maandag 5 november 2012

Ligplaats

 Stel ….. ik huur, voor mijn bootje, waarmee ik op de Westerschelde graag rondjes vaar op mooie dagen, een ligplaats in het haventje van Ellewoutsdijk. Stel .... want ik heb geen bootje .... Het bootje is mijn alles – het geeft me een vrijheid die ik koester en bovendien ben ik graag buiten en geniet ik van het water dat Zeeland te bieden heeft.

 Mijn buren in het haventje zijn beste mensen, die al jarenlang een bootje in het getijdehaventje hebben liggen – Op zonnige dagen, als we op de Westerschelde gevaren hebben, ontmoeten we elkaar en praten over het weer en de getijden, want daarover weten we meer te zeggen dan over koetjes en kalfjes. Het bootje hebben ze van hun laatste centen gekocht en is hun .... alles!  Je leert bovendien veel van elkaar – zo vertelt de naam van het bootje vaak iets over de eigenaar - maar je hoort ook, tussen de zinnen door, dat door de dalende conjunctuur, de afgeknepen pensioenen en de stijgende prijzen in de supermarkt ( en die wereldreis, die ze beter niet hadden kunnen boeken) dat het financieel al een paar jaar constant eb is, zodat hun bootje ook figuurlijk af en toe in de modder vast lijkt te zitten ....  Eigenlijk kunnen ze hun bootje niet meer veroorloven – het ontbeert onderhoud, dat had je al gezien, en het liggeld wordt al jaren niet meer betaald.

  
En dan krijg je bericht, dat je je plekje in de haven opnieuw voor een aantal jaren moet vastleggen - reserveren en .... uiteraard moet daarvoor betaald worden.  Maar hoe moet dat met hen die het geld niet meer kunnen opbrengen?  .... , die al jaren geen liggeld meer kunnen betalen ...... Die moeten afstand doen van hun alles! Logisch toch?  Voor niets gaat de zon op.

 De gemeente Borsele denkt er net zo over bij haar begraafplaatsen – Wie overlijdt kan begraven worden op één van de gemeentelijke begraafplaatsen en betaald daarvoor “liggeld”, meestal voor een jaar of tien. Nabestaanden plaatsen er vaak een (dure) steen waarop de overledene herdacht wordt - ter markering van het graf, maar ook als eeuwig monument voor de overledene.  Wie na een jaar of tien nog niet vergeten is, kan zijn plekje behouden voor een nieuwe periode – zo niet - daarvoor betaal je immers liggeld - dan wordt de steen geruimd – het zichtbare monument wordt weggehaald. Je mag de steen als stoepje bij je voordeur leggen vermoed ik, maar het graf blijft ongemoeid - de grond wordt geëgaliseerd en ingezaaid ….. het graf verdwijnt uit't zicht - wordt vergeten - letterlijk .... en soms ook figuurlijk - gras erover. 
Stel …. Je komt na de winterperiode weer eens kijken bij je bootje en je ontdekt dat je bijna helemaal alleen in het haventje ligt - de bootjes van de buren zijn verdwenen en ook de aanlegsteigers zijn verwijderd. Je bootje ligt eenzaam en verlaten in het verder bijna lege haventje – nieuwe bootjes worden niet geduld ….. Het is eigenlijk niet meer leuk in het haventje - er mist wat ......

 Vroeger had je weinig keus – wie uit de tijd raakte werd in de grond gestopt of …. als je het maatschappelijk gemaakt had en zo’n vierhonderd jaar geleden leefde, dan lag misschien een (droog) plekje binnen de kerkmuren binnen je bereik, maar anders werd je buiten de kerk, in de hof er omheen, begraven, het kerkhof dus. Een eenvoudige steen markeerde soms je laatste rustplaats.
Zo is het eeuwenlang gegaan. De kerk(gemeenschap) verzorgde samen de dodenakker zo goed en zo kwaad het ging. De nabestaanden bezochten soms het graf van hun dierbare overledene nog wel eens en trokken een brutaal vuultje aan zijn haren, dat zijn kans gegrepen had …. Veel graven werden echter nooit bezocht en onkruid en verval, zo typerend voor een begraafplaats, vervuilden de plek. Toen de kerkgemeenschappen krompen en veel mensen zich niet meer vertegenwoordigd voelden door een kerk, nam de overheid die taak over en werden er kerkhoven buiten het dorp gemaakt en belastingen gegeven, om daarvan de plek van de overledenen te onderhouden; de gemeentewerklui streken een paar keer per jaar met een thermoskan koffie en schoffels neer tussen de zerken.

Veel mensen anno 2012 kiezen voor cremeren – begraven blijkt duur te zijn, want de kosten voor een graf worden de laatste jaren omgeslagen conform de onderhoudskosten – de politiek, wij dus, vindt dat eerlijk. Wie de grafrechten niet wil verlengen, mag niet langer zichtbaar zijn. Gevolg ….. de kerkhoven in de gemeente Borsele wacht een kaalslag waarbij slechts een enkele steen zal blijven staan, eenzaam op een gladgeschoren gazon. Graven waar niet voor wordt betaald, worden niet langer gedoogd.

Uit historisch oogpunt is dat uiteraard niet te verdedigen – begraafplaatsen zijn het archief van een dorpsgemeenschap en vertellen een verhaal .... Het kan toch niet zo zijn dat alleen een uitverkoren groep, die het maatschappelijk geschoten heeft, als een middeleeuwer, die het hiernamaal kon veroorloven en binnen de kerk mocht liggen, zichtbaar blijft? Eigenlijk moet een gemeenschap zelf weer betrokken worden bij het onderhoud van de begraafplaats. Dorpen als Baarland, Ellewoutsdijk, Heinkenszand, Nieuwdorp, Nisse en Oudelande hebben al zo'n groep vrijwilligers, die regelmatig vuultjes trekken of omgevallen stenen rechtzetten. En zo hoort het eigenlijk ook -  een dorp is pas een levende gemeenschap als het samen dingen organiseert: feesten, braderieën, herdenkingen, maar ook het bijhouden van de begraafplaats. Maak er een openbaar park van en laat de natuur zijn gang gaan - geef de begraafplaats terug in handen van de bewoners ….. maak het weer de verantwoordelijkheid voor iedere burger - dan krijgt elk dorp, elke gemeenschap en elke burger de laatste rustplek die het verdient ….  

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Volg Slik op de Weg op Facebook en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... Al 1100 keer de Zeeuwse blog voor de Schelderegio en haar bewoners

1 opmerking: