zondag 23 december 2012

Doenker

 De daegen hin zó me open en toe …. zei mijn opa …. as ’n tabaksdooze, zei hij er dan altijd achteraan. De dagen korten – We zitten midden in, wat ze op Zuid-Beveland De Doenkere Zes Weken noemen …………..

DoenkerDuusternis – het waren vroeger, meer dan nu, echt de Donkere Dagen voor de Kerstletterlijk, want straatlantaarns, zoals we die tegenwoordig kennen, waren vroegen met een kaarsje te zoeken ……….. Als de boer of errebeier zo tuss’n licht en duuster, na gedane arbeid, d’n 'uuzen weer opzocht, was het tijd om te eten en daarna ………. De lamp nog even wat hoger gedraaid en nog even een half uurtje lezen in de krante voordat de bestie opgezocht werd.
 Die duisternis bevatte vroeger genoeg stof voor angst oproepende verhalen, waarbij vaag gespuis mie zwarte katten (die konden ontzettend krijsen) en verzinsels over puten, die in't doenker 'n boerekarre rondtrokken over tere kinderzieltjes uitgegoten werden ..... Je mocht ook geen rare gezichten voor de spiegel trekken .... want a d'aene kraoit en de klokke slaet, dan bluuf je gezicht zo stae .. zei mijn opoe dan .....  Als kind trok je natuurlijk een lange neus naar jezelf en was je opgelucht als het weer gewoon in zijn oude vorm terugsprong. Als je eenmaal op bed lag, buten doenker, de deuren dicht, de luiken – de blinden – toe, dan hoorde je het huis kraken en zuchten en meende je vreemde geluiden rond het huis te horen ...... of juist niet ....! Je had respect voor de duisternis – voor het ongrijpbare – het onbekende! 
 Al in de middeleeuwen waren er nachtwakers actief, die voor de veiligheid en de rust in de totaal verduisterde straatjes en stegen moesten zorgen. Geboefte, gespuis en ander ongeregeld werd zonder pardon opgepakt en in ’t kot gestoken als ze in handen van deze dappere beveiligers vielen …… Ze droegen een olie- of kaarslamp en een ratel, die ze met veel lawaai lieten draaien, als ze een donker steegje in gingen .... als een politieauto die met gillende sirenes en blauw zwaailicht door de verlaten straten snelt op weg naar een inbraakmelding in de hoop op een heterdaadje. Die gasten zitten dan natuurlijk al lang met een onschuldig gezicht, onderuit naar 3FM Serious Request te kijken met een zak chips en een pilsje bij de hand, net als de gauwdief in de middeleeuwen, die allang het hazenpad gekozen had als hij de ratel aan hoorde komen ……..
 Voor kinderen is duisternis één van de grootste angsten en taboes, die ze moeten zien te overwinnen  .....
In je slaapkamer bleef zo’n klein lampje branden, dat je in het stopcontact moest steken, meen ik me te herinneren – nog geen glow-in-the-dark sterren aan’t plafond ….. en …. als je wat ouder was en al een horloge, dan gaven de lichtgevende wijzers van je klokje een gevoel van veiligheid …… bakens als vuurtorens in de nacht.

Ik heb nog diepe herinneringen, frustraties zo je wilt,  aan het vuurwerk, dat afgestoken werd na het fruitcorso in Goes maar vooral ook .... aan de tocht er naar toe.
Het fruitcorso was een jaarlijkse optocht van met fruit versierde wagens, tractoren en ander rollend materieel, dat tussen 1955 en 1968 de fruitweek in de tweede week van september afsloot. Het was een feest, niet alleen voor de bewoners van Goes, maar vooral voor alle inwoners van Zuid-Beveland, met name die dorpen, die veel fruitteeltbedrijven hadden.
Elk dorp met een groep actieve fruittelers maakte een wagen, die minutieus met half doorgesneden appels en peren beplakt werd ….. later, hoe kan het ook anders, gesponsord door Bison Kit. Toen kostte arbeid blijkbaar nog niets en werd er nog geld verdiend met fruit ... Zelfs val, herinner ik me, werd nog, als kroet, naar Coroos gebracht - voor de appelmoes.  …… Als kind herinner ik me de kunstig versierde wagens, maar vooral de afsluiting, dat na 1961 ’s avonds, na de taptoe, als het al donker was, gevierd werd met vuurwerk. Het werd ergens in Goes-Oost afgestoken en we gingen dan altijd met pa en oom Joost kijken – We waren meestal laat en oom Joost wist altijd een kortere weg die dwars over een aardedonker sportveld ging ………. Terwijl de eerste pijlen al de lucht in gingen, voel ik nog die spanning in mijn buik ….. voorstappend aan de hand van mijn vader over dat aardedonkere veld - doenker - ik vond er niks aan ….


Nog steeds hebben we niets met duisternis ….. we branden overal lampen, buitenlichten en elke staathoek of donker tunneltje wordt m.b.v. lantaarnpalen verlicht …. Zelf langs sommige snelwegen branden lampen. In de donkere dagen rond de kerst en oud-en nieuw worden hele huizen en tuinen versierd met slingers vol lichtjes, als spinnenwebdraden op een mistige morgen of voorstellingen in de vorm van rennende rendieren voor een slee met gestileerde kerstman of laddertjes van licht .. .....  We accentueren de daklijsten als of we de geesten van de nacht willen aanduiden dat daar een huis staat ....  Hoe gekker hoe mooier lijkt het wel – hoe meer hoe  beter – we willen gezien worden.

Ook de steden in Zeeland doen er dapper aan mee – grote gebouwen worden feeëriek in het licht gezet en in Goes staat een grote kerstboom op de markt. Een kerstboom was vroeger alleen iets voor in de kamer – met echte kaarsjes en een grote, stond alleen in de kerk ……. Maar buiten?  Ik herinner me het niet dat in de jaren vijftig en zestig buiten kerstbomen stonden. Er zijn, anno 2012, nog steeds veel mensen, die diezelfde oerangst voelen voor de duisternis? Hoeveel mensen durven er ’s avonds niet meer naar buiten? Ook al branden er duizend lantaarns op elke hoek? Is die angst om overvallen of  aangerand te worden in elke wijk een reeël gevaar of zit die angst ergens diep in onze genen ….. zoals het noodlot tartend door gekke bekken te trekken in de spiegel - als niemand het ziet? 

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Volg Slik op de Weg op Facebook en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... Al 1100 keer de Zeeuwse blog voor de Schelderegio en haar bewoners

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen