dinsdag 26 maart 2013

't Geheim van't Ruhendiekje

 Ik verlang naar de zomer ……………..ik weet't - 't lijkt een open deur, maar ik leg het uit. Ik verlang naar zon-doorstoofde bloemdijken waar vlinders om je hoofd fladderen en bijen van bloem naar bloem gaan op zoek naar honing en de bramen donkerpaars schreeuwen geplukt te worden ……….. Laat het eerst maar eens voorjaar worden: hoor ik je met Zeeuwse nuchterheid vaststellen, maar toch ……….. voor mij mag het snel zomer worden -  met struiken vol stekelige takken vol rijpe bramen .... dan kun je me zien struinen over de Zuid-Bevelandse bloemdijken en in’t bijzonder over van die afgelegen aarden dijkjes, waar de beheerder de woekerende braamstuiken heeft gedoogd ….. van die Ruhendiekjes. 
Ik ben een slechte om bramen mee te gaan plukken voor jam of gelei – mijn eigen consumptie overtreft hetgeen ik ’s avonds mee naar huis breng ……….. Heeft de braamstruik niet zelf gewild dat haar rijpe vruchten genuttigd en verspreid worden? Waarom zouden we ons dan tegennatuurlijk gedragen en de vruchten mee nemen om kapot te koken en achter glas te verbannen? Ik stel me heel natuurlijk op en doe wat generaties voor me ook deden - ze gewoon in de mond steken! De lekkerste bramen echter hangen steeds op onbereikbare plaatsen – achterin of middenin de stekelige struiken. Vogels hebben daar geen probleem mee, dus ik ook niet ……… Ieder zijn plek! Maar terwijl mijn hand de rijpste vruchten zoekt, dwaalt mijn oog door de braamstruik (ik draag al sinds mijn zesde een brilletje), op zoek naar die  plekken, waar de struiken schijnbaar wat achtergebleven zijn in hun groei - zijn blijven steken in hun ontwikkeling. Vind ik die, dan kom ik tijdens een maanloze nacht terug, gewapend met spa en kruiwagen ......
 De boeierd bij Hoedekenskerke
Ruim vierhonderd jaar geleden  moet een Spaans galjoen geprobeerd hebben om via De Honte de  havenstad Antwerpen te bereiken, zonder gezien te worden door de wachtschepen van de Prins. Ter hoogte van het eiland Stuyvesant besluit het schip niet langs de kust van Ossenisse te varen, in het kielzog van huizenhoge autoschepen, maar tijdens de invallende schemering de gigantische zandplaat, die midden in de Honte ligt, te ronden langs Oydekinskercke, een kleine agglomeratie achter de dijk, wier kerktoren net boven de dijk zichtbaar is. 
Zuid-Beveland rond 1580
Eenmaal de redout op de dijk bij de haven veilig gepasseerd doemt er aan de horizon bij de haven van Bieselinghe  de contouren op van een onbekend scheepje met de geuzenvlag in top. 


Biezelingse Ham
De Spaanse kapitein krijgt het Spaans benauwd, dooft alle vuren aan boord en besluit zijn schip bij de monding van het voormalige Zwake te ankeren, edoch ..... hij verkijkt zich op een paar hoogten, door wurmentekers opgeworpen en stuurt zijn barkas de ondiepten in voor de voormalige monding van Het Zwake ......... Hij voelt de bodem van zijn schip schuren over het slik van de Biezelingse Ham en even later ligt het muurvast ......  Je ziet hem denken: Esperemos que la próxima inundación aumentarás la nave ...  Nu maar hopen dat het schip bij de volgende vloed weer drijvend mag worden .....  De volgende ochtend echter ligt zijn schip muurvast in de slikken en ziet hij, tussen de mistflarden door, de schimmen van kromgebogen darinckdelvers door de boeierd hun richting uit komen. De kapitein zet zijn hoed op ('t Is toch frisjes) en besluit de sloep, samen met de grote kist die onder zijn hangmat staat, te strijken en met een aantal van zijn manschappen de moerders op te wachten .....
Een zestiende-eeuwse sloep.
De illegale darinckdelvers schrikken zich een hoedje ('t Is toch mè ievallug) als ze door de Spaanse mannen ontvangen worden en delven ( vandaar darinckdelvers) tijdens een potje matten ( inderdaad Spaanse matten) het onderspit.
(namaak) Spaanse helm
 gevonden op de
Hoeve Van der Meulen in
 's Heer Abtskerke
In ruil voor een in de gevechten achtergebleven Spaanse helm geven ze hun spaden en kruiwagens af en vluchten terug naar hun schamele houten woningen in het gehucht Vinninghe, een paar huizen bij de kerk en 't kasteel aan deze zijde van d' Ee.  De kapitein en zijn rechterhand geven hun manschappen even wat rust en terwijl die zich te goed doen aan Spaanse wijn, tomaten ( tomaten zat - de kassen aan de andere kant van de dijk liggen er vol mee) olijven en tapa's, verwijderen de twee zich met kruiwagen en spade terug naar de sloep, waar de kist nog steeds braaf staat te wachten (ie ei hin poâtjes). Ze sjorren de zware kist op de kruiwagen en rijden het eerste het beste dijkje op, dat door de natte karrenvelden is uitgespaard ..... Als ze een plek gevonden hebben, een beetje uit't zicht, graven ze ( de rechterhand natuurlijk) een diepe kuil, waarin de kist verdwijnt. Zand, sorry grond erover en goed aanstampen. Om er zeker van te zijn, dat ze de plek later terug kunnen vinden, besluiten ze om de plek te markeren met een paar takken - van die stekelige, die schapen vast en zeker niet lekker vinden.
 
De boeierd met schapen bij Hoedekenskerke.
In Hoedekenskerke wordt sinds mensenheugenis het verhaal verteld van het Ruige Dijkje, althans dat las ik in een boek getiteld Ons Zeeuwsch Verleden van A.M. Wessels, die het ergens in de jaren dertig uitgaf en in zijn voorwoord zegt te citeren uit oude kronieken. Eerlijk gezegd was het verhaal me onbekend, hoewel ik toch mijn jeugd in Vinninge heb doorgebracht - of dit iets zegt over mijn geheugen of over de duim van Wessels - ik weet het niet. 
Het schijnt, dat er lang geleden een armoedige boerderijtje, een spulletjes mie un paer hemete hrond, op een dijkje langs het Zwake gestaan moet hebben, met zicht op 's Gravenpolder, maar wel aan de goeie kant van de Lenshoekdiek,  waar een bejaarde man en zijn vrouw woonden plus een ongetrouwde jonge joân. Vlakbij het spulletje an't zelfde diekje, 't Ruhediekje, de Ruigendijk, stond een grote braambos.  Het verhaal gaat dat de zoon op een nacht een droom krijgt, waarbij de braambos een wel heel vreemde rol speelt. De bos, zo schrijft Wessels, bewoog en (verhief) zich langzaam in de lucht.  Waar de bos gestaan had was een diepe kuil zichtbaar met daarin …… een prachtige kist. De dromende jongeman maakte het deksel van de kist open en vond … een rijken schat, n.l. veel Spaansche matten. Hij tastte er naar, om zijn zakken te vullen en … schoot wakker. De volgende morgen ging hij snel naar buiten en zag niets bijzonders – de braamstruik stond er nog steeds in al haar pracht, volhangen met rijpe vruchten. Hij vroeg aan zijn vader of hij de braamstuik uit mocht doen maar pa zag daar de noodzaak niet van in om …. noodeloos en doelloos de bos weg te doen, hetgeen een zoo goede beveiliging van de hut tegen storm en sneeuwjacht was. Daar kon niets van komen
Maar de zoon volhardde ………… en ten einde raad gaf de vader toe …. hij was een trouw kerkganger, die elke zondag de Lenshoekdiek nam en in 's Gravenpolder aanschoof in de rijen der gelovigen, dus kende hij zijn klassieken. Werd er in de kerk ook niet verhaald over een, dan wel niet opstijgende, maar toch wel brandende braambos? ... en da zo vlak bie jun eihun spulletje ...... In vredesnaam ga je gang dan maar, doch gij zult er berouw van hebben, dat weet ik zeker. De jongeman zette zijn spa in de grond, haalde de struik eruit en groef dieper tot hij op iets hards stuitte. Het bleek een kist met Spaans geld. De overlevering verhaalt dat de familie met de schat ergens moet zijn ondergedoken, misschien gewoon ergens in de Zak, maar voor't zelfde geld ( - 20%) ergens op een eiland in Middellandse Zee - we weten't niet, wel dat tientallen jaren later de zoon terugkeerde naar de streek en daar een kapitale boerderij neerzette in een gebied dat later, schamper, de Rieke Buurte genoemd werd.
Lenshoekdijk
Of’t waar is …… Of't echt gebeurd is?  De oudste bron van dit verhaal vond ik in De Zeeuw uit 1928, waarin diezelfde Wessels hetzelfde verhaal vertelt en aangezien de krant vroeger blindelings geloofd werd, moet er dus wel iets van waarheid in zitten: Leuhens kunnen ze nie drukke zei mijn opa altijd.
De Zeeuw (15 september 1928) ( bron: Krantenbankzeeland)
Opvallend is dat Wessels schrijft  .... Het dijkje werd daarom ook wel het Spaansche dijkje genoemd, doch zoo komt het niet voor op polderkaarten. Ik geef toe, de Spaanse kapitein en het vastgelopen schip en de Vinningher moerstekers zijn spontaan aan mijn rijke fantasie ontsproten, zoals een verteller vroeger de feiten mooier en groter maakte  ....... maar 't zou zo maar een grond van waarheid kunnen bevatten en omdat't best eens zou kunnen zijn dat die rieke boer zijn geld niet opgegraven had, maar gewoon "eerlijk" met bijvoorbeeld wat gerommel rond de prijs van uien, kartelafspraken heet dat, verdiend had ( Er hangt daar vaak rond 's Gravenpolder een vreemd luchtje) en ergens in Cyprus zijn geld had witgewassen, blijf ik zoeken naar die kist .............  
Juun
Mocht deze blog binnenkort voor een aantal weken gesloten zijn, dan moet je daar niets achter zoeken ………. als je maar met je poten van de braamstruiken op onze Zuid-Bevelandse dijkjes af blijft - die zien voe mien. 

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl


Slik op de Weg is de 1200ste blog gepasseerd ...... 1200 keer een opvallende Zeeuwse kijk op de Schelderegio en haar bewoners - verhalen die alle kanten op kunnen gaan, relativeren, beschouwen, je bezig houden, zoals Slik op de Weg je in Zeeland vaak kan verrassen .....  Volg Slik op de Weg op Facebook en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... Al 1200 keer de Zeeuwse blog voor de Schelderegio en haar bewoners - een mooie manier om je dag te beginnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen