vrijdag 17 februari 2012

De bus gemist ........

Wie in een dunbevolkt gebied als het platteland van Zeeland afhankelijk is van Openbaar Vervoer zal de ongemakken van het wonen in een klein dorp regelmatig aan den lijve ondervinden. Vooral als je in een dorp woont, waar de afgelopen decennia de laatste voorzieningen langzaam maar zeker verdwenen zijn. Het gemeentehuis was het eerste wat verdween, daarna de bank, de bakker en de slager, de melkboer en de supermarkt, de school, het postkantoor, de vriendjes waarmee je vroeger speelde, de bibliotheek, de telefooncel, het café, de SRV-man, de bibliobus en tenslotte de reguliere lijnverbinding met een bus van de AMZ ( vorige eeuw), Veolia of Connexion ( deze eeuw). Veel dorpen op het Zeeuwse platteland zijn nu nog beperkt bereikbaar per buurtbus of belbus of beltaxi of hoe dat ook mag heten .......... Waneer is een dorp nog een dorp en wanneer slechts een verzameling huizen?
Het opkomen en krimpen van gemeenschappen is een normaal maatschappelijk verschijnsel - steden, die in de 17de eeuw "groot" en machtig waren, zijn nu vervalen tot slapende provinciestadjes of mogen de naam stad eigenlijk alleen nog dragen vanwege historische rechten, hen ooit in een grijsverleden toegemeten. Daartegenover staan dorpen, die vroeger klein en onbeduidend waren, nu door projectontwikkelaar en ambitieuze bestuurders uitdijen tot grote woongemeenschappen - groeikernen genoemd, wat op de keper beschouwd een onjuiste term is, want niet de kern dijt uit, maar juist de buitenwijken ........
Wanneer verdwijnen voorzieningen uit een gemeenschap? Simpelweg, als ze niet meer (voldoende) gebruikt worden, of beter gezegd, als ze niet meer renderen. Een kwestie van vraag en aanbod - simpel! Een winkelier, die een kleine supermarkt drijft in een klein dorp en zijn omzet ziet slinken, zal aan het eind van het jaar, na veel plussen en minnen, moeten besluiten of de toko openhouden of de zaak sluiten. Als het aantal kinderen, dat gebruik maakt van een school op een dorp te klein wordt, dan zal de school moeten sluiten. Daarvoor zijn wettelijke regels afgesproken, die te maken hebben met de financiering.
Soms zijn onorthodoxe maatregelen noodzakelijk - In de negentiende eeuw kwam een proces opgang, waarbij geloofs- en andere gemeenschappen het recht kregen eigen scholen te splitsen, hetgeen leidde tot scheuringen binnen dorpen en gemeenschappen. Schoolbesturen van noodleidende scholen uit verschillende dorpen proberen te redden wat er te redden valt door met scholen van gelijke nominatie te gaan samenwerken, zodat ze op papier levensvatbaar blijven, maar hoe moet het als een dorp twee scholen heeft met verschillende achtergronden, openbaar of christelijk, die beide eigenlijk niet levensvatbaar zijn? Of waar, zoals in Heinkenszand, drie, ongeveer even grote scholen ( openbaar - christelijk - katholiek) samen de koek moeten verdelen? Zijn er dan voldoende ouders te vinden, die hun kop boven het maaiveld durven steken? Die binnen zo'n kleine gemeenschap durven te praten over één dorpsschool, één sterke brede school, waar elk kind zich thuis voelt? Gaat dan de gemeenschapszin, het zoeken naar overeenkoimsten in plaats van verschillen, het samen de schouders er onder zetten, niet voor? Gelukkig lukt het op verschillende Zeeuwse dorpen zo'n gemeenschappelijke school te laten draaien, waar vooral gekeken is naar de overeenkomsten in plaats van naar de verschillen ......... Dat zijn dorpen, die trots kunnen zijn op hun gemeenschapszin .......
Als binnen een dorpsgemeenschap, die wil om te overleven er niet is; dorpen waarin de verdeeldheid, die vaak van honderd jaar geleden dateert, gehandhaafd blijft, dan ben ik bang dat voor veel kleine dorpen de stekker uit hun scholen getrokken zal worden - en, zo is de gangbare opvatting, dan is ook de ziel uit het dorp. Volgens mij mis je dan als dorp echt de bus .............
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
SlikopdeWeg: Een (luchtige) dagelijkse blog over Zeeland en haar inwoners.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen