woensdag 16 mei 2012

Een dooie muus

 Wie zijn roots in Zeeland heeft, kan zich er wellicht op beroepen een oma of opoe te hebben, die nog in klederdracht liep. Piet van't Zelfde woont nu in Dordrecht en koestert deze foto, die begin jaren dertig in Vlissingen gemaakt werd. Hij schrijft er over: Bijgaande foto zien jullie mijn moeder, Catharina Janna Beun, (23 augustus 1906, Vlissingen) dochter van Jannes Beun (12 augustus 1874, Aardenburg) en Marie van Gijs (19 november 1877, Biervliet). Zij zit op deze foto met mijn zusje Johanna van 't Zelfde (Rotterdam, 27 april 1927) in dezelfde klederdracht die nu ook nog gebruikelijk is in Zeeland.
 Cato, want zo werd ze genoemd, draagt hier de protestantse Zuid-Bevelandse dracht, die zich kenmerkt door de grote zondagse bovenmuts, d'r hoeie musse, gemaakt van Rijselse kloskant. Zo'n grote musse werd alleen te voorschijn gehaald op zon- en feestdagen, want zo'n brede muts was wel mooi, maar niet erg praktisch als je door de weeks de waste most doe: of het huis dweilen - dat moge duidelijk zijn. Dan droegen de vrouwen een daegse musse, een tupmusse van wit pique. Wel hadden ze dan door de weeks ook hun vervaarlijk uitziende oorijzer op, dat zich manifesteerde in twee gouden stukken, stikken, ter hoogte van de ogen. De door-de-weekse stikken waren kleiner dan die voor zondag - verschil moet er wezen. Dat gold ook voor de bloedkralen - elke vrouw in klederdracht had een setje kleine kralen voor door de week en een vijf of zes rijen bloedkoralen bijeengehouden door een gouden slot in de nek voor zon- en feestdagen. Het haar werd opgerold op het voorhoofd tot een blis of een dotte en ik herinner me dat mijn opoe dan een dooie muus, dat zeiden we d' r tegen, in haar haar rolde om wat volume te krijgen .. Een brede blis was sjiek. We keken als kind altijd vol bewondering hoe mijn opoe zich aankleedde - ze zat met spelden aan elkaar vast .......


 Het feit dat Cato hier de protestantse Zuid-Bevelandse dracht draagt betekent niet dat ze ook op d'r boers was, zoals wij dat noemden. Ze groeide op in Vlissingen, herinnerde Piet zich. Het wordt niet helemaal duidelijk waarom Cato hier in de protestantse Zuid-Bevelandse dracht gekleed is; de Walcherse zou natuurlijk meer voor de hand liggen. Misschien dat ze door de één of andere tante uit de Zak aangekleed was om in Vlissingen nae de fotohraaf te haen - bij ons in de familie moesten de nichtjes uit de stad die kwamen logeren, er ook altijd aan geloven ........ getuige de foto's van jonge dames in onwennig doek en beuk geperst.
Kleine Jopie vindt het allemaal maar zo zo ....... dat zie je aan d'r gezicht - ze staat er wat ongemakkelijk bij voor die vreemde vent onder die zwarte doek .... die het over een veuheltje heeft, dat ze nergens kan bekennen. Volwassenen vinden het nu eenmaal leuk om kleine kinderen een beetje voor de gek te houden, dus logisch dat je zo'n man dan niet helemaal serieus neemt. Volwassenen vinden het ook leuk om kleine mensjes zo aan te kleden als kleine volwassenen - veel liever had ze daar als prinses gestaan of als fee of desnoods als Teletubbie, maar niet met zo'n rare vlindermuts op d'r hoofd.
Hans Koert - Piet van't Zelfde
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg Feesboek

SlikopdeWeg: De Zeeuwse blog over de Schelderegio en haar bewoners  bereikt één dezer dagen haar 100.000ste pagina-hit: voorwaar een mijlpaal.  

1 opmerking:

  1. Geweldig om mijn familie weer op je blog te zien... heb er toevallig vorige week nog naar gekeken.
    Bedankt en tot ziens.
    Piet

    BeantwoordenVerwijderen