stem. Of dat een goede ontwikkeling is, vraag ik me af ..... Natuurlijk geeft het een kick om als duiker onderwater oog in oog te komen met een harlekijnslak of gelijk op te zwemmen met een trage kroonslak. Niets mis mee, dunkt me, maar voor hetzelfde geld kruist binnenkort een orka of een witte haai het zog van een Optimist vol vakantievierende tieners uit Renesse en of we dat acceptabel vinden? De vraag is of we het dan nog wel allemaal in de hand hebben. Het wachten is op de eerste nieuwjaarduiker, die, nadat hij per ongeluk de route van die piranha kruiste, als castraat door het leven moet. Waren ze in 1859 niet wat blij met die eerste konijntjes in Australië? Nu stikt 't 'r d'r van .... het is een plaag geworden - 't Lijkt daar nu Neeltje Jans wel, waar je de konijntjes nu haast ook van de middenstreep moet blazen ..... En dat skelet van die mamoet in Deltapark Neeltje Jans staat daar heus niet voor de sier ..... dat is om ons alvast te laten wennen aan het silhouette ... voor als we over vijfentwintig jaar niets vermoedend met onze e-bike Plan Tureluur in draaien. Als die Oosterschelde in slechts 25 jaar tijd al zo veranderd is, hoe zal Zeeland er dan over honderd jaar uitzien? Leeft er dan nog wel vis in de zee, of kweken we die in grote megastallen, als tilapia's, op het land? Kweken we dan legaal of illegaal lamsoor in de kruipruimte van ons huis? Of hebben we dan containers met hangmosselen op Zuid-Bevelandse bloemdijken staan? Van hangjongeren naar hangmosselen lijkt immers maar een kleine stap. ( Oosterschelderegio - midden Zeeland (foto's: periode 2009 - 2011)Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen