zaterdag 31 maart 2012

De Zeeuwse 'henen


 Wie ooit verder gekeken heeft dan het Goese Sas of de jongerencampings van Renesse en zich buiten de landgrenzen begeven heeft om in de vakanties plekken te bezoeken, die niet alleen ontspannen, maar vooral ook inspireren, of zelfs sinds eeuwen bejubeld worden als the places you must have seen before you die, zoals  de piramiden van Cheops, de beelden van het Paaseiland of de Borobodur in het verre Indonesië, zal zeker kennis genomen hebben van de term Werelderfgoedlijst van Unesco.
Als dat je allemaal iets te ver weg vindt, een Batse reize zogezegd, is, dan hoef je tegenwoordig niet meer helemaal naar het andere eind van de wereld te vliegen, maar kun je ook in eigen land terecht. Maak maar eens een rondvaart door de Amsterdamse grachten of laat je verrassen in het ir. D.F. Woudagemaal in Lemmer; word duizeling van de draaiende wieken in Kinderdijk of maak een rondwandeling op het voormalige eiland Schokland. Wie de provincie niet uit wil, kan sinds kort terecht in het Zeeuws Archief, waar hun meters papierwerk rond de West Indische Compagnie, die zo nauw betrokken was met de slavernij, verdiend een plekje heeft verworven op de Werelderfgoedlijst van Unesco.
Binnenkort wordt er een inventarisatie gehouden over die zaken die tot het immateriële erfgoed horen van onze land in het algemeen en de Zeeuwse Delta in het bijzonder.  Een gebruik, zoals het Sinterklaasfeest is een typisch Nederlands feest, dat nergens anders ter wereld gevierd wordt, tenzij er ooit Nederlands zijn neergestreken, die hardnekkig volhouden deze unieke traditie in ere te houden ..... desnoods met een valse baard en een veel te warme tabberd in de tropische zon ........


 Voor Zeeland schijnt het ringsteken hoge ogen te gooien, al wordt dit spel ook in Denemarken gespeeld, wat ik ontdekte toen ik Deense vrienden wilde introduceren in de geheimen van het steken van de ring, het jonassen en de klomp ............ En babbelaars en bolussen zijn ook minder uniek dan we onszelf doen geloven. Wat te denken van het Strao-rieën? Het unieke voorjaarsritueel dat zich slechts beperkt tot het eiland Schouwen, het krulbollen; de wegroestende nissehutten of  ............ de herdenking van de inname van Den Briel!
Of moeten we onze blik niet alleen op eeuwenoude gebruiken richten, maar ons hoofd een halve slag omdraaien en vooruit kijken? Zou de Zeeuwse Kustmarathon of Bløf op deze Zeeuwse Werelderfgoedlijst van immateriële zaken thuishoren? Beide garant voor massaal bezochte evenementen, die uniek zijn voor Zeeland. Of moeten we het in het unieke trekken? Zou het feit dat er in Terneuzen een unieke jazzenclave ontstond rond de voormalige tearoom Porgy en Bess, waar de grote legenden van de jazz willen komen optreden of de concentratie van sterrenrestaurants in onze streek iets zijn wat er op zou moeten staan? Of moeten we't meer zoeken in de alledaagse geneugten, zoals we die hier alleen in Zeeland kunnen veroorloven, zoals het aanbieden aan de Commissaris van de Koning(in) van het eerste Schorreblommetje, gevonden op de slikken van't Zwin, of de eerste pruimen in een stalletje langs de weg of de feestelijke opening van het zeekraalseizoen door wethouder Hekking en burgemeester Van der Vaart? Of moeten we op zoek gaan naar het eigene in ons zelf - onze unieke Zeeuwse 'henen ( genen), dat nuchtere - dat zu'unige, dat doe mae hewoon ...... De rest verdwijnt toch ooit, ook al staat het nog met zulke dikgedrukte letters op de Zeeuwse Erfgoedlijst ........ onomkeerbaar afgevoerd, zoals de doek en beuk, het Muraltmuurtje en de perkoenpaal of het Mossegilde .......

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio en haar bewoners.

vrijdag 30 maart 2012

Patin

 De belangstelling voor oude gebouwen en architectuur is bij SlikopdeWeg nooit ver te zoeken. Historische gebouwen fascineren, maar dat geldt soms ook voor gebouwen die onlangs gebouwd of gerestaureerd zijn.  Zo'n bijzonder project vind ik bijv. het Barcode-gebouw en de fraai okergeel gekleurde gebouwen van het ROC en het Voetbalmuseum rond het ZEP, beide in Middelburg, hoewel laatstgenoemde in zijn ontwikkeling wat lijkt te stagneren. Vorig jaar kwam daar de verbouwde voormalige brandweerkazerne van Middelburg bij.
Het SCEZ (Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland), dat waakt over ons cultureel erfgoed, krijgt begin 2010 de beschikking over nieuwe huisvesting aan de Looijerssingel te Middelburg. Op deze plek, in de voormalige brandweerkazerne, worden het Zeeuws Archeologisch Depot en de Monumentenwacht Zeeland ondergebracht. De naam van het nieuwe locatie wordt "Het Schuitvlot".
Verkeer rond Aagtekerke. Tekening uit Speculum Zelandiae ( 1600)
 De naam Schuitvlot refereert aan de aanlegplaats, die hier lag, ten behoeve van de platboomscheepjes, die vanuit Walcheren, hier aanlegden. Bedenk dat eeuwenlang de infrastructuur buiten de steden abominabel slecht was - wegen, zo die er waren, bleken vaak onbegaanbaar; in de herfst modderig en nat en in de zomer stoffig en vol kuilen. In 1700 schreef Smallegange in zijn Cronyck, dat de landluyden meerendeeels de steden door de bekwame watergangen bezoeken. Bestrating, met veldkeien of andere stenen, steenstraten, vond je slechts in of in de nabijheid van steden. Ieder dorp in Zeeland had wel een zgn. Schuteboer, een schipper die met zijn platboomschuit een verbinding onderhield met de stad. Veel mensen denken dat het schuitvlot alleen op Walcheren voorkwam, maar dat is niet waar - ook op Zuid-Beveland waren er verbindingen, zoals tussen 's Heer Abskerke en Kloetinge met Goes en op Schouwen met Zierikzee.

Het platteland rond Goes (anno nu) 
Vandaar dat het vervoer van mensen en goederen plaats vond over de talrijke sloten, gedolven waterwegen, dulven (van delven) op z'n Zeeuws, die een goede verbinding vormden voor de Walcherse plaatsen, zoals Veere en Domburg met Middelburg. Het Gilde van de Schutelieden verzorgde dit, meestal goed georganiseerde, transport, waarbij niet alleen mensen, maar vooral ook bijv. landbouwproducten richting Middelburgse markt gebracht werden. Je komt tegenwoordig nog namen tegen als het Domburgse Schuitvlot en de Veerse Watergang bij Schellach. Het vervoeren over water met dit soort platbodems, schuitvlotten, was het best ontwikkeld op Walcheren, maar nu al zo'n 100 jaar in onbruik geraakt, doordat de wegen beter werden en de boerenwagens en koetsjes comfortabeler.  Toen de auto zijn intree deed op de Walcherse wegen, stierf het beroep van schuteboer een zachte dood. 
Het gebouw, dat ontworpen werd door Architecten Alliantie, valt op door zijn moderne vormgeving, met name het gebruik van schanskorven met stenen als muren, zoals je ook wel als afscheiding ziet in moderne tuinen of bij rotondes. Het depotgedeelte heeft zwarte damwandpanelen gekregen en het kantoor heeft een fraaie uitstraling door het gebruik van koperen platen, die, in de loop der tijd, hun groene kleur gekregen hebben. Een mooi symbolisch bouwmateriaal, als je't mij vraagt, dat me doet denken aan kerktorens met een groen-koperen dakgevel of de kleur van een eeuwenoude plaquette, waardoor het de boodschap, door het groenachtige patin een stuk geloofwaardiger doet worden .............. En gaat het SCEZ immers niet over ons historisch erfgoed - daarbij hoort, net als craquelé bij een oud schilderij, dat vertouwenwekkende tijdloze patin - symbool van de onvergankelijkheid?
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio en haar bewoners

donderdag 29 maart 2012

Mural Lux

 Graffiti is als kauwgum, achterloos weggesmeten op het trottoir - je vindt het nog vele jaren later terug op het plaveisels als een onherkenbaar grijs plakkaat  .....  Een bananenschil op de grond, zwerft nog drie jaar rond ...... was ooit een slogan, die me altijd bij is gebleven. Het duurt 25 jaar voor kauwgom verteerd is en een blikje vind je over 50 jaar nog terug, las ik ergens - voer voor archeologen dus ............ Acties als Zwerfvuil .. Geen Gezicht zijn dan ook nog steeds, brood- en broodnodig.... en niet alleen in de stad!  
 Graffiti is als zwerfvuil. Primitieve kentekens aangebracht door moderne Cro-Magnonartiesten uit het iPod-tijdperk op loze muren van gebouwen of tunnelwanden, lijken achteloos achter gelaten te zijn en blijven jarenlang, al dan niet rudimentair, zichtbaar totdat de tand des tijd de strijd wint. Grote felgekleurde plakkaten op geluidswallen langs snelwegen ( hoe hebben ze't 'r op gekregen) worden langzaam overwoekerd door onkruid of klimplanten, die daardoor meteen de felbegeerde gedoogstatus krijgen, waar ze zo op hopen ..... Ook oude gebouwen, rijp voor de sloop, maar tijdelijk gered door een geldruikende projectontwikkelaar, wachtend op de sloophamer of het eind van de crisis, zijn gewilde afwerkplekken.
In Antwerpen maakt men van de nood een deugd. Bij het Bonapartedok, tegenover het MAS,  vond ik deze fleurige impressie op de muur van een kennelijk afgebrand en afgeschreven pand, dat het publiek en de slopershamer in leidzaamheid  aan zichzelf voorbij zag trekken. Een kunstenaar, Jan Scheirs heeft zich hier met spuitbus en verfkwast uitgeleefd en de muur voorzien van een gezellige terras, vol drinkende mensen en daardoor de openbare ruimte een tweede leven gegeven ............. De loze schutting, vlak naast zijn huis, aan de Sint Aldegondiskaai, die het afbraakpand aan het oog moet ontrekken, beschilderde hij tot een 4 meter hoog en 18 meter lang schilderij, dat de naam Mural Lux mee kreeg: een typische Aantwaarpse stammenee, waar je nog gewoon mag smoere.

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
Slikopdeweg: De dagelijkse Zeeuwse blog over de Schelderegio en haar bewoners.

woensdag 28 maart 2012

Colijns plaat

 De fiets hoort bij Nederland zoals de tulp hoort bij Amsterdam - toeristen van over de hele wereld, die ons land bezoeken, verbazen zich over onze fietsen ......... Toen ik ooit met een bus vanaf de bootterminal van IJmuiden naar Amsterdam gebracht werd, waarschuwde de overbezorgde gids de reizigers goedbedoeld voor zakkenrollers en ...... fietsers; laatstgenoemden voelden zich heer en meester in de stad en het zou niet de eerste keer zijn dat een toerist op het Amsterdamse asfalt zijn Waterloo vond ...

Voor de oorlog, toen de fiets nog gewoon rijwiel heette, was het zo ongeveer het hoogste dat je als werkende ( of werkloze) arbeider kon behalen - een eigen (meestal tweede- of meerhands) rijwiel. Rijwiel is eigenlijk een ouderwets woord voor de Velocipede, die fiets, die gekenmerkt wordt door een groot wiel, waar je boven op lijkt te zitten - het kleine achterwieltje, als een rudimentair onderdeel, lijkt weinig toe te voegen - eigenlijk zouden we dus onze klassieke fiets met twee gelijkwaardige wielen, rijwielen moeten noemen - dat zou taalkundig meer correct zijn.
 De jaren dertig werden ook in Zeeland gevoeld en dit leidde tot het aan trekken van de broekriem - er moesten in die tijd heel wat gaatjes in broekriemen bij gestanst worden, want vooral de arbeidende klasse voelde de bezuinigingen direct aan den lijve. Minister Colijn voerde allerlei bezuinigingsmaatregelen in, die moesten leiden tot het generen van nieuwe geldstromen om de schatkist te spekken. Eén daarvan was de invoering van een zgn. rijwielbelasting.
Al in 1897 werd er door de toenmalige regering een soort van luxebelasting geheven op rijwielen, maar toen de kamer in 1917 van mening was dat een rijwiel niet als een luxeproduct, maar als een basisvoorziening gekenmerkt moest worden, werd die belasting weer afgeschaft. In 1924 kwam de toenmalige minister Colijn met de zgn. Rijwielbelastingwet en moest elke rijwielbezitter voortaan een rijwielplaatje aanschaffen, á ƒ 3,-- per jaar per rijwiel ( kinderfietsjes en aangepast rijwielen voor gehandicapten uitgezonderd, evenals fietsende militairen, politiemensen en postbodes (!))
 Vanaf 1928 werd de prijs verlaagd tot een rijksdaalder en vermeldde het rijwielplaatje, het bewijs van betaling, dat aangebracht moest worden aan het frame van de fiets, twee achtereenvolgende jaartallen, omdat het belastingjaar voortaan begon op 1 augustus en eindigde op 1 juli van het jaar daarop. De achterliggende gedachte achter deze administratieve aanpassing was een practische: de arbeiders hadden dan namelijk hun vakantiegeld ontvangen.
Tijdens de crisisjaren werden er gratis fietsplaatjes uitgedeeld aan steunzoekers, die immers de forse belasting niet konden ophoesten - wie hiervoor in aanmerking kwam kreeg een plaatje met een gat erin, zodat iedereen zag tot welke groep je behoorde en bovendien, en dat deed veel mensen pijn, een stempel in je trouwboekje. Het zou niet de laatste keer zijn dat een hele bevolkingsgroep gestigmatiseerd werd.
 Vanaf de zomer van 1941 werd de gehate rijwielbelasting opgeheven en verdween het rijwielplaatje. In de ons omringende landen bleef het nog lang in gebruik. Ik herinner me als kind hoe Belgische fietsen een rode of blauwe metalen rijwielplaat hadden aan de voorvork vastgemaakt - we vonden dat als kind bere interessant, want zo'n fietser was wel helemaal vanuit België komen rijden, dat toen in onze gedachten zo ongeveer gelijk stond aan een bedevaartstocht naar Lourdes ..... of de toch van Hannibal over de Alpen.
De onderhandelingen in het Catshuis verlopen moeizaam, zo lekken af en toe berichten uit over de pogingen om extra bezuinigingen te vinden - het schijnt dat er een voorzichtige meerderheid zich aftekent om de rijwielbelasting weer in te voeren ...... Ruttens Rijwielplak - u bent dus gewaarschuwd. Valt het u ook op dat de HO's ( Heren, onderhandelaars) de laatste tijd graag zichzelf laten vastleggen met hun trotse rijwiel arriverend bij het Catshuis? De Colijns Plaat, zoals die in Zeeland met gevoel voor humor genoemd werd, zou wel eens terug kunnen komen in het straatbeeld. Zou dat de oplossing zijn voor de vele fietsendiefstallen. Of leidt dit tot allerlei achtergelaten fietsskeletten  in achteraf steegjes, ruw in stukken verscheurd of platgetrapt alsof een dolle olifant er de charleston op danste, ontdaan van de registratieplaatjes? En wat doen we met de mensen die hier maar tijdelijk zijn, om te werken .................. een gat er in? Of persen we er een grote letter op? 
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Scheldregio en haar inwoners.

dinsdag 27 maart 2012

Op'ouwer

 Wie ooit in de vorige eeuw Zeeland heeft verlaten, om, bijvoorbeeld zijn heil ergens anders op de aardbol te zoeken, als emigrant down yonder bijvoorbeeld, zal de veranderingen in het Zeeuwse van de afgelopen decennia niet zijn ontgaan. De boer, die ooit ergens tussen de Rijkebuurt en de Knaphof, twee buurtschappen tussen 's Heerenhoek en Nieuwdorp, in alle rust en eeuwigheid zijn petoaten dacht te kunnen poten , wordt nu elke ochtend geconfronteerd met een PZC vol alarmerende berichten over giftige uitstoot door fabrieken in het nabijgelegen Vlissingen-Oost en walmend blik, dat zich in de vroege ochtenduren richting tunnel, d'overkant dus, perst of stilstaat, want het woord file is ook in het Zeeuws doorgedrongen als vervanger voor de uitdrukking 'k â 'n op'ouwer, die gebezigd werd als je onderweg even van de fiets moest stappen vanwege een boer die mé z'n beesten op weg was naar de stal om te melken.... Zo gaat dat: nieuwe woorden vervangen ouwe ongemakken. 
 De wegen naar de Westerscheldetunnel, zoals de Sloeweg (N62) en de Bernardweg (N254) aan de Zuid-Bevelandse kant zijn de afgelopen decennia flink volgeslibt met rijdend, soms stilstaand blik - een goed teken natuurlijk als je het uit financieel- economisch oogpunt bekijkt – milieuorganisaties hebben daar ongetwijfeld hun eigen visies op. De tunnel genereert nu meer omzet en is dus eerder afbetaalt, denk ik dan als zunige Zeeuw, dus des te eerder wordt hij tolvrij .... Het begin is er in ieder geval: De tunnel is al een paar dagen per jaar tolvrij .....
 Wie echter van Nieuwdorp naar Goes naar school moet of de drukke N62 te voet of per fiets moet kruisen tussen Nieuwdorp en 's Heerenhoek, kan nu nog gebruik maken van het fietsbruggetje, dat de gemeente Borsele eertijds heeft aangelegd. Hierdoor kun je de Sloeweg veilig kruisen, mits je stalen zenuwen en (spier)ballen hebt, want het bruggetje is niet voor watjes ........
 De plannen voor de verbreding van de N62 en de N254 worden nu uitgewerkt en als we de Provincie mogen geloven, past daar het bruggetje niet meer in ........ of over, hoe je't maar bekijkt. De oplossingen die aangevoerd zijn, blijken allemaal te duur en zeker in deze tijden van bezuinigingen moet men de hand op de knip houden en kiezen voor slimme, innovatieve oplossingen, die weinig geld kosten, maar optimaal renderen en uiteindelijk leiden tot een doelmatige oplossing.
Een tunneltje, zoals de gemeente Borsele en de inwoners van Nieuwdorp, dat graag zou zien, lijkt niet haalbaar, dus wordt er nu naar alternatieven gezocht. .......... Het plan, dat komend weekend op het gemeentehuis van Heinkenszand gepresenteerd wordt, lijkt hoge ogen te gooien. Het plan is simpel en vernieuwend en vergt weinig investering ….. bovendien kan het fietsbruggetje, en dus de veilige oversteek, behouden blijven. Het verkeer op de verdubbelde N62 wordt straks, heb ik uit betrouwbare bron vernomen, als het aan het gemeentebestuur van Borsele ligt, gewoon over een afstand van 100 meter van twee banen naar één baan geleid, zodat het fietsbruggetje gewoon kan blijven staan .... en de inwoners van de gemeente Borsele in het algemeen en die van Nieuwdorp en Knaphof in het bijzonder, zullen hier ongetwijfeld heel tevreden over zijn .........


Een mooi afscheidscadeau van Marga Vermue, zullen we maar denken.


Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
 
SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio en haar bewoners.

maandag 26 maart 2012

Gewichtig

 Het Molenwater in Middelburg is al sinds begin negentiende eeuw niet meer wat de naam suggereert: Water. In 1817 werd het spuiboezem gedempt en het gebied herontwikkeld, zoals ze dat tegenwoordig zouden noemen.  Het terrein kreeg een min of meer parkachtige bestemming ( en dat moet maar zo blijven, zag ik de afgelopen dagen .... veel mensen genoten er van het mooie weer!).  Langs het Molenwater vinden we nog steeds 18de-eeuwse panden, die het gebied een deftige uitstraling geven - alle deeze Gebouwen geeven geen gering sieraad aan het Molenwater, schreef Tirion rond 1750 ....  helaas zijn ook grote delen door de tand des tijds herbouwd met moderne woningen en gebouwen, maar de oude die er nu nog staan geven het geheel cachet.
 Eén van die gebouwen is het voormalige ijkkantoor aan de Zuidsingel.  Het werd in 1739 gebouwd naar een ontwerp van Jan de Munck, de stadsarchitect, - bouwmeester en Wiskonstenaar, die rond het Molenwater meer panden ontwierp, zoals de Lutherse Kerk en de Koepoort. Bovendien woonde hij zelf aan het Molenwater en maakte hij van zijn huis een soort sterrenwacht, het Observatorium ........ Astronomist van zijne Hoogheid, (die) onlangs op eigen kosten, nevens zyn Huis heeft gebouwd ( het Observatorium), om op het zelve Sterrekundige Waarnemingen te doen.
Op deze 18de eeuwse tekening zie je van rechts naar links de Lutherse Kerk, het toen pas gebouwde IJkkantoor ( met het paard ervoor) en het huis van Jan de Munck met het Observatorium; het torentje voor zijn observaties.

 Het IJkkantoor bevat drie etages en de voorkant valt meteen op door de opzichtige, pronkerige raamlijst, die de ramen boven de deur accentueren. Het geeft het gebouw een gewichtige uitstraling - autoriteit.  In de architectuur noem je zoiets een pronkrisaliet. Als je goed kijkt zie je er het wapen van Middelburg in. Het gebouw werd gebouwd in de Lodewijk XIV-stijl  en onder de dakrand vind je in Romeinse cijfers het jaartal MDCCXXXIX ( 1739). Aan de voorkant bevindt zich een kelderluik.
 In de 18de en 19de eeuw (van 1754 tot 1839) werd de bovenzaal gebruikt als concertzaal. Zo leidde o.a. de Duitse componist en dirigent Christian Ernst Graaf hier rond 1750 zijn Collegium Musicum, heb ik vernomen.
In het IJkkantoor werd vooral vaatwerk geijkt, begreep ik, maar ook, zo leren oude kranten, was er aandacht voor ander gewichtig werk, zoals het ijken van gewichten en maten; met name voor de lichte milligram-gewichtjes kon je in Zeeland alleen in Middelburg terecht en dat was belangrijk om te weten voor juweliers en goudsmeden, die immers eerder in grammen dan in kilo's denken.  
Ook inhoudsmaten moesten geijkt worden en dat was, begrijp ik, hun core-business. Bedenk dat er in vroeger tijd allerlei soorten vaatwerk en maatkannen in omloop waren, die gebruikt werden om zaken af te meten. Nu hebben we hooguit nog wel eens een maatbeker nodig in de keuken als we pannenkoeken willen bakken, maar vroeger had de melkboer en bijvoorbeeld de petroleumboer maatkannen. Zo had je melkmaten ( met- en zonder stortrand ), oliematen, vochtmaten, maar ook inhoudsmaten om droge waren, zoals graan, af te "wegen" - een vuufkop ( 5 liter) noemden ze zoiets in 't Zeeuws; dat alles moest elk jaar geijkt, gecontroleerd worden en dat kon tot 1957 hier in het ijkkantoor. Volgens mij gingen de ijkmeeesters ook de boer op,  want ik herinner me dat mijn opoe, die een melkzaak runde, mijn opa eens per jaar met de gewichten en pinten op stap stuurde om ergens op het dorp de maten te laten ijken. Dan werd gecontroleerd of de inhoud of het gewicht  nog klopte en, indien nodig, gecorrigeerd; middels een stempeltje werd dan de maatkan of het gewicht goedgekeurd - geijkt. Dat leek me als kind een schitterend baantje.
Het ijkkantoor was in de jaren vijftig van de vorige eeuw overbodig geworden, zodat de meeste ijkkantoren werden opgeheven. Het hele ijkwezen ging op de schop, omdat, denk ik, het ijken bijna alleen nog maar op locatie gebeurde - ooit met een benzinepomp op stap geweest?  Het NMi Certin uit Dordrecht nam de taken van het ijkwezen over.
Sinds 1958 wordt het gebouw gebruikt door de Scouting ..... blijft het gebouw toch nog zijn belangrijke opdracht gestand; ook het opvoeden van de jeugd is namelijk een gewichtige taak als je't mij vraagt .......
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg
 
Slikopdeweg: De dagelijkse Zeeuwse blog over de Schelderegio

zondag 25 maart 2012

Cro-Magnon

 Gekken en dwazen ..... schrijven hun namen op muren en glazen, beweert een oude zegswijze en als me dat gezegd werd, als kind, bedoelde mijn moeder, dat ik dan moest stoppen om, bijvoorbeeld, met een rode bloempotscherf ( stoepkrijt kenden we niet), de muren of het straatje achter ons huis, vol te schrijven met rare woorden of even vreemde tekeningetjes .............
 Van graffiti had ik als kind nog nooit gehoord op ons kleine dorpje en ik kan me niet meer herinner, wanneer ik voor het eerst met dit soort uitingen bewust geconfronteerd werd; wellicht als we naar de grote stad gingen, naar Rotterdam, vanuit de trein  .............. Voordat die het Centraal Station bereikte, reed je langs de achtertuintjes van volkswijken, waar verkrotte woningen ruimte boden aan graffiti ............. Het voelde unheimisch .... 
 Tijden zijn veranderd. Als ik het tunneltje onder de Drieweg doorrijdt, word je als argeloze fietser verwelkomt door allerlei onsamenhangende kreten, die aan het beton zijn toevertrouwd. Het zal toch niet zo zijn dat de schooljeugd, die elke namiddag de Zuid-Bevelandse polders doorkruist door weer en wind, op weg naar de warme kachel, in plaats van met een hoofd vol nieuwe kennis en schooltassen vol thuiswerk om dit te doen beklijven, met gezwinde spoed  en een gezonde trek op weg naar huis, waar moeders wachten met de thee en een Bastognekoek, zich hier mee bezig houdt?

 Of zou het zo kunnen zijn, dat ze, wellicht overvallen, door een onverwacht opkomende onweersbui, vluchtend bij de eerste druppels, schuilend in dit tunneltje het eind van de bui afwachtten? Als een soort prehistorische grot, dat mag dienen als een 't-is-zô-wé-over alternatief voor het regenpak? Om dan, net als ooit de eerste oermensen, weggedoken in hun grot voor de weergoden buiten, angstig weggedoken in hun tijdelijke schuilplaats, uit respect voor de donder en  bliksem buiten, bij gebrek aan een zinnig tijdverdrijf, overgeleverd aan een mateloze verveling dan wel meligheid, zich te uiten met potlood en kleurstiften op de nog maagdelijk witte muren?   Mythische gecodeerde teksten, straattaal, gelardeeerd met eenvoudige sche(r)tstekeningen, toevertrouwd aan de uitnodigende betonwanden, als Cro- Magnonmensen uit de iPodtijd: Je hoort de archeologen uit 3012 gewoon hun hypothesen opbouwen .....
 Ik heb weinig bij dit soort graffiti, omdat ik vaak de zin, of anders gezegd, de cultuur erachter niet begrijp. Dat zal wel aan het feit liggen dat ik van een andere generatie ben. Ik groeide op in een tijd waarin dat choqueren ook bij het opgroeien hoorde, maar we deden't subtieler, door bijvoorbeeld in onze agenda’s de fotoafbeeldingen van popartiesten (Buddy Holly - Elvis Presley - Johnny Jordaan - The Dutch Swing College Band), van een brilletje of een dun snorretje te voorzien - eerst zo'n klein streepje á la Adolf Hitler, maar dat dan toch maar snel groter makend, omdat dat toch wel erg provocerend was ............ Wat dat betreft past graffiti wel in dat beeld .....

Onlangs trof ik bij de EmTé, een uiting van grafitti aan, een vorm van baldadigheid, kattekwaad, nog zonder -n-, dat wel een beetje past bij onze leuk-normen - Eerlijk gezegd, denk ik, dat ik dit toen best zelf had kunnen verzinnen en misschien ook wel stiekem had durven uitvoeren -  graffiti á la de jaren zestig, dat paste binnen onze schoolagendacultuur en binnen ons denkraam ............ Maar echt, eerlijk, hand op mijn hart, ik mag er dan nu licht om kunnen glimlachen - ik zou dat nu echt niet meer doen ............. Ik zweer 't!
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twittter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: De dagelijkse Zeeuwse column over de Schelderegio en haar bewoners

zaterdag 24 maart 2012

Boom

 Het historische centrum van Goes wordt gedomineerd door de Grote- of Maria Magdalenakerk.  Dit gigantische majestueuze gebouw dateert in haar huidige omvang uit de 17de eeuw, toen het schip na een flinke brand opnieuw herbouwd moest worden. Een oorspronkelijke kerk moet hier al in de 13de eeuw gestaan hebben. Vlakbij het kerkje lag Torenburg, het stenen huis dat ooit gebouwd was door het riddergeslacht Van Borsele, maar pas tot een echt "slot" uitgroeide toen het in bezit kwam van Jan van Oostende en toen het Slot Oostende genoemd werd. Vlak tegen de kerk aan lag het stadhuis met de vleeshal, aan het grote marktplein.
 Om de kerk heen zal ongetwijfeld het kerkhof gelegen hebben en tegen de kerk aan, je kunt dat nog zien aan de oostkant, waar de huizen van de Lange Kerkstraat nog steeds tegen de kerk aangebouwd zijn, zullen de huisjes van de ambachtslieden gestaan hebben die hier in de stad hun brood probeerden te verdienen.
 Het kerkhof, waar, gelegen rond de kerk, de gewone Goesenaren begraven werden, die geen duur plekje binnen in de kerk konden veroorloven, is al lang verdwenen en, na allerlei aanpassingen, is het plein de laatste jaren opnieuw bestraat en, voor zover mogelijk, onaantrekkelijk gemaakt voor parkeerders. Helaas is het plein nog net niet helemaal autovrij, maar dat zal, hopelijk, slechts een kwestie van tijd en inzicht zijn .........  Er zijn namelijk plannen om het voormalige Slot Oostende, beter gezegd Torenburg, te herbouwen, te exploiteren en te integreren in de omgeving ....  

Grotere kaart weergeven
Bij het herbestraten van het plein langs de Singelstraat is er ook, ongeveer waar vroeger het kerkhof gelegen was, een groenstrook aangelegd met gras en enkele boompjes, afgezet met een natuurstenen muur. Voor- en tegenstanders zullen het eens zijn dat de situatie daardoor flink verbeterd is, maar toch mist er nog iets ...... het is allemaal nog net iets te steriel ..........
Binnenkort worden er vier lindebomen geplant, zag ik - vier grote vierkante putten markeerden de plaatsen afgelopen week, in een poging om het plein wat op te fleuren, op te zomeren, zouden ze in Rotterdam zeggen .......... Ik vraag me af of dit met vier extra boompjes gaat lukken. Zou het niet beter zijn hier, bijvoorbeeld als het Slot Oostende, het voormalige Torenburg, in oude luister is hersteld, inclusief het terrein van de voormalige ABN-AMRO bank (snel afbreken die hap), om dan het plein bijvoorbeeld klaar te maken voor bijvoorbeeld een dagelijkse middeleeuwse streekproducten markt, volgens het principe van de vrije economie ( iedereen mag er met zijn scharreleieren gaan staan), met bijvoorbeeld als extra attractie  voor de toeristen bolushappen of toondagkoeienmelken door als middeleeuwers verklede leden van Mooi Zeeland of Ons Boerehoed, nu de folkloristische dag toch niet meer georganiserd wordt; met bedelaars (zakkenvullers), vuurspuwers (critici), kwakzalvers (er zullen toch wel een paar aan lager wal geraakte tandartsen te vinden zijn?) en wekelijks prijsschieten door de schutterij  .......... Maar als het gemeentebestuur dit allemaal iets te oubollig vindt, iets te gedateerd, maak het plein dan in orde voor een cultureel ontmoetingsplaats,  met zitbankjes en een groot filmdoek, pontificaal opgesteld voor het oude ABN-AMRO gebouw(, dan is dat meteen opgelost), waar bijvoorbeeld regionale sportwedstrijden (bijv. Hoek – Kloetinge) of een verslag van de Zeeuwse Kustmarathon live uitgezonden kunnen worden, of richt het terrein in tot een openlucht disco met DJ's en open podia, waar bijvoorbeeld de leden van de Koorschool zich kunnen profileren samen met DJ's van de Dance Tour als the Voice of Zeeland ...... maakt niet uit ...... als er maar volk op af komt.  Nu is het gigantische plein vaak helemaal leeg en verlaten en als het woord pleinvrees niet al bestond zou ik het ter plekke verzinnen - je kunt er soms een kanon leeg schieten zonder een boom te raken .........  okay - een boom zal straks wel lukken, maar toch ......
Hans Koert
slikopdeweg@live.nl
Twitter: #slikopdeweg


SlikopdeWeg: Een dagelijkse blog over Zeeland en haar bewoners

vrijdag 23 maart 2012

Blauw op straat

Het centrum van Gent staat bol van verwijzingen naar de rijke historie van de stad. De Graslei met zijn schitterende gildehuizen trekt jaarlijks tienduizenden bezoekers, evenals het historische Gravensteen, een uniek stadskasteel, midden in de stad. Op drukke dagen zie't 'r blauw van de toeristen .....

Maar ook op culinair gebied, weet Gent te bekoren - de historische Vleeshal kun je niet ongewild langslopen - het nodigt uit om een blik in haar schitterend interieur te werpen, als je tenminste oog hebt voor het schitterend geconstrueerde dakgewelf en de houten balken, die uit de middeleeuwen dateren.
Nu is het gebouw een promotiecentrum voor steekproducten, zoals die in Vlaanderen geproduceerd worden; oorspronkelijk was de vleeshal een door de schepenen van Gent gecontroleerde overdekte vleesmarkt. Van alle etenswaar, die je je kunt bedenken is vlees, en zeker in een tijd dat conservering ophield bij roken of zouten, één van de meest risicovolle levensmiddelen, als het om de verspreiding van besmettelijke ziekten gaat - Vlees bederft snel zonder koeling en daarom werd de vleeshal, net als overigens in andere steden in de regio, zoals bijvoorbeeld Goes en Middelburg, waar de vleeshal zelfs letterlijk, dicht bij het stadsbestuur lag, door de schepenen gecontroleerd. Bovendien konden zo ook zieke dieren, die geslacht werden, gemakkelijk geweerd worden, al zal men nog wel niet gehoord hebben van ziekten als het Rhinovirus, de Gekkekoeienziekte of Blauwtong.

Al hoewel, nu we' t toch over blauw hebben ..... Wie van cultuur houdt hoeft in Gent niets te kort te komen. ...... De Gentse Feesten zijn alom bekend en druk bezocht, maar minder bekend is wellicht, dat Gent ook een mooi en gevarieerd Jazzfestival kent, het Jazz Gent Festival. Bij de restauratie van één of ander oud gebouw ontdekte ik vorig jaar deze twee afscheidingen met (gedateerde) promotiefoto's voor het Blue Note Festival van 2006, beide gemaakt door de Belgische fotograaf Jos L. Knaepen. Je vindt zijn naam overal op foto's van zijn hand, die gemaakt zijn op dit festival. Het Jazz Gent festival duurt een week en vindt plaats in de tweede week van juli.

Sinds 2008 is de naam Blue Note verdwenen, omdat de rechten voor deze titel berusten bij de Blue Note clubs en die vroegen een stevige vergoeding - zonder deze toevoeging zullen de Blue Notes toch rijkelijk blijven klinken, al weet ik niet of dit jaar Randy Newman of John Scofield acte de presence zullen geven - natuurlijk hoopt iedereen dat Jos Knaepen weer met zijn camera gesignaleerd wordt. Als deze vriendelijke fotograaf opduikt, weet je in ieder geval zeker dat er iets moois staat te gebeuren. Nu maar hopen dat zijn foto's een betere plek krijgen toegewezen, dan te dienen als afscheiding bij publieke werken in de openbare ruimte ............. al hoewel, meer blauw, meer blue notes, op straat, schijnt de leefbaarheid in de stad te vergroten ...!
Hans Koert
Twitter: #slikopdeweg

SlikopdeWeg: Een dagelijkse Zeeuwse blog over de Schelderegio en haar bewoners.