woensdag 28 maart 2012

Colijns plaat

 De fiets hoort bij Nederland zoals de tulp hoort bij Amsterdam - toeristen van over de hele wereld, die ons land bezoeken, verbazen zich over onze fietsen ......... Toen ik ooit met een bus vanaf de bootterminal van IJmuiden naar Amsterdam gebracht werd, waarschuwde de overbezorgde gids de reizigers goedbedoeld voor zakkenrollers en ...... fietsers; laatstgenoemden voelden zich heer en meester in de stad en het zou niet de eerste keer zijn dat een toerist op het Amsterdamse asfalt zijn Waterloo vond ...

Voor de oorlog, toen de fiets nog gewoon rijwiel heette, was het zo ongeveer het hoogste dat je als werkende ( of werkloze) arbeider kon behalen - een eigen (meestal tweede- of meerhands) rijwiel. Rijwiel is eigenlijk een ouderwets woord voor de Velocipede, die fiets, die gekenmerkt wordt door een groot wiel, waar je boven op lijkt te zitten - het kleine achterwieltje, als een rudimentair onderdeel, lijkt weinig toe te voegen - eigenlijk zouden we dus onze klassieke fiets met twee gelijkwaardige wielen, rijwielen moeten noemen - dat zou taalkundig meer correct zijn.
 De jaren dertig werden ook in Zeeland gevoeld en dit leidde tot het aan trekken van de broekriem - er moesten in die tijd heel wat gaatjes in broekriemen bij gestanst worden, want vooral de arbeidende klasse voelde de bezuinigingen direct aan den lijve. Minister Colijn voerde allerlei bezuinigingsmaatregelen in, die moesten leiden tot het generen van nieuwe geldstromen om de schatkist te spekken. Eén daarvan was de invoering van een zgn. rijwielbelasting.
Al in 1897 werd er door de toenmalige regering een soort van luxebelasting geheven op rijwielen, maar toen de kamer in 1917 van mening was dat een rijwiel niet als een luxeproduct, maar als een basisvoorziening gekenmerkt moest worden, werd die belasting weer afgeschaft. In 1924 kwam de toenmalige minister Colijn met de zgn. Rijwielbelastingwet en moest elke rijwielbezitter voortaan een rijwielplaatje aanschaffen, á ƒ 3,-- per jaar per rijwiel ( kinderfietsjes en aangepast rijwielen voor gehandicapten uitgezonderd, evenals fietsende militairen, politiemensen en postbodes (!))
 Vanaf 1928 werd de prijs verlaagd tot een rijksdaalder en vermeldde het rijwielplaatje, het bewijs van betaling, dat aangebracht moest worden aan het frame van de fiets, twee achtereenvolgende jaartallen, omdat het belastingjaar voortaan begon op 1 augustus en eindigde op 1 juli van het jaar daarop. De achterliggende gedachte achter deze administratieve aanpassing was een practische: de arbeiders hadden dan namelijk hun vakantiegeld ontvangen.
Tijdens de crisisjaren werden er gratis fietsplaatjes uitgedeeld aan steunzoekers, die immers de forse belasting niet konden ophoesten - wie hiervoor in aanmerking kwam kreeg een plaatje met een gat erin, zodat iedereen zag tot welke groep je behoorde en bovendien, en dat deed veel mensen pijn, een stempel in je trouwboekje. Het zou niet de laatste keer zijn dat een hele bevolkingsgroep gestigmatiseerd werd.
 Vanaf de zomer van 1941 werd de gehate rijwielbelasting opgeheven en verdween het rijwielplaatje. In de ons omringende landen bleef het nog lang in gebruik. Ik herinner me als kind hoe Belgische fietsen een rode of blauwe metalen rijwielplaat hadden aan de voorvork vastgemaakt - we vonden dat als kind bere interessant, want zo'n fietser was wel helemaal vanuit België komen rijden, dat toen in onze gedachten zo ongeveer gelijk stond aan een bedevaartstocht naar Lourdes ..... of de toch van Hannibal over de Alpen.
De onderhandelingen in het Catshuis verlopen moeizaam, zo lekken af en toe berichten uit over de pogingen om extra bezuinigingen te vinden - het schijnt dat er een voorzichtige meerderheid zich aftekent om de rijwielbelasting weer in te voeren ...... Ruttens Rijwielplak - u bent dus gewaarschuwd. Valt het u ook op dat de HO's ( Heren, onderhandelaars) de laatste tijd graag zichzelf laten vastleggen met hun trotse rijwiel arriverend bij het Catshuis? De Colijns Plaat, zoals die in Zeeland met gevoel voor humor genoemd werd, zou wel eens terug kunnen komen in het straatbeeld. Zou dat de oplossing zijn voor de vele fietsendiefstallen. Of leidt dit tot allerlei achtergelaten fietsskeletten  in achteraf steegjes, ruw in stukken verscheurd of platgetrapt alsof een dolle olifant er de charleston op danste, ontdaan van de registratieplaatjes? En wat doen we met de mensen die hier maar tijdelijk zijn, om te werken .................. een gat er in? Of persen we er een grote letter op? 
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Scheldregio en haar inwoners.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen