maandag 10 september 2012

Huus-knallers


Heeft de jeugd de toekomst nog? Een pakkende en intrigerende titel, die nieuwsgierig maakt en ook wel wat provocerend is ……… Vorige week werd er een lezing gehouden door B., zeg maar Bas, Levering, wijsgerig en historisch pedagoog in de Pompweie in Kortgene. Ik was er niet bij, maar de PZC wel en  weidde er een uitgebreid artikel aan, getiteld Samenleving is kindonvriendelijk ……..  Het verslag in de krant destilleerde een aantal quotes, zinnen, stellingen, wellicht compleet uit hun verband gerukt, maar toch zo dat ze me aan het denken zetten ……..
Eén zo’n stelling luidde: Heeft de jeugd nog jeugd? Een generatie die gewend is te krijgen wat ze wil op het moment dat ze het wil, staat ook op het punt om het als eerste generatie sinds mensenheugenis minder welvarender te worden dan hun ouders. (Quote uit: Samenleving is kindonvriendelijk door Claudia Sondervan) (bron: PZC 8 sept. 2012).

Een somber vooruitzicht …………… een gegeven, een vooronderstelling, die ervan uitgaat dat we aan de vooravond van een langdurige recessie staan – de zeven magere jaren, die we kennen uit het oudste boek ter wereld ….. Op zo’n symposium, tijdens zo’n lezing, hoor je als wetenschapper-die-er-toe-doet choquerende uitspraken te doen - uitspraken die aankomen – vaak worden die dan verderop tijdens het betoog genuanceerd, maar de harde vaststelling hierboven blijft hangen ………..


Er zullen maar weinig generaties zijn, die niet schouderophalend of verbijsterd, kijken naar de opgroeiende generatie, die op het punt staat om de wereld van de volwassenen in te stappen ……. Dat was vroeger zo – dat is nog steeds zo. De generatie van onze ouders verbaasde zich in de jaren vijftig en zestig over de haardracht en kleding van d'ankommende huus, over hun muziekkeuzes (Keuziksters, noemde mijn opa de Rock en Roll rage), de Flower Power beweging, de Kabouters in Amsterdam of de rebellerende studenten rond het Maagdenhuis …………. Voor wie nu dreigt af te haken is even goochelen op je smartphone een optie …….. Hoewel er ook nu heel wat zaken zijn, de jeugd betreffende, die kritische reacties oproepen bij de oudere generatie, weet ik, dat het bij, negen van de tien jongere, gewoon goed  komt – eenmaal volwassen hopen ze op een goede baan, een leuk gezinnetje en een eigen huis ………… Zo is het nu – zo was het vroeger.


  De zin, nu helemaal uit zijn verband gerukt: Een generatie die gewend is te krijgen wat ze wil op het moment dat ze het wil, houdt me bezig. Ik zie genoeg elementen hiervan om me heen, waardoor ik denk dat er wel een kern van waarheid in zit – Het lijkt de laatste decennia niet op te kunnen ..... Jong zijn in de XXI-eeuw betekent een ipod, een spelcomputer en genoeg beltegoed om 24 uur per dag online te zijn .......... en de ouders hoesten het voor het grootste deel braaf op, want wie wil niet dat zijn kind er gewoon bij hoort? Aangezien ik zelf ook al zo langzamerhand aan de andere kant van de weegschaal beland ben, ga je vergelijkingen trekken met je eigen jeugd. Opgegroeid in een “modaal” gezin ( het modaal van toen is niet het modaal van nu) hadden we’t niet breed, maar waren we ook niet arm, al werd elke onafgestempelde postzegel hergebruikt ..... ( Sorry hoor, ik heb geen stickertjes meer, hoorde ik onlangs op het postkantoor!)   


De generatie, die vlak na de Tweede Wereldoorlog aan een gezinnetje begon, de babyboomers heten hun nakomelingen, huus-knallers zouden ze eigenlijk op zijn Zeeuws genoemd moeten worden, vaak 'n êêle kôôje, hadden te maken met de wederopbouw, waarbij trouwen, huus en 'n uus, vooral afhankelijk was van laatst genoemde, waarbij zo'n klein hasje je kansen op een woning deed steigen ..... Heel wat jonge ouders trokken eerst in bij pa en ma, voordat ze, na jaren wachten, een eigen naoorlogs nieuwbouwhuis konden bemachtigen.  Bij ons was dat niet anders.
Ik ben geboren in de voorkamer van mijn opoe en opa’s huis in Hoedekenskerke ( aan de Kaaistraete - nummer A140 - alle huizen hadden toen nog een eigen uniek nummer) en pas na een aantal maanden kwamen, wellicht ook dankzij mijn aanwezigheid, mijn ouders in aanmerking voor een naoorlogshuisje (met woonkeuken) aan de Nooreweg (de Noordweg) A205.   Hoewel er nooit gebrek was, betekende het voor mijn ouders dat elk dubbeltje vier keer omgedraaid werd voor het uitgegeven kon worden ………

Ik herinner me hoe mijn vader zijn loon wekelijks moest gaan ophalen bij zijn toenmalige baas, tevens oom, die een groot fruitteeltbedrijf leidde.
Thuis gekomen met het licht bruine loonzakje werd de inhoud door mijn moeder vakkundig verdeeld over verschillende potjes …….. een potje voor dagelijkse boodschappen, een potje voor kleding, en voor (buta)gas en licht, een voor’t ziekenfonds (werd toen nog wekelijks opgehaald), een potje voor verjaardagen, een voor onverwachte uitgaven en later, maar toen zat ik al op de middelbare school, een potje voor vakantie.  Die potjes waren soms letterlijk potjes, maar vaak ook (gebruikte) enveloppen en ik herinner me ook een langwerpig lichtgeel metalen doosje (Brabantia) met vakjes en gleufjes en slotje, waarop in zwarte letters de verschillende posten gedrukt stonden: kleding – vakantie – verjaardag enz.  Ik herinner me het gezucht als potjes leeg bleken en er “overgeheveld” moest worden … vakantiegeld verdween zo wel eens deels in de kledingpot.


Uiteraard had ik als schoolkind een vergelijkbaar systeem gemaakt, goed voorbeeld doet goed volgen, en werd er lustig met zakgeld, of geld verdiend in de tuin of boomgaard, heen en weer geschoven ….. en als aan het eind van de week de kas niet klopte maakte ik hem kloppend: huppieduppie. Regelmatig werd er verdiend geld naar de Boerenleenbank in de Kaaistraete (= De Havenstraat) gebracht waar van der Reepe, veilig achter een loket, het bedrag keurig bijschreef in het boekje, voorzag van stempel en handtekening ……….. maar nooit kon je meer geld uitgegeven, dan er in de potjes zat – dat was een waarheid als een koe, die gold voor de huishouding van mijn ouders en de zakgeld-houding van mezelf.
Zou het komen dat de jeugd anders met geld omgaat, omdat ze het niet meer echt in handen krijgen? Plastic geld komt vaak (te) gemakkelijk uit de muur – op de pof of afbetaling kopen kun je overal …. Rente was nog gewoon rente ( mijn eerste ontvangen rente bedroeg ƒ 0,25) - je kreeg rente (sparen) of het kostte rente, maar met lenen van de bank daar had je als kind in 1960 niets mee van doen - hooguit een keer een kwartje bij je moeder .... Met begrippen als 0 % rente strooien bijvoorbeeld autoverkopers tegenwoordig hun klanten zand in de ogen ... Laten we’t loonzakje maar weer invoeren, waarbij je je verdiende loon letterlijk in handen krijgt .... de briefjes en muntjes letterlijk over verschillende potjes verdeeld moet worden en als we geld willen sparen of opnemen, gaan we gewoon weer naar de bank, naar een stenen gebouw om de hoek, met een loket en een mensch, die, streng en zunig kiekend het op te nemen bedrag onder elkaar zet ( zes min vijf kan niet één onthouden …) en met een potloodje en gefronst voorhoofd handmatig het op te nemen bedrag aftrekt van je vorige saldo en muntje voor muntje aan je uittelt ………….. Je creeert er banen mee en je leert de ànkomende huus alvast met minder geld rondkomen.  

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Feesboekgroep Slik op de Weg ( je moet wel ingelogd zijn op Feesboek)
SlikopdeWeg: Al 1100 keer de Zeeuwse blog voor de Schelderegio en haar bewoners

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen