maandag 7 mei 2012

Pit

 Wie zijn ogen de kost geeft, zal heel wat kleine historische elementen in het Zeeuwse landschap terug vinden, die ooit door mensen zijn aangelegd.  Drinkputten echter, worden daarbij vaak vergeten.  Ze zijn er gewoon, denkt men, maar men beseft vaak niet  hoe belangrijk deze koeie-, paere-, of drienkpitten in het verleden waren.
 Zeeland is door zijn ligging in de Schelderegio een gebied dat niet bang hoeft te zijn voor verdroging - zo lijkt het op het eerste gezicht - water genoeg, zou je denken, alleen is dat meestal zout of brak. In de vroege middeleeuwen hield men schapen op de uitgestrekte schorren. Schapen zijn beter bestand tegen de zilte omstandigheden van het schor. Men groef in het schor putten om het regenwater in op te vangen, een zogenaamde hollestelle. Zo'n hollestelle was een heuvel, een verhoging in het landschap, die enigszins hol was, waardoor het getij niet in de drienkput kon lopen. Toen men land ging inpolderen verdween de hollestelle uit het landschap.
Binnendijks hoefde zo'n put niet hoog te liggen en daarom werd een drinkput niet meer noodzakelijkerwijs op een heuvel gebouwd.  Wel moest er voor gezorgd werden dat het brakke grondwater zich niet met het regenwater vermengde - daarom werd de bodem van zo'n put met aangestampte klei waterdicht gemaakt. Vaak zie je hoe de koeien met hun poten de randen afgetrapt hebben; soms is zo'n koeienpit langzaam vol gegroeid met waterplanten Tegenwoordig onderhouden we dat met een kraan, die de put uitgraaft - vroeger gebruikte men het molbord, een soort van grote houten schep waarmee de knecht met een paard de blubber uit de put trok.
Tegenwoordig zie je vaak hoe het vee in de wei water kan drinken uit een oude badkuip; soms uitgerust met een zonnepaneel en een pomp, die drinkwater aanvoert.  Wie wat schapen heeft lopen op een dijkje zal zelf voor drinkwater moeten zorgen, wat betekent dat de boer met z’n trekker en een tank, water vanaf de boerderij zal moeten aanvoeren - wat dat betreft is er niks veranderd met vroeger, al prefereer ik, een echter ouderwetse natuurlijke drienkput, zoals deze onlangs gegraven drienkput bij de Biezelingse Ham, binnendijks tegen de zeedijk aan. Niet alleen de koeien genieten hiervan, maar ook de flora en fauna van het gebied. Een historisch element dat gekoesterd moet worden ..... Nu nog een automaat voor de dorstige fietser, die zijn drinkwaterflesje vergeten is te vullen .........  Wie ziet daar brood in? ...... of liever: water?
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #SlikopdeWeg. Facebook

Slikopdeweg: Een wekelijkse Zeeuwse blog over de Schelderegio en haar bewoners.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen