vrijdag 26 oktober 2012

Vroeger .....

 ..... was alles beter – dat hoor je nogal eens beweren tijdens een verjaardagsfeestje, waarop 60-plussers elkaar de loef proberen af te steken met sterke verhalen en waarbij de aangedragen voorbeelden uitvergroot en geromantiseerd worden, om hun gelijk te bewijzen.  Natuurlijk is dat onzin – er zijn genoeg zaken op te noemen, waar we niet naar terug moeten verlangen,  zoals, ik hou het bescheiden, ik hou het klein, het stencilapparaat ( waarbij je onder de inkt kwam te zitten als het kwetsbare moedervel per ongeluk dubbel sloeg en al je werk voor niets geweest was), de telefoon in de gang ( er was in de gang geen verwarming en het tochtte altijd onder de deur door) of de ouderwetse typemachine, waarbij je altijd problemen met de aanslag had als je ook op pianoles zat, waar drieklanken gemeengoed zijn …… en waar je fouten met zo’n klein carbonpapiertje met wit poeder kon proberen onzichtbaar te maken, terwijl je't altijd bleef zien....... Je ziet het ... de grote problemen laat ik liggen - de kleine blaas ik op. 
   Als jongvolwassene dronk ik bier - en rookte ik.  Fasen, in de ontwikkeling  van elk jong mens naar volwassenheid, waar men blijkbaar doorheen moet om ze daarna voorgoed af te zweren. Blowen en slikken associeerde ik in de jaren zestig waarschijnlijk met het opblazen van balonnen en een aspirientje tegen een kater .....   Waar ik als tiener wel een beetje jaloers op was, was het gegeven dat er eeuwen geleden meer bier gedronken werd dan water en melk ….. Melk, zo was de algehele opvatting, was voor de dieren. Hoewel begin jaren zestig zelf fanatiek M-brigadier, met embleem en paspoort en twee bekers melk per dag, was melk drinken voor mij geen bezigheid, die ik met plezier uitoefende.  Vooral toen we nog melk bij opoe en opa haalden - melk-direct-van-de-koe. Nee, ’t was goed voor je botten, beweerde mijn moeder, voor de groei,  en dat deed ik - ik groeide uit tot een lange magere slungel – had ik maar vaker mijn kop stijf gehouden.  En water? …… Wie mijn afkeer voor strand en zwemmen kent, zal begrijpen dat ik ook niet zo’n doucher was ………….. misschien hebben mijn jeugdervaringen in het wasbekken hier wel mee te maken – in je blote billen door de sneeuw vanuit het warme stoepekot naar de keuken rennen …… Water drinken deed je alleen als er geen gazeuse voor handen was.
Logisch toch dat je dan als jonge adolescent, zo noemden we dat natuurlijk niet, je was een nozem of puber, blij was dat je eindelijk bier mocht drinken, omdat dat er bij hoorde; dat gebeurde uiteraard alleen bij Burgel op’t dorp Hoedekenskerke, als er een dansavond was of in de Vroone in Kapelle of het Schuttershof in Goes als er een band speelde - zelden thuis – indrinken was een term die we niet kenden.
Thuis kwam er bijna nooit drank op tafel, herinner ik me –  Alleen 's zomers als het warm was werd er bier geschonken en de link, dat de heeste, die mijn opa verbouwde hoogstwaarschijnlijk in een bierflesje zou belanden, legden we nog niet zo .... Wat was ik jaloers op de kinderen uit de 18de en 19de eeuw, die uit gezondheidsoverwegingen wel bier moesten drinken ....  geen melk of water maar bier …………. Wie hierover nadenkt begrijpt dat er lokaal veel bier gebrouwen moest worden, aangezien de infrastructuur in die dagen nog niet zo was dat je de vaten bier over grote afstand kon aanleveren.
Als je meer over bier en bierbrouwen in Zeeland in vroeger tijd wilt weten, dan moet je bij Eric Hageman en Toon Franken te rade. Zij schreven een boek over “die goeie ouwe tijd”, toen bier volksdrank nummer één was, getiteld Hop en gerst veredeld. Ze richtten zich hier voornamelijk op de geschiedenis van het bier en de brouwerijen, zoals die in Middelburg te vinden waren vanaf ca. 1800.


Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Volg Slik op de Weg op Facebook en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... Al 1100 keer de Zeeuwse blog voor de Schelderegio en haar bewoners

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen