dinsdag 31 januari 2012

Tot hulp en troost van man en vrouw

Het aantal ouderen in Zeeland zal de komende decennia flink toenemen, wordt ons steeds voor ogen gehouden. Zeeland vergrijst. Het aantal kinderen dat geboren wordt is niet meer wat het geweest is en het aantal jongeren dat hier blijft hangen, neemt af ....... die trekken weg uit de provincie, al was het alleen al omdat veel opleidingen alleen buiten de provincie gevolgd kunnen worden en Zeeland, zegt men, een wat suf imago heeft. Toe nou - suf? - hoezo? In welke streek van Nederland vind je zoveel zonuren, zoveel strand, zoveel oude steden, zoveel opa's en oma's, zoveel wind-tegen of sterrenrestaurants dan in de Schelderegio.
De komende jaren komen er heel veel mensen in deze derde leeftijd bij - velen kijken uit naar hun pensioen - de naam geboortegolf is aangepast tot pensioengolf. Bij de Goese Golfclub denkt men er zelfs overna een zomercursus zo te noemen: Pensioengolf. Voor al die mensen moeten er natuurlijk wel voorziening komen - deze generatie is, ondanks het feit dat ze wellicht al wat gaan grijzen, rimpelen en kalen nog lang niet afgeschreven. Je vindt ze actief op de fiets ( electrisch natuurlijk - we willen altijd de wind in de rug) of als vrijwilliger in kerk, club of vereniging. Maar goede woonruimte is niet voor elke inkomensklasse beschikbaar ....
Vroeger werd iemand die oud was, uitgewerkt, krom van de rimmetiek, slechtziend, -horend of in de geest verdwaald, afgeschreven en opgenomen bij de kinderen in huis of opgeborgen in een bejaardenhuis, waar het goed toeven was, waar je werd verzorgd van 's morgens vroeg tot 's avonds laat tot ... de dood je kwam halen: in ruste ieder hier syn tyt en teynde van syn leven slyt. Je wordt er beziggehouden door vrijwilligers in plooirok met bingo, koersbal en gezellige middagen. Tegenwoordig worden dit soort tehuizen gesloopt en verbouwd en alleen ouderen, die intensieve begeleiding nodig hebben, komen nog in aanmerking voor een plekje. Het bejaardenhuis oude-stijl is bijna verdwenen en evalueerde van verzorgingstehuis naar verpleeginrichting. Wie niet in aanmerking komt voor een seniorenapartement of aanleunwoning, of in de gelegenheid is zijn huis aan te passen tot een levensloopbestendige woning, valt een beetje tussen wal en schip. Waar moet je heen als je oud bent, bejaard, en je hebt nooit geleerd om koffie te zetten of een ei te bakken? En je hebt niet de middelen om huishoudelijke hulp of tafeltje-dekje te organiseren?
In Goes vind je sinds 1655 het Oudemannen- en vrouwenhuis, in 1655 gesticht Tot Hulp en Troost van Man en Vrouw . Nog niet zo lang geleden was dit een gewoon bejaardenhuis. Ooit was het een onderdeel van het burgerweeshuis, dat later een pand naast dit liet bouwen en betrok. Halverwege de 18de eeuw zat het bestuur van het gebouw geheel aan de grond en werd besloten om geen verse oudjes meer op te nemen.
Tegenwoordige Staat van Zeeland - I. Tirion (1753)
Wie zich ooit heeft afgevraagd waar het woord sterfhuisconstructie vandaan komt, weet het nu - waarschijnlijk uit Goes dus! In 1742 werd het gebouw verkocht en werden er soldaten ingekwartierd. Tussen 1827 en 1962 was het weer een kleine 150 jaar bejaardenhuis. Momenteel gebruikt het Luzac-college, een middelbare school, het gebouw. Hiervoor zal ongetwijfeld een oplossing gevonden worden, als mijn ideeën ingevoerd gaan worden - er staan genoeg lokalen leeg. Het Oudemannen- en Vrouwenhuis kan dan haar oorspronkelijke functie weer terugkrijgen - als bejaardenhuis. Aanpassingen aan het gebouw, dat door de gemeenten Goes en borsele opgezet zou kunen worden, zijn niet echt noodzakelijk, want dat dit soort ouderen heeft baat bij een prikkelarme omgeving. Geen lift of traplift; geen internetaansluiting; geen transistorradiootje noch een analoog zwart-wit tv-toestel; geen huisdieren, tenzij spontaan binnengedrongen; geen douche maar een lampetkan met koud water op de gang; geen telefoon of centrale verwarming, maar hooguit een straalkacheltje in de hoek van de kamer, een bedstee en brede vensterbanken voor de geraniums. En in de manhuistuin een poepdoos voor algemeen gebruik. ....... Boven de voordeur zijn de wapens van Goes en Borsele al aangebracht, dus daar hoeven ook geen kosten gemaakt te worden. Of er veel animo voor zo'n basale voorziening is? Ik denk het wel ... bovendien komen er wellicht in Goes en de dorpen er omheen, veel kleine betaalbare huisjes op de woningmarkt vrij, zodat jonge starters, die geen mogelijkheid hebben een hypotheek los te peuteren bij de bank, in aanmerking komen voor een eigen starterswoninkje. Voorwaarde is wel, natuurlijk, dat je tweemaal per dag even koffie gaat zetten of een prakkie gaat brengen bij de vorige eigenaar en bij toerbeurt de emmer leeg gooit in de manhuistuin. ......... (Goes) (foto's: Goes, 's Heer Abtskerke (Hoeve van der Meulen) en 't wienkeltje van Wullempje in Hoedekenskerke) augustus 2011
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
SlikopdeWeg bereikt binnenkort haar 1000ste bijdrage .........

SlikopdeWeg: Een luchtige kijk op de Zeeuwse samenleving.

maandag 30 januari 2012

Vort Ellewoutsdijk

Op het meest zuidelijke puntje van Zuid-Beveland ligt het Fort Ellewoutsdijk. Het werd in de negentiende eeuw aangelegd toen we in oorlog waren met de Belgen. In 1831 trok Koning Willem I met een regiment naar Brussel om orde op zaken te stellen; een militaire actie die bekend zou worden als de Tiendaagse Veldtocht. De opstandelingen hadden de macht gegrepen en hadden Leopold uitgeroepen als hun eerste koning .................. De Westerschelde dreigde plotsklaps weer een grensrivier te worden, iets wat het tot in de Tachtigjarige Oorlog geweest was, toen de Staats-Spaanse Linies aan d'overkant de zwaarbevochten grens was .... . Het fort moest de scheepvaartroute langs de kust van Zuid-Beveland over de Westerschelde controleren.

Grotere kaart
weergeven

Het fort is een versterking die in krijgstaal een redoute genoemd wordt. De kazematten liggen aan de zeekant en vandaar uit konden de kanonnen op de Schelde gericht worden - sinds de dijkverhogingen lijkt dat momenteel een beetje onzinnig, aangezien de verhoogde dijk het fort nu aan het oog van de rivier ontrekt, wat wel weer als voordeel heeft dat de vijand het fort niet ziet liggen vanaf de Schelde. Elk nadeel hep z'n voordeel, zei een groot voetballer ooit .......

In het fort konden zo'n 500 mannen gelegerd worden en binnen in het fort vind je dan ook bomvrije ruimten waar de manschappen konden verblijven. Het fort is, als zodanig, nooit in actie hoeven te komen - er is nooit één kanon op een vijandelijk schip gericht.

De laatste decennia werd het fort voor allerlei doeleinden gebruikt - van gevangenis (kamp) en opslagplaats van defensie tot champignonkwekerij - de laatste decennia stond het leeg en onderhoud was dringend nodig. Onlangs heeft Natuurmonumenten de restauratie afgerond en nu is men op zoek naar een passende bestemming.
De dorpsgemeenschap van Ellewoutsdijk wil graag dat het fort weer een functie krijgt dat past binnen het dorp. Geen casino dus of een sterrenrestaurant, dunkt me. Op het grote geld zitten ze in Ellesdiek niet te wachten - het zout van de zee zou de lak van de Jaguars maar aantasten. Het is een mooie locatie voor openluchtvoorstellingen en tentoonstellingen. De gemeente Borsele wil een themapark binnen haar grenzen, gericht op Energie. Wat mij betreft is het Fort hiervoor een prima locatie - maak er een soort belevingsplek van, een soort Archeon, Aorig Jong op z'n Zeeuws, maar dan niet gericht op de oudheid en de middeleeuwen, maar op de militaire geschiedenis van de 17de tot 19de eeuw. Het zou een mooie aanvulling zijn op het Medieval Experience, dat gepland staat in Baarland. Heel wat beter dan een zij-ig museum, wat ik ook al langs heb horen fladderen. Zo'n Doe-Plek, daar krijg je pas energie van .... De afgelopen tien jaar zijn er in het fort verschillende keren optredens geweest van The Southern Association for Historic Re-enactment, die een legerkamp uit de 19de eeuw binnen de muren van het fort tot leven bracht. Geef die een vaste plek - gegarandeerd een fraai schouwspel op een unieke locatie.
Trouwens, ik hoor ook andere geluiden .......... Gezien de spanningen tussen de lokale Vlaamse overheden en de Nederlandse regering m.b.t. het dossier (spreek uit doo sier) Natuurcompensatie Westerschelde, dat maar niet van de grond wil komen, is het wellicht niet onverstandig het fort in tact te houden als militair object. Mocht de Vlaamse overheid tot actie willen overgaan door bijvoobeeld de sluizen bij Terneuzen te bezetten, de Vlaamse Leeuw te planten op de Middelplaat of te dreigen de Westerscheldetunnel onder water te zetten, dan zijn twee kloeke graafmachines voldoende om de bijna dertig jaar geleden op Deltahoogte gebrachte dijk te slechten en de kanonnen alsnog in stelling te brengen ........... Soldaten hoeven dan niet op stel en sprong gemobiliseerd te worden, die zijn al aanwezig in het Fort - trouwens als de laatst afgezwaaide lichting dienstplichtige Zeeuwse reservisten opgeroepen zou moeten worden, dan is er genoeg loze ruimte in het onlangs gerestaureerde fort voor een bewaakte rolatorstalling ........ En als dit allemaal op niets uitloopt, kan Naturmonumenten altijd nog contact opnemen met de Hells Angels - die schijnen ook nog een clubruimte te zoeken, waar hun motoren droog kunnen staan en ze onbespied een kaartje kunnen leggen - Dat vraagt minimale aanpassingen dunkt me - alleen het bord bij de ingang aanpassen is voldoende: Vort Ellewoutsdijk! lijkt me duidelijk genoeg .......... (Ellewoutsdijk - Zak van Zuid-Beveland) ( foto's: september 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: 1000x een dagelijkse luchtige blik op de Zeeuwse samenleving.

zondag 29 januari 2012

De Zeeuws-Vlaamse Gaai met stip op één?

In januari vindt traditioneel de telling van het aantal tuinvogels plaats. Afgelopen weekend was het weer zover - honderden mensen in Zeeland en elders in Nederland hadden zich achter de geraniums geposteerd met een kladblokje en hun veraf-bril op. De mus was, uiteraard, met stip, de doodgeverfde winnaar van de contest en dat verwondert me niet, want ik vermoed, dat 75% van de tellers het verschil niet weet tussen een ringmus, een huismus, een vink of een rietzanger ....... Elk bruin vogeltje dat neerstrijkt in de tuin is een mus, zoals het publiek bij The Voice of Holland in elke leuke kandidaat, ongeacht zijn / haar vocale capaciteiten, een talent hoort .... dus weer een turfje erbij voor de mus. Is het niet vreemd, dat niemand tegen deze uitslag in de pen duikt? Ik las ergens anders dat de mus terrein verliest, omdat deze vogel steeds moeilijker zijn voedsel in onze betegelde tuinen kan vinden ........ Ik begrijp dat het belangrijk is om zo af en toe de stand van zaken op te nemen - meten is weten en daar wil ik graag bij helpen, maar ik hoop dat de statistici al deze lekeninformatie op hun waarde zullen kunnen interpreteren.
In het Poelbos bij Goes wordt ook zo af en toe een telling gehouden, maar dan door professionals - hoop ik! Ik vond de Broedvogel Inventarisatie Poelbos 2000; een gedegen research en wat denk je? ......... Geen huismus te bekennen. Wel 23 heggenmussen, drie grasmussen en 1 (één) ringmus; Waar is de gedoodverfde koploper gebleven? Kijk, dan val ik al stil, want door mij zouden al die rondhippende vogeltjes gewoon als huismussen geregistreerd geworden zijn, ongeacht of ze in het gras of in de heg gespot werden. En zo'n ringetje door een snavel is wellicht ook in mussenland gewoon een manier vor en pubermus om zich te onderscheiden, vermoed ik. Interessant zo'n telling, vooral als ik een aantal soorten tegenkom in de lijst, die ik zelf niet zo één twee drie zou herkennen, behalve dan, als ze een kaartje aan hun poot zouden hebben ......... de wielewaal, de bosrietzanger, de fitis of de tjif tjaf .... Gek eigenlijk ......... als ik wel eens door het Poelbos loop, het aangeplante oerbos onder 's Heer Hendrikskinderen, en met name het deel dat het Hendrikbos heet, dan struikel ik over de witte ganzen, die zich bij de grote plas ophouden. Kijk, daar hou ik van - groot, duidelijk aanwezig en je moet wel een blinde vink zijn wil je ze niet zien, met hun witte schutkleur tegen het groene gras. Dat zijn dieren naar mijn hart - niet dat stiekeme, onderstruikse leventje van de fitis of de tjif tjaf - gewoon open en bloot het grasland en het pad onderschijtend. In de broedvogelinventaris zijn de ganzen bij de grote plas in het Hendrikbos niet meegeteld, hoewel ze tot broeden komen, lees ik. De diverse soepeenden overigens ook niet! staat er bij. Daar kan ik me dus helemaal niets bij voorstellen. Een soepkip, tot daar aan toe, maar een soepeend? Eendensoep? Met of zonder ballen?
Tijdens een wandeltocht met een natuurgroep kregen we een keer als opdracht de vogels te inventariseren die onderweg zoal ons pad kruisten - dat feest duurde maar kort, totdat ik met mijn lijstje kwam, waarop de schijtlijster, de boerenkoolmees en de Zeeuws-Vlaamse gaai bovenaan prijkten en uiteraard hadden we ook een poepuul gespot en een pluisvogel langs zien waggelen. Sinds mijn inventarisatie onderzoek, hoefden er geen vogels meer gespot te worden. Zal ik volgend jaar mijn lijstje doorsturen bij de tuinvogelinventarisatie? Ik beloof dat ik geen één vogel over het hoofd zal zien ........ als een echte blinde vink!. (Poelbos - 's Heer Hendrikskinderen) ( februari 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: Binnenkort wordt de 1000ste luchtige blik op Zeeland en haar ommelanden gepresenteerd. Zorg dat je haar niet mist!

Zeeuw-Vlaamse gaai en boerenkoolmees in het Poelbos gespot.


In januari vindt traditioneel de telling van het aantal tuinvogels plaats. Afgelopen weekend was het weer zover - honderden mensen in Zeeland en elders in Nederland hadden zich achter de geranimuns geposteerd met een kladblokje en hun veraf-bril op. De mus was, uiteraard, met stip, de doodgeverfde winnaar van de contest en dat verwondert me niets, want ik vermoed, dat 75% van de tellers het verschil niet weet tussen een ringmus, een huismus, een vink of een rietzanger ....... Elk bruin vogeltje dat neerstrijkt in de tuin is een mus, zoals het publiek bij The Voice of Holland in elke leuke kandidaat, ongeacht zijn / haar vocale capaciteiten, een winnaar hoort .... dus weer een turfje erbij voor de mus. Is het niet vreemd, dat niemand tegen deze uitslag in de pen duikt? Ik las ergens anders dat de mus terrein verliest, omdat deze vogel steeds moeilijker zijn voedsel in onze betegelde tuinen kan vinden ........ Ik begrijp dat het belangrijk is om zo af en toe de stand van zaken op te nemen - meten is weten en daar wil ik graag bij helpen, maar ik hoop dat de statistici al deze lekeninformatie op hun waarde zullen kunnen interpreteren. In het Poelbos bij Goes wordt ook zo af en toe een telling gehouden, maar dan door professionals - hoop ik! Ik vond de Broedvogel Inventarisatie Poelbos 2000; een gedegen research en wat denk je? ......... Geen huismus te bekennen. Wel 23 heggenmussen, drie grasmussen en 1 (één) ringmus; Waar is de gedoodverfde koploper gebleven? Kijk, dan val ik al stil, want door mij zouden al die rondhippende vogeltjes gewoon als huismussen geregistreerd geworden zijn. Interessant zo'n telling, vooral als ik een aantal soorten tegenkom in de lijst, die ik zelf niet zo één twee drie zou herkennen, behalve als ze een kaartje aan hun poot hebbben ......... de wielewaal, de bosrietzanger, de fitis of de tjif tjaf ....
Gek eigenlijk ......... als ik wel eens door het Poelbos loop en met name het deel dat het Hendrikbos heet, dan struikel ik over de witte ganzen. Kijk, daar hou ik van - groot, duidelijk aanwezig en je moet wel een blinde vink zijn wil je ze niet zien, met hun witte schutkleur tegen het groene gras. Dat zijn dieren naar mijn hart - niet dat stiekeme, onderstruikse leventje van de fitis of de tjif tjaf - gewoon open en bloot het grasland en het pad onderschijtend. In de broedvogelinventaris zijn de ganzen bij de grote plas in het Hendrikbos niet meegeteld, hoewel ze tot broeden komen, lees ik. De diverse soepeenden overigens ook niet! staat er bij. Daar kan ik me dus helemaal niets bij voorstellen. Een soepkip, tot daar aan toe, maar een soepeend? Eendensoep? Met of zonder ballen?
Tijdens een wandeltocht met een natuurgroep kregen we een keer als opdracht de vogels te inventariseren die onderweg zoal ons pad kruisten - dat feest duurde maar kort, totdat ik met mijn lijstje kwam, waarop de schijtlijster, de boerenkoolmees en de Zeeuws-Vlaamse gaai bovenaan prijkten en uiteraard hadden we ook een poepuul gespot en een pluisvogel langs zien waggelen. Sinds mijn inventarisatie onderzoek, hoefden er geen vogels meer gespot te worden. Zal ik volgend jaar mijn vogelinventaris doorsturen bij de tuininventarisatie? Zeker weten dat ik geen één vogel over het hoofd zal zien ........ evenmin als de blinde vink!. (Poelbos - 's Heer Hendrikskinderen) ( februari 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: Binnenkort wordt de 1000ste verluchte blik op Zeeland en haar ommelanden gepresenteerd. Zorg dat je haar niet mist!

zaterdag 28 januari 2012

De Vrije Schippers belicht ...

De stad Gent zet dit weekend zijn binnenstad in het zonnetje - in het licht wel te verstaan - het middeleeuwse Gravensteen, de kerken en de gildenhuizen langs de Graslei zullen feeëriek verlicht zijn ............. Men verwacht een paar honderdduizend bezoekers, die speciaal voor de lichtshow naar de stad zullen trekken - Poëzie zonder woorden.


Ge zult mij er niet treffen - zeker niet,dat ik van mening zou zijn dat het niet de moeite waard is - het moet schitterend zijn, indrukwekkend, maar ik hou niet van dit soort massale evenementen, waarbij honderdduizenden mensen samenkomen om samen, voor 't eerst in hun leven wellicht, te ontdekken hoe indrukwekkend de binnenstad van Gent eigenlijk is ..... Nou goed, als ik toevallig in de buurt van Gent zou geweest zijn, dan had ik misschien wel even om de deur gekeken. Gent in sprookjessferen als een soort Vlaamse dependence van de Efteling.
Trouwens, voor mij heeft Gent zo'n lichtshow niet echt nodig - die extra verlichting om op te vallen. Zoals een mooie vrouw, fascineert ze ook zonder dat ze zich opgemaakt heeft. Ik ga er ook graag heen als er niets bijzonders georganiseerd is. Deze stad fascineert me, vanwege haar historische decor ... Neem nu de gildenhuizen langs de Graslei - een gevelfront dat imponeert. Eén van de mooiste en meest bijzondere gildenhuizen vind ik die van de Vrije Schippers. Hun imposante gebouw met zijn fraai versierde gevel, dateert uit 1530, het jaar dat de Schelderegio getroffen werd door een stormramp die zijn weerga niet kende, en die decennia lang voor veel ellende en armoede zou zorgen: St. Felix Quade Saterdagh. Het is in een laat Gotische bouwstijl gebouwd, hoewel de vernieuwing in de bouwstijl er al aan zat te komen, de Renaissance.
Boven de deur is een schip afgebeeld, een kraak, een middeleeuws scheepstype, zoals ze hier an de Graslei gelegen moeten hebben - vol koopwaar, die midden in de stad uitgeladen werd. De benaming Vrije Schippers wilde zeggen dat de schippers, die lid waren van dit gilde, vrij mochten varen in Vlaanderen en binnen de stad Gent, terwijl de Onvrije schippers hun handelswaar buiten Gent moesten uitladen ......... Tja, ook toen al was er een soort protectionisme .... en was de één meer gelijk dan de ander!
De Onvrije Schippers hadden ook een eigen clubgebouw, minder mooi, en minder sjiek gelegen aan de Korenlei - maar op zo'n lichtfeestweekend maakt dat niets uit - dan worden alle historische gebouwen gelijk; dan krijgt elke gevelrij door het warme licht een extra facelift, extra cachet, extra uitstraling. Dan is iedereen en alles gelijk - zoals ook een stormvloed als St. Felix Quade Satedagh geen onderscheid maakte tussen rijk en arm en, naar de tijd van nu vertaald, de crisis ons allemaal raakt, om de minister-president van Nederland te citeren. Iedere gevel voelt zich als deel van het geheel, als het lid van een zangkoor, die als al die andere zangers in het koor, zich de ster van de avond waant ..........
(Gent - West-Vlaanderen) ( augustus 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio hoopt het komend weekend haar 1000ste blog te publiceren!

vrijdag 27 januari 2012

De Kleevert - een doortrapte fielt verdacht van moord

Mon Dieu ayez pitie de mon âme; Mon Dieu ayez pitie de ce pauvre peuple ( = Mijn God, heb medelijden met mijn ziel. Mijn God, heb medelijden met dit arme volk) schijnt Willem van Oranje uitgeroepen te hebben toen hij in juli 1584 door Balthasar Geerards in Delft werd neergeschoten - een historische gebeurtenis van grote importantie - een ankerpunt in onze Vaderlandse Geschiedenis. Een honderd jaar later, mei 1687, deed dominee Nicolaas van de Velde uit het Zuid-Bevelandse Driewegen het nog eens dunnetjes over door zijn laatste woorden O God te slaken, terwijl hij aangeschoten ter aarde zeeg - een ingrijpende gebeurtenis, niet zo zeer voor het vaderland dan wel voor de kerkelijke gemeente van Driewegen in het algemeen en zijn huishoudster Tannetje Veth in het bijzonder, die ervan getuige was.
De moord vond plaats in Driewegen in de Zak van Zuid-Beveland, ver weg van al het kwaad, zoals men meent dat het rondwaardt door de grote steden, het Sodom en Gomora van de Lage Landen, in de pastorie, die even buiten de bebouwing stond. De dorpskerk van Driewegen was in 1678 gesticht en de jonge, nog ongetrouwde, dominee Klaas van de Velde moet één van haar eerste voorgangers geweest zijn. Toen hij vermoord werd, preekte de 29 jarige voorganger net een jaar en de kerk zat elke zondag tijdens de diensten propvol - uit alle omliggende dorpen kwamen gelovigen om speciaal naar deze frisse, jonge dominee te luisteren.
Het kerkje zelf is een mooi voorbeeld van een zaalkerk en de stijl van het gebouw wordt bestempeld als 17de-eeuws Hollands classicisme. Boven de ingang hangt een bord met daarop de namen van de stichters van de kerk, de (tweeling)broers Fredericus en Emmericus ( we noemen hem Emmer (?)) van Watervliet, ambachtsheren van Ellewoudtsdyck, Driewege, Coudorpe, Everinge, Sheerheynskinderen en Insulae Wolphaertsdyckiae ( = het eiland Wolphaertsdijk) etc. etc. Hoewel driekwart van de inwoners van Driewegen niet kon lezen of schrijven, vond men het blijkbaar nodig, of deftig, om het gebeuren in het Latijn in de kerkmuur te metselen - of zat de angst er na het zgn. rampjaar (1672) er nog zo diep in dat men uit voorzorg maar voor een wat meer internationale uitstraling koos, die de meeste geletterden, ook uit andere landen, begrepen?
Dominee Jacobus de Cliever uit 's Heerenhoek, collega van de vermoorde Nicolaas, was een jaloers en na-ijverig baasje, die beticht werd van .. zulke verregaande zedeloosheid dat de kiesheid het verbiedt die te omschrijven .... Zo gingen de geruchten, dat hij niet van zijn huishoudster kon afblijven ( de naam de Cliever werd in het roddelcicuit verbasterd tot De Kleevert), 't met zijn buurvrouw deed en er werd van hem verteld dat hij ongevraagd hos was wêzen snieën an de dulfkant, zonder toestemming te hebben van de slootkanteigenaar ........ ( tja, ook een dominee moet zich aan de regels van't fatsoen houden).
Feuilleton. - Toevoegsel tot het geschiedkundig overzicht van de Herv. Gem. te 's Heerenhoek. door Ecclesiasticus ( in de Nieuwe Goesche Courant - (1875) (klik op de foto om hem te vergroten)
Deze Jacobus de Clijver werd serieus verdacht op de avond van zondag 11 mei 1687 de moord te hebben gepleegd. Hij was, meende men, met een geladen geweer richting Driewegen gelopen, door de heg de tuin van de pastorie in gekropen en ..... door het raam der slaapkamer zijnen ambtgenoot in nachtgewaad voor eenen stoel geknield zijnde, tot het doen van zijn avondgebed, schoot hij hem een kogel door het hoofd. Hij bleek zwaar verdacht, omdat de voetafdrukken bij het huis dezelfde brede neuzen hadden als de schoenen van de dominee; er een laadstok gevonden was van hetzelfde type als gebruikt voor het geweer van de voorganger en er waren een paar stukjes stof in de braamstruiken bij het raam gevonden, die klaarblijkelijk van zijn kamerjapon afgescheurd en in de doornen blijven hangen waren, van dezelfde stof als de kamerjapon zoals de predikant van 's Heerenhoek die droeg, kortom - verdenking genoeg, dat hij de fatale schoten afgevuurd moest hebben op dominee Klaas, omdat zijn kerk wel vol zat en die van hem niet .........

Hij is nooit bestraft, omdat hij, eenmaal in't kot, te 's Hage, er gif kon innemen, dat hij in zijn schoen verborgen had ........ Hij ontliep zijn straf niet helemaal - hoewel Balthazar Geeraerds nog netjes gevierendeeld werd, werd het lijk van J d C gebrandmerkt (!) en op het galgenveld in Den Haag begraven .... als een de Evangeliebediening gansch onwaardige, maar als een doortrapte fielt.
Ordinaire jaloezie dus moet het motief geweest zijn - de discrepantie tussen uitpuilende godshuizen en leeglopende kerken - Ojé - als dit weer opgerakelde waargebeurde verhaal nu maar geen lezers vindt onder hedendaagse Zuudbevelandse predikers met lege kerkbanken (Driewegen - ak van Zuid-Beveland) ( foto's: oktoberv2011`)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
SlikopdeWeg: Een dagelijkse luchtige kijk op het Zeeuwse heden en verleden.

donderdag 26 januari 2012

... en hij zette zijn vork in een molshoop

Eén van de meest bekende weidebloemen is ongetwijfeld de paardenbloem - geen typisch Zeeuwse plant maar wel een plant, die ik me herinner van mijn vroegste jeugd. Het moet, denk ik, één van de eerste bloemen geweest zijn, die ik op naam kon brengen. Als peutertje, opgegroeid in de Zak, zal de Latijnse naam me niet genoemd zijn en ik twijfel sterk of het woord paardenbloem bij mijn eerste duizend woorden zat, die ik kende. Nee, een Zuid-Bevelandse kleuter had het niet over paardenbloem, maar over een pisseblomme. Als kleuter moet dat heerlijk geweest zijn om ongestraft zo’n lekker vies woord te mogen uitspreken zonder dat je op je kop kreeg. Natuurlijk zorgde dat ook wel eens voor spraakverwarringen als tantes of neefjes uit andere delen van Zeeland het hadden over beddepissers of bedde- of paerdezêêkers. Die mooie gele bloemen manifesteerden zich in het vroege voorjaar als een bladplant, die al vroeg in het voorjaar weer ging groeien. Ik heb me laten vertellen dat die jonge blaadjes een delicatesse waren, maar dan moest het wel de pech ( of het geluk) gehad hebben dat hij precies onder een molshoop probeerde het licht te bereiken. De jonge blaadjes waren dan nog mals en doordat ze nog geen licht hadden ontvangen van de zon, bleek wit van kleur, zoals witlof of asperges. Het schijnt dat de molsla vooral door stedelingen gegeten werd als een soort delicatesse, met eieren en zure saus ..........ieder z'n meug, zie de boer .......... en hij zette zijn vork in een molshoop.
Als de blaadjes gewoon opgroeiden op een open stuk grond of in een weiland dan vormden de bladeren een rozet die we melkriet of melkwiet noemden en, zo vertelde mijn vader, eigenlijk het beste gedijen als er veel op gelopen of gereden werd. Als kind ontging me die logica, maar ik nam het voor waar aan en dus probeer ik nog steeds niet op de planten te trappen.
De botergele bloemen waren een lust voor het oog, vooral als er een weiland vol mee stond - of de boer er zo blij mee was, betwijfel ik, want waar zo'n rozet groeit, daar groeit geen gras en de dieren leken me er ook niet happig op - toch schijnt paardensla, zoals de plant ook wel genoemd werd, gebruikt als veevoer.
De bloemvruchten, de pluizenbol was ook iets wat fascineerde - als je hard blies dan vlogen de parachuutjes weg om zo de zaadjes ergens verderop neer te laten komen en je zorgde er voor, als onderdeel van de schepping, mee aan de instandhouding van de soort.

Mijn moeder was niet altijd blij als we een paardenbloem aftrokken, want uit de holle stengel kwam een witachtige soort melk, die plakte en snel bruin werd aan je vingers - als dat op je kleren kwam kreeg je de wind van voren. Toen ik later last had van een wrat op mijn hand, leerde mijn oma me om er wat melk van de paardenbloem op te doen en inderdaad was de wrat een paar weken later verdwenen. Of dit door de paardenbloemmelk kwam of gewoon een natuurlijk proces was, vroeg ik me niet af - ik wist het zeker - dat was gekomen door de paardenbloemmelk die ik van mijn oma er op moest doen - mijn oma was heel oud en lief en had zilverwit haar en in sprookjes gebeurden immers ook zulk soort wondertjes die niet uitgelegd konden worden? (Zak van Zuid-Beveland)(foto's: januari 2010 - april 2011)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio.

woensdag 25 januari 2012

Goes aan de bak?

De laatste maanden is er veel aandacht voor het toegenomen treinverkeer op het hoofdspoor dwars door Zeeland tussen Vlissingen en Bergen op Zoom. Met name de toename van het aantal goederentreinen vanuit het Sloegebied, zoals bijv. de autotreinen van Cobelfret uit Vlissingen-Oost, zorgt voor een toegenomen intensiteit op het spoor. Waar de lijn door landelijk gebied loopt is die toegenomen intensiteit nog wel te pruimen, maar het wordt anders als je vlak langs het spoor woont. Nu weet ik dat, als je een huis koopt vlak langs het spoor, je de passerende treinen er gratis bij kijgt ..... dat hoort er nu eenmaal bij! Treinen, zoals de moderne intercity’s, maken minder lawaai dan goederentreinen met losse wagons, die veel geluidsoverlast en trillingen veroorzaken, met name bij wissels. Als je bewust gekozen hebt voor wonen aan het spoor, dan ben je uiteraard niet blij, als blijkt dat het aantal treinen door veranderde omstandigheden flink toeneemt ..... dan moet je wel aan de bak ........
In Goes wordt door een actiegroep van aanwonenden al een tijd geprobeerd samen met de gemeente Goes om met ProRail tot overeenstemming te komen om de overlast van het toegenomen geluid en de trillingen te verminderen. Er waren vergaande plannen om in het traject een betonnen bak te plaatsen, waardoor de overlast van trillingen beperkt zou worden. De kosten hiervoor blijken echter te hoog, dus werd het plan voor de betonnen bak afgeblazen. Normen en keuzes.
Natuurlijk kun je heel veel alternatieven bedenken om de trillingen te verlichten van piepschuim dwarsliggers tot een railtraject opgehangen aan de portalen van de bovenleiding, doch die ideeën zijn of te futuristisch of uit een te fantasierijke duim gezogen. Het beste zou wellicht zijn om het, net zo als in Heinkenszand, rigoreus op te lossen, namelijk door het hele spoortraject te verplaatsen. Vanaf 's Heer Hendrikskinderen ten zuiden van Goes zou het spoor kunnen lopen langs de A58, om dan ter hoogte van de Vlakebrug weer op het oude hoofdspoor aan te sluiten. Dan zijn, behalve de aanwonenden in Goes, ook die van Kapelle, die nu tegen een schutting aankijken, tevreden. De inwoners van Krabbendijke moeten nog maar even geduld hebben. Dat het station van Goes dan buiten de stad komt te liggen is historisch nog niet eens zo gek. Zo was dat vroeger immers ook .....
Zo vind ik de opzet van de plaatsing van de stationnetjes in de ringspoorlijn dwars door de Zak van Zuid-Beveland, bedacht en aangelegd in de tweede decade van de twintigste eeuw, nog steeds een briljant idee. Geen haltes in de dorpen, maar er precies overal tussen in - dan hoeft geen één dorp te mopperen of zich achtergesteld te voelen - en in de dorpen kan er dan geen sprake zijn van trillingen of geluidsoverlast. In Heinkenszand, dat sinds de oorlog flink groeide, lukte dat niet helemaal, maar daar hebben ze't inmiddels opgelost - de voormalige Sloelijn is verdwenen en is verlegd naar de Sloedam. Nu maar hopen dat, als het spoortalud eenmaal fietspad geworden is, ze geen last zullen hebben van horden snorfietsende recreanten van de derde generatie - want die hoor je van ver aankomen ...... door hun gekwebbel! (Goes - Heinkenszand) (foto's: 1927 (archief ) december 2011 - januari 2012)
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
SlikopdeWeg: Een dagelijkse luchtige kijk op de Zeeuwse actualiteit!