woensdag 29 februari 2012

Straô Noordwelle 2012: 1000 kilo in galop

De straô is één van de jaarlijkse rituelen, die op Schouwen-Duiveland in ere gehouden worden - Op de straô van Noordwelle verzamelen zo'n 150, meest Zeeuwse werkpaarden, voor een middagje voetenwassen op het strand.
Het verbaast me elke keer weer opnieuw, hoe de paarden. die voor het eerst weer naar buiten mogen, helemaal los gaan en genieten van zo'n dagje met zo'n dagje naar het strand .... als lammetjes, die voor het eerst naar buiten mogen.
Zo'n Belgische trrekpaard weegt, inclusief berijder, al snel tussen de 750 en 1000 kilogram, maar dat lijkt op het strand van geen enkel belang. Eenmaal in volle draf zweven ze door de lucht als waren het pluisjes van een paardenbloem ( what's in a name), die door het eerste het beste zuchtje wind het luchtruim kiezen.
Het is verbluffend als je zo'n dier helemaal los ziet gaan op het strand, zich rekenschap gevend van de vele toekijkers, al is zo'n run door 1000 kg. massief vlees en spieren, natuurlijk voor berijder en toeschouwer niet zonder risico's. Sommige dieren lijken er enorm van te genieten om helemaal uit hun dak te mogen gaan - het dreunende geluid van de hoeven is indrukwekkend, maar lijkt met de plaatjes deze keer in tegenspraak, waarop de dieren rond lijken te zweven op de wind.
Het straô-rieën op Schouwen-Duiveland kan zich verheugen in een toenemende publieke belangstelling. Ook het aantal paarden dat mee wil doen en zich met een berijder inschrijft, neemt toe ...... Hierdoor dreigt het straô-rieën een massaal bezocht evenement te worden. Een vergelijking met een Ride for the Roses of een Zeeuwse Kust- of Wandelmarathon zijn natuurlijk nog wat prematuur, maar het zou zomaar kunnen dat er een moment te bedenken is, waarop de veiligheid voor paarden, berijders en bezoekers in het geding komt, bijvoorbeeld bij extreem hoog water, waardoor het strand te smal wordt en er te weinig bewegingsruimte voor de kijkers en paarden rest, waarop ze zich veilig kunnen uitleven .......... En een straô met dranghekken kan ik me nog niet voorstellen ......
De straôo van Noordwelle, traditioneel op de laatste zaterdag van februari, is één van de zes evenmenten, die rond dit heidense ritueel georganiseerd worden - momenten genoeg dus om te gaan kijken en de publieke belangstelling te verdelen - het zou mooi zijn als de straô in haar huidige vorm nog jaren veilig georganiseeerd kon worden.
Foto's en berichten over de straô Noordwelle 2012:De aankomst op het strand
Voetenwassen
Over het strand en de duinen
1000 kilo in draf
Dorpsfeest

Riengsteken

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio en haar bewoners.

dinsdag 28 februari 2012

Straô Noordwelle 2012: Over het strand en de duinen

Voor de één begint het voorjaar met de eerste lammetjes in de wei, voor de ander is dat de eerste zingende merel op de vaeste ... Op Schouwen moeten de paardenvoeten eerst gewassen zijn ......
De straô is een jaarlijks ritueel uit lang vervlogen tijden. Er is weinig over bekend, dan dat het al sinds mensenheugenis gehouden wordt ........ dat zegt natuurlijk niks over de ouderdom of de herkomst van het feest.
Men zegt dat het een heidens ritueel is, uit voorchristelijke tijden - uit de tijd van de Kelten, die door het wassen van de benen van hun paarden de boze geesten, die in de winter bezit hadden genomen van de dieren, te verjagen.
Hoe dan ook - in Noordwelle, één van de zes plaatsen waar de straô nog traditioneel plaats vindt, hebben ze daar geen boodschap aan, al is het meer, veel meer, dan zomaar een ritje naar het strand.
Zo'n 150 paarden, meest Zeeuwse trekpaarden, hadden zich op de ring van Noordwelle verzameld om samen, prachtig versierd, naar het strand, het straô, bij Renesse te trekken.
Na het wassen van de benen reed de stoet in optocht door de duinen terug naar het dorp waar een waar volksfeest, met ringsteken en muziek, losbarstte.
Foto's en berichten over de straô Noordwelle 2012:De aankomst op het strand
Voetenwassen
Over het strand en de duinen
1000 kilo in draf
Dorpsfeest

Riengsteken

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio en haar bewoners.

maandag 27 februari 2012

Straô Noordwelle 2012: Voetenwassen

De straô is een traditie, die jaarlijks plaatsvindt op Schouwen Duiveland op een aantal zaterdagen voor de Pasen. Vandaag een tweede serie foto's van de Straô van Noordwelle.
De jonge boerenzoons en - knechten reden op die dag met hun paarden naar het straô, letterlijk strand op z'n Schouws, om de paarden de voeten te wassen.
Dit gebruik werd / wordt per dorp georganiseerd, vroeger op een maandag, en luidde de komst van de lente aan, vandaar ook dat het past in heidense tradities, die wellicht al meer dan duizend jaren oud zijn.
Het straô-rieën beleefde eind vorige eeuw, dankzij de wederopbouw, de mechanisatie, de gevolgen van de watersnoodramp en het afgenomen aantal paarden een historisch dieptepunt.
Het straô-rieën is nu weer helemaal terug, wat blijkt uit de massale belangsteling. Op de laatste zaterdag van februari, de maandag is al decennia geleden ingewisseld voor een zaterdag, wordt de straô van Noordwelle verreden.
Bijna 150 paarden, waaronder opvallend veel Zeeuwse trekpaarden, reden prachtig versierd van het dorp richting Landgoed Zeelandia om daarna bij Kijkduin het strand op te gaan en de voeten te wassen. SlikopdeWeg, de dagelijkse column over Zeeland en omstreken, besteedt, traditioneel, veel aandacht aan dit folkloristisch gebeuren. Deze week worden er dagelijks nieuwe impressies's geplaatst van de Straô van Noordwelle.
Foto's en berichten over de straô Noordwelle 2012:De aankomst op het strand
Voetenwassen
Over het strand en de duinen
1000 kilo in draf
Dorpsfeest

Riengsteken

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio en haar bewoners.

zondag 26 februari 2012

Straô Noordwelle 2012: Aankomst op het strand

De Straô is een traditioneel terugkerend folkloristisch evenement op Schouwen-Duiveland, dat veel kijkers trekt, maar weinig publiciteit krijgt. Hoe dat kan? Ik snap het wel ..... Het evenement valt te vroeg in het jaar - traditioneel vastgelegd voor de paasdagen en daarom zijn er nog maar weinig toeristen - houwen zo! - De straô is een (spontaan) feestje, een beetje Schouws carnaval, alleen voor de inwoners van 't eiland (en omstreken) waar de echte (paarden)liefhebbers, van heinde en ver op afkomen en dat moet zo blijven!
In de zes weekends voor Pasen worden vanuit verschillende dorpen op Schouwen straô's georganiseerd: Burgh-Haamstede, Renesse, Ellemeet, Scharendijke, Noordwelle en Serooskerke.

De komende dagen besteedt SlikopdeWeg, de dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio en haar omstrelken, traditioneel uitgebreid aandacht aan de straô; deze keer die van Noordwelle. De 150 deelnemers komen rond één uur aan op het strand ter hoogte van de duinovergang Kijkduin aan de Rampweg. De stoet zet zich over het strand spontaan in beweging richting strandpaviljoen Blasa Bloesa.Wandelend langs de zeereep of uitgelaten rennend over het strand. Jong en oud - van pony tot Zeeuws trekpaard - ieder op zijn eigen wijze. De straô van Noordwelle karakteriseert zich doordat het aantal Zeeuwse trekpaarden erg hoog is. De meeste paarden zijn prachtig versierd. De komende dagen meer foto's van dit bijzondere kleurrijke folkloristische gebeuren.
Foto's en berichten over de straô Noordwelle 2012:De aankomst op het strand
Voetenwassen
Over het strand en de duinen
1000 kilo in draf
Dorpsfeest

Riengsteken
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio en haar bewoners.

zaterdag 25 februari 2012

Geep

Stel voor - je hebt één middag waarop je je geliefde streek mag laten zien - welke plekken zou je dan vandaag bezoeken? Voor Zeeland is die keus niet gemakkelijk. De historische binnenstad van Middelburg, Veere of Zierikzee? Of wordt het een shot natuur met Het Zwin, het duingebied van Westerschouwen of het strand bij Dishoek? Of zoeken we de confrontatie - het grote ongenoegen? Waterdunen - Hedwigepolder - Plan Tureluur? - Of duik je de geschiedenis in met een speurtocht langs de Staatse-Spaanse Linies in Zeeuws-Vlaanderen, Slot Oostende of een bezoek aan de Plompe Toren van Koudekerke op Walcheren? Of wordt het folklore: ringsteken of de strao?

Nee, die keus is onmogelijk te maken - zeker omdat de tijd, die je hebt zo kort is. Nee, ik zou, mits het lekker stormt en een naderend front onze kust dreigt aan te vallen, me nestelen achter een geurende kop vissoep op de Westkappelse Zeedijk ( achter glas natuurlijk - in dijkpaviljoen De Westkaap) - dichter bij wat Zeeland vormde en bezighoudt, kun je niet komen!

Als kind moest je al leren dat de kust van Nederland langs de Noordzee beschermd wordt, door duinen met, aan de voet daarvan, een vlak glooiend zandstrand .......... behalve ......... ( regels gedijen dankzij uitzonderingen ....) de Hondsbosse Zeewering en de Westkappelse Zeedijk. Bij eerstgenoemde plek werden de duinen bij Petten in Noord-Holland in de middeleeuwen, ten tijde van de St. Elizabethsvloed van 1421 weggeslagen en in 1570 deed de Allerheiligenvloed er nog een schepje boven op, vanaf eigenlijk. Uiteindelijk leidden al die overstromingen tot een vijf en een halve kilometer lange dijk, de Hondsbosse Zeewering.

Grotere kaart weergeven
De duinenrij ter hoogte van Westkapelle, dat als een vooruitgestoken bastion, de aanvallen van de Noordzee op Walcheren als eerste te verwerken krijgt, was al eeuwenlang een bron van zorg en in de 16de eeuw begon men de duinenrij te versterken hetgeen uiteindelijk leidde tot een sterke dijk - een haast onneembare voorpost in de Scheldedelta - de Westkappelse Zeedijk. Tijdens de herovering van Walcheren op de Duitse bezetters in 1944 werd de dijk door Engelse vliegtuigen kapot gegooid (tegelijk werden er ook bressen geslagen in de zeewering bij Vlissingen, Ritthem en Veere) en overstroomde het eiland Walcheren. Onlangs is de dijk weer versterkt en van een nieuwe stevige asfaltlaag voorzien: Een snelweg aan de zee, één van de weinige plekken in Zeeland waar je met je auto tot aan de zeereep kunt rijden ....

Bij storm en hoge zee is dit een schitterende plek om de elementen te ondergaan al, zo moet ik toegeven, ik kies voor een plekje achter 't glas ..... in de auto of binnen in het gezellige warme en droge dijkpaviljoen De Westkaap, dat op de dijk ligt op één der mooiste plekken van de regio. Zeevissers vinden deze plek een interessante ......... Het schijnt, zo las ik, een ideale visstek te zijn waar op geep gevist kan worden. Geep, denk ik dan: Kin je die eten? Zou ik een geep herkennen als ik hem tegenkwam in de Lange Delft? Heb ik ooit geep gegeten? Volgende keer, als ik weer in De Westkaap zit, eens vragen, of ze hem op het menu hebben staan - verser kan natuurlijk niet!

Een blog met een heleboel linken naar eerder verschenen columns: Een mooie gelegenheid om eens kennis te maken met SlikopdeWeg: De dagelijkse
(v)luchtige column over de Schelderegio en haar bewoners. Laat maar eens horen, wat jouw favoriete Zeeuwse stek is - ik vertel het niet verder !

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

vrijdag 24 februari 2012

Een standbeeld voor Eine

Zeeland is de afgelopen 1000 jaar gevormd uit slikken en opwassen die ingepolderd werden en stukken, die weer verdronken als onderhoud van dijken te wensen overliet of tijdens oorlogshandelingen inundatie een hulpmiddel bleek om de vijand te frustreren. In het laatste geval denk ik aan het Verdronken Land van Saeftinghe dat tijdens de opstand tegen Spanje onderwater gezet werd - in het eerste geval denk ik aan het Verdronken Land van Zuid-Beveland, dat ontstond door een wanbeleid t.a.v. de moernering (zout) in combinatie met de zwakke dijken. De oudst bedijkte delen van Zeeland, zoals het gebied rond De Poel ten zuiden van Goes en de Yerseksche Moer en het eiland Walcheren noemen we het Oude Land, dit in tegenstelling tot het Nieuwe Land, dat na 1300 ontstond. Over de bedijking door monniken van het Oude Land weten we weinig ............

Wie op Zuid-Beveland uitroept te wonen op 't Ouweland kan rekenen op misverstanden, want de naam 't Ouweland kan duiden op één van de twee buurtschappen die nog zo heten: Oud Sabbinge, meer een dorp dan een gehucht en 't Ouweland onder Heinkenszand, dat meer een buurtschap is dan een gehucht.
Heinkenszand; Heinken's Zand, het woord zegt al iets over de oorsprong, was eertijds een zandplaat, die gelegen was in de Loo-Yve, de vaarweg, waar langs in de middeleeuwen de schepen vanuit Antwerpen via het Zwake en de Loo-Yve en Schenge, zich een weg zochten naar de Noordzee. De Honte was toen nog niet in zwang als vaarwater ....... Het gebied ten westen van het Zuid-Bevelandse "oud-land", nu begrensd dor de Grote Dijk, was een gebied vol platen, slikken en opwassen dat helemaal tot Walcheren strekte. Eén van de zandplaat, waarschijnlijk eigendom van ene Hendrik of 'Eine, was rond 1250 al zo ver opgeslibd, dat bedijking tot de mogelijkheden behoorde. Dit gebeurde rond 't jaar 1289 toen door de ambachtsheren van Schengen de Ouweland polder werd ingedijkt. Al snel werden er meer opwassen rond de nieuwe polder bedijkt, zoals de Oosterlandpolder, de Oosterguitepolder en de Westerguitepolder en rond 1300 de Oude Kamerspolder. Hoewel niet bekend moet die Ouwelandpolder mionstens een keer zijn doorgebroken, omdat aan de meest zuidelijke dijk , bij 't Vlaandertje, nog steeds een weel ligt, een litteken in het landschap, dat wijst op een dijkdoorbraak. Overigens kun je vanuit de ruimte de vorm van het oorspronkelijke eiland, dat bedijkt werd als de Ouwelandpolder nog prachtig zien ...

Grotere kaart weergeven
De geul tussen het eiland van Heinkenszand, de Schouwersweelsche Watergang en het Schenge werd steeds verder ingedamd. De eerste bewoning van het dorp Heinkenszand bevond zich op de dijk langs de Oosterlandpolder en het Clara's Pad en kon zich, nadat nieuwe bedijkingen uitgevoerd werden, verder uitbreiden ........ Eigenlijk is de nieuwbouwwijk, waaraan eind vorige eeuw begonnen werd, en nu zowat afgerond is, Over de Dijk, één van de laatste groeistuipen van het dorp richting het eigenlijke Oude Land van de Zuid-Beveland, de Poel.
In de Ouwelandpolder vestigden zich enkele pioniers, die het gebied in cultuur brachten. Er staan nog steeds een aantal boerderijen langs de rand van de Ouwelandpolder, maar ook een buurtschap, dat zich nu midden in de polder bevindt en waar, in de vorige eeuw, de spoorlijn zorgde voor wat vertier - een oude goederenloods en - terrein bij de Korteviele duidt nog op activiteiten, die te maken gehad zullen hebben met het vervoeren van oogstproducten zoals suikerbieten.

Het Ouweland zelf ligt nu wat terzijde van de Oudelandse weg als een ingeslapen gehucht - ooit moeten hier de eerste landarbeiders zich gevestigd hebben, die hier werkten bij de boeren in de Ouweland Polder, waarvan, wie zijn ogen open heeft, nog goed te zien is dat de grond erg zanderig is - bij de minste geringste regenbui slaat de grond dicht, tengevolge van de zanderige structuur. Het Bossepad is een voetpad, dan nu nog vanaf het Ouweland richting Westdijk loopt, als een restant van een oud middeleeuws voetpad, een kerkenpad, dat de mensen naar 't durp moest brengen - waar de school, de kerk en 't café was. Voor de eenvoudige landarbeiders hier, met hun grote gezinnen, die hier hokten in kleine muffe landarbeidershuisjes, zonder nutsvoorzieningen als stromend water of riolering, was een proper stenen huisje binnen het dorp wellicht het uiteindelijke ultieme doel om zich te kunnen vestigen; nu lijkt het omgekeerd: De mensen die nu op 't Ouweland wonen ( je woont niet in 't Ouweland, maar op 't .... ) , lijken hier hun droom verwezenlijkt te hebben, te wonen "in d'n buten" en willen voor geen goud meer op't durp wonen. Eigenlijk zou er op 't Ouweland een standbeeld voor 'Eine opgericht moeten worden - die eerste pionier, die projectontwikkelaar avant la lettre, die wat in deze zandbank zag!
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
SlikopdeWeg: Een dagelijkse Zeeuwse column over de bewoners van de Schelderegio enb haar omstreken.

donderdag 23 februari 2012

Bedorven lucht

Toen het onlangs weer eens echt winterde, moest ik denken aan de Kou (sic), zoals die vroeger nog met een hoofdletter geschreven werd. We zijn gewend geraakt aan een lekker warm huis, goed geïsoleerd en met weinig onderhoud aan de kachel - dat was tot de jaren zeventig van de vorige eeuw wel anders. Het huis werd toen meestal slechts verwarmd in één, hooguit twee kamers - in de woonkamer stond een kolenkachel en verder, hooguit, een potkacheltje in't stoepenkot waar gekookt en de was gedaan werd en waar je op zaterdag een teil heet water wachtte met ernaast een brok Sunlightzeep. Eenvoudige boerengezinnen kropen dan in de winter ook samen in zo'n benauwd lokaal verwarmd stoepenkot of schuurtje, zoals onder naaste buren - een ongetrouwde broer en zus. Zij leefden zomer- en winter in het stoepenkot - in het huis kwamen ze, zeker in de winter, haast nooit. Op andere boerderijen was er hooguit één ruimte cq. kamer waar gestookt werd. Verder in het huis, inclusief de slaapkamers of ruimten met de bedsteden, was de temperatuur niet veel hoger dan buiten. Kou dus en ijsbloemen op de ramen.
De kolen, antraciet, werd aan huis bezorgd door de kolenboer, die met een vrachtwagen de zware zwarte zakken afleverde en in het kolenhok kieperde. Zo'n kolenboer zag naar zijn werk en als kind wist ik zeker dat zo iemand nooit meer echt schoon te krijgen was - in elke rimpel glinsterde wel kolengruis - voor mij een reden om voorzichtig te zijn met heel vuil worden, een principe dat ik nog steeds koester. Als kind moest je een paar keer per dag de kolenkit gaan vullen, een zwarte ijzeren bak en het was de kunst om die met een handige zwieper in één keer vol te krijgen - anders leek je wel wat op de kolenboer en dat werd natuurlijk door je moeder niet in dank afgenomen.
De meeste boerenhuizen hadden, behalve een woonkamer/-keuken ook een mooie kamer, een pronkkamer. Hier stond een kabinet met het mooie servies, fauteuils ( en zo'n hoge wiebelasbak, die niet kon omvallen), waar je diep in wegzakte en een tafel met een pluchenkleed. Hier kwam je alleen bij verjaardagen, bruiloften of begrafenissen of andere hoogtijdagen, waarbij dan de kachel aangestoken werd. In de jaren zestig woonden we niet in een boerderij, maar in een gewoon rijtjeshuis - ook wij hadden een voorkamertje, dat normaal gesproken, in de winter, afgesloten was - een no-go area. Het voelde en rook altijd een beetje spannend en typisch als op zondag of bij feestdagen daar de kachel aan ging.

Die kilheid in huis, die ijsbloemen op de ramen, die geluiden 's morgens vroeg als je vader of opa de kachel opporde in de hoop en verwachting dat er nog vuur in de kooltjes zat, zijn latent aanwezige herinneringen, die weer boven komen als het buiten wintert. In de Hoeve van der Meulen bij 's Heer Abtskerke is zo'n oud boerenhuis weer volledig ingericht inclusief een mooie kamer. Nou heb ik nog niet zoveel jaarringen, dat ik de jaren dertig herinner, maar de sfeer die er hangt doet aan de jaren zestig denken. Wie daar rondloopt zal tegenwoordig moeite moeten doen om die sfeer van vroeger weer op te roepen - die somberheid, die kleinburgerlijkheid, die overal doorheentrekkende kilte en die bedompte muffe geur die hoorde bij zo'n langdurig afgesloten kamer ....... het zou mooi zijn als ze nog eens een spuitbus uitvonden zou worden, waardoor je ook die herinneringen weer kunt oproepen ............die melange van stof, CO² en bedorven lucht.
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
SlikopdeWeg: Een (v)luchtige column over Zeeland en haar bewoners.

woensdag 22 februari 2012

Knus

Oude steden zoals Middelburg, Veere en Zierikzee, om er een paar te noemen, kampen met een moeilijk toegangbare binnenstad. De straten zijn gebouwd volgens een historisch bepaald stratenpatroon, waardoor het huidige verkeersaanbod moeilijk strookt met de infrastructuur - gevolg: parkeerproblemen - moeilijk bereikbare winkels ( ook voor bevoorrading), beperkende eisen bij verbouwingen i.v.m. het behoud van een historische binnenstad en weinig uitbreidingsmogelijkheden. Verder is er soms veel leegstand in de oude traditionele winkelstraten. De oplossing ligt voor de hand: bouw grote winkelcentra aan de rand van de stad. Ook andere voorzieningen, zoals uitgaansgelegenheden, bioscopen of schouwburgen kampen met diezelfde moeilijke bereikbaarheid ......... Begin in Middelburg dan ook maar beter niet over de schouwburg, want dan dreig je in de put geworpen te worden ........
Middelburg profileert zich sinds kort met De Mortiere, een meubelboulevardachtig plein, waar honderden auto's een plek kunnen vinden en meubelzaken, doe-het-zelf winkels, tuincentra en elektronicazaken de klanten verwelkomen. Vlakbij ligt ZEP, (= Het Zeeuwse Evenementen Podium) een modern ogend plein met uitgaansmogelijkheden zoals restaurants, winkels, een indoorgolfbaan, een school, een klimavontuur en een museum.
Terwijl het winkelcentrum De Mortiere, zelfs in deze tijden van recessie, langzaam volgebouwd wordt, lijkt ZEP achter te blijven. Het futuristische, in hel-geel uitgevoerde uitgaanscentrum heeft te kampen met belangstelling, lijkt het; een groots opgezette evenementenhal lijkt er niet meer te komen en een fastfoodketen moest onlangs sluiten ( al liggen de kipnuggets momenteel weer in het vet te dobberen, begreep ik). Waarom trekken dit soort voorzieningen buiten de stad niet het grote publiek? Ligt het aan het aanbod? Ligt het aan het feit dat de voorziening buiten de stad ligt of is er iets mis met de sfeer?
Projectontwikkelaars en grote winkelketens denken het patent te hebben op de kennis te weten wat "men" wil - "men" echter, regelt zelf wel wat het wil - zeker nu de recessie vraagt om elk dubbeltje twee keer om te draaien. Deze sfeerloze kille terreinen trekken hooguit een groep mensen, die bewust op zoek is naar ontspanning in, bijvoorbeeld het voetbalmuseum of een snelle hap, maar blijft niet hangen - dat zou anders zijn als de voorziening midden in de stad had gelegen, met gezellige kroegjes en kleine winkeltjes, oude gebouwen en schattige hofjes - kijk, maar helaas, dat creër je niet zomaar even, heren projectontwikelaars, daar hebben duizenden mensen honderden jaren aan gewerkt, aan die ziel, dat haast ongrijpbare gevoel dat gezelligheid genoemd wordt - knus dus! Is daar een beter Nederlands woord voor te vinden - Knus?
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
SlikopdeWeg: De dagelijkse (v)luchtige column over Zeeland en haar bewoners.