zondag 18 maart 2012

Een handvol nukkige dames

 De Westerscheldedijk langs de Westerschelde ter hoogte van Hoedekenskerke is eeuwenlang een bron van zorg geweest. De stroomgeul, die, herinner ik me, in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw nog vlak langs de dijk liep en er voor zorgde dat de schepen naar Antwerpen vlak langs de kust voeren, is nu minder belangrijk voor de scheepvaart geworden. De grote schepen, mammoettankers van soms meer dan 300 meter lang, die langs Terneuzen richting Antwerpen varen, passeren nu aan de andere oever, ter hoogte van Walsoorden en Perkpolder, om daar weer over te steken richting Hansweert
 In de middeleeuwen en de jaren daarna was de dijk bij Hoedekenskerke vaak het slachtoffer van dijkvallen, waarbij de buitenzijde van de dijk ondermijnd werd door het water van de Schelde. Hierdoor moesten soms stukken land prijsgegeven worden aan de zee en werd de kwetsbare zeedijk extra beschermd door een evenwijdig aan de dijk lopende inlaaagdijk.  Toch kon dit niet voorkomen, dat zelfs twee dorpen Vinningen en Oostende in de middeleeuwen aan de Schelde prijsgegeven moesten worden. 
 Eén van die inbraken is nog steeds goed te herkennen als de geïnundeerde inlage bij de Coppen Heijnenhoek, of zoals ze dat in Hoedekenskerke noemen, het Kapuun'oekdiekje, waar we vroeger krabben gingen vangen. Die inlage is later omgebouwd tot veerhaven - nu is het een jachthaventje en de thuisbasis van de watersportvereniging.




Grotere kaart weergeven



Ten noorden van Hoedekenskerke ligt nog een meer dan 1,3 km lange inlaagdijk, die het achterland moest beschermen tegen mogelijke doorbraken vanuit de Schelde. Het laaggelegen weidegebied, verzilte moerassige wetlands, noemen de Otjeskerkenaren al eeuwenlang een boeierd. Boeierd is een Zeeuws woord, waarmee een moerassige, zilte weide bedoeld wordt.
 Tegenwoordig zijn de boeierds in hun grootte aangetast door de dijkverzwaringen van de laatste decennia. Als je vanuit het zuiden naar het noorden de kust tussen Baarland en de Biezelingse Ham bekijkt vind je langs de hele kust boeierds: vanaf de vroegere vuilnisbelt ( ter hoogte van de voormalige veerhaven); ter hoogte van het dorp Hoedekenskerke zelf ( buurtschap De Boeierd) en ten noorden ( vanaf de Landbouwhaven met gemaal Groenewegen tot aan de Biezelingse Ham ).....
Die laatste genoemde boeierd roept bij mij associatie op van lange hete zomervakanties, waarbij we met opa mee mochten om de koeien te halen die in de Boeierd liepen en die thuis aan de Havenstraat ( Kaaistraete) gemolken werden. Je kunt het je niet meer voorstellen
met een handvol nukkige dames het dorp door, met alleen een stok om ze te leiden ..... Warme trillende lucht - koeienvlaaien - prikkelbosjes ( meidoorn), zoemende insecten en dwarrelende vlinders, stekels en broeiers, gele- en blauwe kwikstaartjes voor je voeten en vogeltjes, die hoog boven je hoofd tot een haast onzichtbaar stipje hun lied zong (leeuweriken) - een vakantie waar aan geen eind leek te komen ....... kortom: zo’n echte zomer, zo’n Theo Thijssen zomerEen Zomer in Zeeland.

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
 
SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio

1 opmerking: