zondag 18 november 2012

Op je boers of burgers

 Toen ze tachtig jaar oud was deed ze, wat eigenlijk iedereen zou moeten doen die op jaren is ….. opschrijven wat je je nog herinnert van vroeger.  Niet alleen voor je nageslacht maar ook voor jezelf …… als geheugensteuntje of ankerplek als met het ouder worden bepaalde geheugenfuncties, sleetse plekken gaan vertonen - vergeetachtigheid - om nog maar niet te spreken van aandoeningen als de ziekte van Alzheimer, waarbij elke herinnering compleet gewist wordt, control – alt – delete.
 Annie M.G. Schmidt, geboren in 1911, schreef in 1992 autobiografische stukjes, die gebundeld werden in een alleraardigst boekje Wat Ik Nog Weet.  Ze beschrijft hierin haar jongste jeugd in het gezin van Ds. Schmidt, haar kinderjaren in Kapelle als de dochter van de predikant, als au-pair in nazi-Duitsland tot aan de oorlogsjaren, waarbij ze als jonge vrouw bibliothecaresse was van de Bibliotheek van Vlissingen was.
Detail Schilderij Kerkgang Kapelle van J.C. Klinkenberg ( Historisch Museum De Bevelanden - Goes)
De meeste verhalen spelen zich af in Kapelle, in de pastorie tegenover de kerk. Ons huis, de pastorie, stond tegenover de kerk. De straat was geplaveid met grote keien waarover de boerenkarren ratelden, altijd enkele dampende verse paardenvijgen achter zich latend. Het was de tijd van paard en wagen. Geen auto's, geen radio, geen televisie. 
Als Annie door het raam naar buiten keek, zag ze ’s zondags het kerkvolk lopen - mooi opgedoft in hun traditionele Zuid-Bevelandse dracht: Over de kerkpaden kwamen de boeren met hun ronde hoeden en boerinnen met hun witkanten kappen, hun zwart lustren schorten, hun bloedkoralen en gouden stukken, hun omslagdoeken met zwarte franje, hun kerkboeken met gouden slot, hun eau-de-colognezakdoeken, hun zwarte kousen, hun zorgelijkheid en plechtigheid en hun Zeeuwse argwaan tegen alles wat niet witte kappen en zwarte schorten droeg. Haar vader, die als een soort Ds. Hendrikse avant la lettre, twijfelde aan het bestaan van God, kon vanaf thuis zien wanneer het tijd was om het laatste stuk krentenbrood naar binnen te duwen ... Ze lopen als kiekebossen, zei haar moeder dan ....  en dan rende hij met zijn hoge hoed, zijn zwarte handschoenen en zijn geklede jas achter de koster met het koffertje aan, waarin de toga en de bef zaten, richting consistoriekamer ... Zeven minuten later stond hij op de kansel en sprak de vrome kudde toe. (Citaten uit Het Dorp - Annie M.G. Schmidt)
Pop met de daagse Zuid-Bevelandse protestantse dracht (Historisch Museum De Bevelanden - Goes)

Zowel Annie als haar moeder waren niet erg gelukkig in het, volgens hen, bekrompen Zuid-Bevelandse dorp .... Moeder was meer een stadsmens ....  Moeder verveelde zich te pletter en hoopte dat haar man ergens beroepen zou worden .... al was't Wladiwostok (uit Eenden) - Annie was geen buitenkind - ze zat het liefste binnen - lezend .... Op het dorp had ze geen vriendinnen. De herinneringen, die Annie beschrijft, zijn zeer herkenbaar …… de schoonmaak, die elk voor- en najaar het vrouwelijk deel van Kapelle (e.o.) als een soort virus aangewaaid kwam (uit Schoonmaak).
Het café, de zonde, dat voor de diep-gelovigen zoiets was als het Sodom en Gomora (uit Max) – het diepgewortelde gevoel, dat de aanschaf van de dagelijkse boodschappen zo over de winkels verdeeld moest worden, dat je geen enkel trouwe lidmaat van de kerkgemeenschap tegen het hoofd zou stoten .... al had de bakkersvrouw schurft danwel eczeem aan haar handen ... - (uit Schuldenaren) – de epidemische plagen van luis, die geen onderscheid maakte tussen rangen en standen (uit Uitgelachen), maar ook hoe en de eerste tekenen van vrouwenemancipatie, die Annie’s moeder ( uit Onderjurk), maar ook Annie, ten tijde van de eerste seksuele revolutie, bereikten …. Begin jaren twintig als er meisjes zijn die hun haren kort knippen, de traditionele klederdracht afzweren en in korte rokken, rokend, de oudere Kapellenaren schokten …. Het was alsof de duivel in een walm van zwavel- en salpeterstank het dorp binnenstoof en met zijn bokkenpoten de foxtrot dansten op het kerkplantsoen. (uit Linda)

 Pop met een vrouw op d'r burgers (Historisch Museum De Bevelanden - Goes)
  Na de Tweede Wereldoorlog besloten veel jonge vrouwen om niet langer de traditionele Zeeuwse klederdracht te dragen – Zo ook mijn moeder, die opgroeide in Hoedekenskerke in een traditioneel boeren gezin, waar haar moeder de protestantse Zeeuwse klederdracht droeg, maar die nooit klederdracht gedragen heeft – Als kind fascineerde me die dracht – die grote muts van opoe op zondag als we naar de kerk gingen – die gouden stikken en dikke glanzende bloedkralen – de nette, waar ze warm onder bleef en die hand, die diep onder haar keuzen een rol pepermunt te voorschijn toverde vlak voor de preek.
Een dillema verbeeld: Boers of burgers (Historisch Museum De Bevelanden - Goes)
  Wat me als kind het meest fascineerde was het ritueel dat gepaard ging met het aankleden ’s morgens – de bles, die om het muusje gedraaid werd, de jakken en schorten, de doeken en beuken, de daagse- of de zondagse musse en al die spelden, die mijn opoe bij elkaar hielden - als een voodoo-pop uit donker Afrika ….. Opoe – Mijn andere grootmoeder was gewoon een oma – zij was altijd op haar burgers geweest – dochter van een herenboer uit de Westpolder bij 't Ouweland (= Oud Sabbinge) - verschil van standverschil moet er zijn.

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Volg Slik op de Weg op Facebook en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... Al 1100 keer de Zeeuwse blog voor de Schelderegio en haar bewoners

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen