zaterdag 1 december 2012

Lodaline

Gefeliciteerd, dames en heren Krulbollers van d' overkant ......  Zeeuws-Vlaanderen dus, met de toevoeging van jullie sport aan de Inventarislijst van Immaterieel Cultureel Erfgoed,  gesteund door de Unesco.  "Een sport van aarde en armoede", kopt de Spectrumbijlage van de PZC dit weekend. Grappig, dat zoiets gewoons, zo’n onnozel spelletje, dat je ouders en grootouders al sinds mensenheugenis in het café spelen en waarbij je je eerste bol, samen met je vader mocht gooien toen je net kon lopen ineens iets heel bijzonders blijkt te zijn geworden.  Maar wat nu, als straks, over vijfentwintig jaar, de laatst overlevende krulboller, in het verzorgingstehuis Emmaus in IJzendijke, als Laatste der Mohikanen, de spelregels vergeten is …. en de bollen als een soort verhoute kazen alleen nog maar in het streekmuseum Het Bolwerk als rariteit liggen te verstoffen …..? Wordt dan die vermelding weer uit de lijst geschrapt?
(PZC 29 november 2012)
Stiekem ben ik natuurlijk stinkend jaloers. Zelf groeide ik op met bokje springen, buut ( buut voe mun eihen), wigkrupertje, ienkelen, vangertje, maelen en ik heb ook wel eens tegen een tol geslagen, herinner ik me.
Maar het meest kon ik me uitleven in het knikkeren, murpelen. Er waren op het schoolplein altijd wel kuultjes die generaties lang als top knikkerlocaties  bekend stonden …. Zeg maar de plekken, voorbehouden aan de eredivisie. - de plaatsen waar de interstreets werden uitgevochten - de Christelijken tegen de openbaren ..... Je kon ze met je duum spelen of je kon met de vingers knipsen. Ik geloof dat je het spel begon door met een handje vol te proberen direct in het kuultje te gooien, stuken heette dan, maar misschien was dat wel een variant. Ik weet dat je “gewone murpels” had en extra mooie, iets grotere, die stuters genoemd werden. De wisselkoers was, meen ik vijf tegen één.
Ik was nooit erg handig in het spel en als de zomer ten einde was, dan was ik vaak door mijn voorraad heen. Ik blonk niet uit en was vaak derde keus als er gekozen moest worden bij spelletjes. Ze wilden wel met me spelen als ik maar mooie knikkers had.
Die ouwe, soms best wel mooie goud of zilver geschilderde kleiknikkers, die mijn opoe in het knopendoosje had zitten,  waren zonder enkele waarde voor mijn leeftijdsgenoten – Nee, zo’n mooie nieuwe glazen, waar nog geen gebruikssporen op zaten – van die fraai gekleurde, met zo’n kattenoog in het midden ( hoe ze die er in kregen is voor mij nog steeds een wonder), glimmend, verlokkend – daar scoorde je mee. Je kreeg ze soms als Snoepje van de Week, als de bezorgdienst van De Gruyter ( en goede waar en tien procent) zijn boodschappen afleverde ..... Verder moest je gewoon als kind de hoogtijdagen afwachten: je verjaardag en sinterklaas.  En elke week naar Daan de Meester in de Kerkstraat in Hoedekenskerke, om je voorraad aan te vullen, zat er niet in .... Daan, uitbater van de plaatselijke Sparwinkel, had in een kleine etalage, ook een beperkt assortiment speelgoed.

 ( Zierikzeesch nieuwsblad - mei 1958)
   Ik herinner me dat er in de flessen Lodaline, een soort universeel schoonmaakmiddel, een allesreiniger zouden we tegenwoordig zeggen, voor de moderne huisvrouw, vaak een aardigheidje onder in de fles zat – een klein plastic bootje of een klein onderdeel om een helikoptertje te bouwen en ook zat er korte tijd, meen ik me te herinneren, een knikker onder in elke fles Lodaline. Je kunt je wellicht mijn opwinding  voorstellen – een druk die te vergelijken valt met de spanning rond sinterklaas.
Het vervelende was, dat de knikker pas in je hand lag als de fles Lodaline leeg was en, zoals een goed schoonmaakmiddel betaamt had je er maar heel weinig van nodig …….. Lodaline geeft u de zekerheid waar voor uw geld te krijgen, minstens 150 liter  heerlijk schuimend sop voor 43 cent.  Dat is veel meer dan welk ander pakje ook. Waar blijf je dan, Dreft, met je slogan, dat één theelepeltje genoeg is voor de hele vaat?   Tja, als kind maakte dat maar weinig indruk  ...... en je moet als achtjarige wel erg sterk in je klompen staan ….. eigenlijk, achteraf bekeken, bijna een gevalletje van geestelijke kindermishandeling – als fabrikant die druk zo hoog opvoeren, dat je de verleiding bijna niet kunt weerstaan ……. Zoals een e-kind tegenwoordig, een onweerstaanbare verlangen kan hebben het hoogste level van een spel te bereiken ……. 

De rest van het verhaal heb ik gewist uit mijn geheugen – verdrongen  – ik vermoed dat ik er niet af kwam met vanavond op je bloate poaten ni bedde, waarmee mijn opa altijd dreigde, maar een aantal dagen geen Ivanhoe kijken of niet met de trein spelen, zal het zeker geworden zijn ...... De elektrische trein - die moest een weekje werkloos op het spoor blijven staan – een spoor met drie geleiders - rails, want het was Trix en die had zo’n middengeleider, waar de trein stroom vanaf pakte en dat klopte niet!

 Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Volg Slik op de Weg op Facebook en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... Al 1100 keer de Zeeuwse blog voor de Schelderegio en haar bewoners

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen