zondag 11 maart 2012

Bonnetjes

 Als je een beetje hebt meegeteld in het verleden dan is er tenminste wel een straat naar je genoemd, of anders wellicht een pleintje of een standbeeld, ergens in een achteraf plantsoentje, door iedereen vergeten. Tegenwoordig valt het niet mee om held te worden in de ogen van de bevolking van een land, tenzij je iets in de sport doet of de Voice of Holland hebt gewonnen,   vluchtige momenten van roem, dan blijft je naam nog lange tijd hoog verheven boven de rest - maar wie wil meetellen op politiek gebied of als krijgsheer in oorlogstijd, moet niet meer rekenen op de onvoorwaardelijke steun en erkenning van de meerderheid van het volk.
 Dat was vroeger wel anders. In Zeeland kenden we zeehelden als Michiel de Ruyter of Maarten Harpertszoon Tromp of de gebroeders Evertsen. De nazaten van Evert Hendrikse (1540 - 1601) zijn relatief het minst bekend - Ze behoorden tot een geslacht van Zeeuwse vlootvoogden, die in de 17de eeuw de Zeeuwse belangen verdedigden tegen de Barbarijse zeerovers en hun mannetje stonden tijdens de Engelse oorlogen. Toch leeft hun naam niet meer bij het Zeeuwse publiek - vraag in de Lange Delft maar eens naar de Evertsen en velen zullen met hun mond vol tanden staan: uh, een voetbaltrainer? O ja, die speelden toch bij Souburg?  ..... Michiel de Ruyter dankt zijn bekendheid aan het standbeeld op de Vlissingse Boulevard en Maarten Harpertszoon Tromp leeft voort in het fregat van diezelfde naam. De Evertsen, ook naar hen zijn oorlogsschepen genoemd, met name Johan ( 1600-1666) en Cornelis de Oude (1610-1666) zijn een stuk minder bekend en vraag de argeloze passant niet iets over hun heldendaden te verhalen - het zou zeer stil blijven.
 Deze Zeeuwse helden, vlootvoogden, ambtenaren die vanuit Vlissingen opereerden in dienst van de Republiek der Verenigde Nederlanden, moeten, qua heldenstatus, bekeken worden door de bril van de mens uit vroeger tijd. De oorlog met Spanje, de strijd tegen de Engelsen, de belangen van de handel door de VOC en de WIC en de eeuwige strijd tegen zeerovers en piraten, die het gemunt hadden op ons have en goed op zee, maakten dat de normen en werkwijzen, die gehanteerd werden, nu vaak discutabel zijn. Er zou nu menig hoorzitting of parlementaire enquete aan deze strijd gewijd worden - de rechten van de mens zouden ter discussie staan - de beerput zou flink ruiken, vermoed ik. Bekeken vanuit het standpunt van de bewoners van deze streken waren het helden; de Engelsen, de Spanjaarden en de Duinkerkerkapers hadden daar andere ideeën over ..........
 De grote Zeeuwse zeehelden werden geëerd met standbeelden en hun graf werd een eerbetoon, een soort van pronkerig saluut ter nagedachtenis aan hun daden in de strijd tegen het kwaad. De Ruyter kreeg een paalgraf in de Nieuwe Kerk in Amsterdam en voor Tromp vond men een plekje in de Oude Kerk van Delft. De gebroeders Evertsen werden begraven in de Noordmonster- of Sint-Pieterskerk in Middelburg. Ze kregen niet meteen een prachtig praalgraf, want de centen waren op en, zuunig dat wel, werden de broers toen maar samen in het graf gelegd - ze gingen immers in hetzelfde jaar de pijp uit - dat scheelde kosten, al was er geen geld - dat werd uiteindelijk, jaren later, maar door de zonen Cornelis (de jongste) ( 1642-1706) en  Geleyn (1655-1721)  voorgeschoten - een bedrag van zo'n 6000 guldens. Cunstmarmerbeeltenaar Rombout Verhulst, (Cunst: het marmer was echt - het bewerken een kunst) die ook de graven van Tromp en de Ruyter vorm gegeven had, mocht het uitvoeren. Toen de beide zonen Cornelis en Geleyn uit de tijd raakten (1706 en 1721) werden ze eveneens in het graf bijgezet - en terecht, zou'k zeggen, want ze hadden er immers ruimschoots voor betaald en het bonnetje was nooit afgerekend!
 Er is heel wat geruzied over het opschrift dat op het monument moest komen, het pronkerige praalgraf met links Johan Evertsen en rechts Cornelis op een marmeren bed - in vol ornaat met harnas en helm - niet zo handig allemaal als je werk op zee ligt, maar goed!  Toen de Noordmonsterkerk halverwege de 18de eeuw werd afgebroken verhuisde het praalgraf naar de Nieuwe Kerk in de abdij. Na de Tweede Wereldoorlog, waarbij op 17 mei 1940 Middelburg en het abdijcomplex zwaar beschadigd werd, verhuisde het praalgraf naar de zgn. Wandel- of Trouwkerk, waar het nu, een beetje misplaatst als je't mij vraagt, naast een informatiebalie van het abdijcomplex staat. Argeloze bezoekers, toeristen, die een foldertje komen halen over de openingstijden van de kloostergangen of meer willen weten over het aantal treden van de Lange Jan vragen zich af, wat die twee ietwat vreemde Hells Angels avant la lettre  met hun gedateerde hippiekapsels en motorhelmen daar liggen te doen.
De heren journalisten van RTL Nieuws dachten met de declaraties van fruit en bloemen van onze Commissaris van de Koningin, Karla Peijs, een Zeeuwse beerput opengetrokken te hebben - dat was uiteraard allemaal onzin,  moest Karla weerleggen - kom niet aan een Zeeuw en zijn fruit. Nu maar hopen dat de pers niet achter die nog steeds niet betaalde vordering van de familie Evertsen komt - die voorgeschoten ƒ 6000 is nooit afgerekend en beloopt nu, inclusief rente, al een paar ton vermoed ik en dat kan de provincie Zeeland in deze sobere tijden er niet bijhebben, nu zelfs 57-jarigen moeten afvloeien om de weegschaal van inkomsten en uitgaven weer in balans te krijgen - Gelukkig zijn die bonnetjes waarschijnlijk niet meer te vinden! 
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse column over de Zeeuwen en hun geschiedenis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen