woensdag 5 juni 2013

Hrie:p

  Ik bin nie heliekke a'k weze mot …… zeggen ze dan op Zuid-Beveland met gevoel voor understatement ..... ‘Oeste, wa kwelluk en 'n bitje bostug …… Ik ben er voor naar de huisarts geweest en die heeft me twee doosjes medicijnen gegeven .... één doosje tegen 't hoesten en een kuur waardoor de luchtwegen weer vrij zouden moeten komen, weer zouden moeten kunnen doorstromen ..... zoals Haarlemmerolie de darmen weer op gang kan brengen en een extra filestrook soms wonderen tijdens de spits kan verrichten .... Maar niet in mijn geval!  ‘Ellupe? Voe hin meter
Een griepje is van alle tijden van alle seizoenen, maar een voorjaarsgriepje beperkt zich doorgaans tot de eerste drie, vier maanden van het jaar ………….. zoals vroeger op het eind van de winter de voorraad slonk en datgene dat overgehouden was van de zomer en herfst, zijn frisheid had verloren, dan leken ook de reserves bij de mens te minderen … te verachteren.
  Wie dan ietwat voorjaarsmoe was, ‘n bitje kwelluk was of verlangend uit keek naar de eerste zonnige lentedag, maar toch nog buchelend door’t leven ging, werd voorgehouden dat ie't vol moest zien te houden tot …... de nieuwe petaoten ….. Pas dan knapte je weer op – verkoevereerde je.

 De aardappel, de petaote of de errepel, ’t ligt er maar aan op welk eiland je wiegje stond, is geen inheemse plant, maar dat wist je al …. ’t Schijnt dat Columbus de eerste knollen naar Europa bracht, toen wellicht al geld rook, al zou hij op het Station Kruiningen-Yerseke die weë frietlucht van Lamb Weston nog niet met die rare knollen geassocieerd hebben. Ze kwamen terecht in botanische tuinen, onderdeel van universiteiten. De eerste aardappelen die in Zeeland verbouwd werden zou dus je wellicht zoeken in een bloempot op het oude stadhuis van Middelburg, nu in gebruik door de University College Roosevelt of op een akker op Noord-Beveland, maar niets is minder waar .... Door literatuurstudie weten we dat de eerste aardappels, aerapels zeggen ze in Zeeuws Vlaanderen,  rond 1600 in een volkstuintje op het buiten, de  Moufenschans bij Terneuzen stonden. Hier woonde Petrus Hondius, die, behalve predikant op zondag, door de weeks ook graag met zijn handen in de grond zat te wroeten en als botanicus alles wist over planten …………….

 Deze Petrus Hondius probeerde door kruisingen, nieuwe rassen te kweken, maar lang hielden die het meestal niet uit. Ze bleken niet bestand tegen ziekten en schimmels.  Het zou nog heel wat jaren duren, voordat de aardappel de pastinaak en de raap zou gaan vervangen ………… Rond 1730 lijkt er sprake te zijn van meer grootschaliger teelt van aardappelen in Zeeland, want toen moest men ook over de teelt van aardappelen tienden gaan betalen en als de belastingdienst ergens “accijns” op gaat heffen, dan ruikt het geld ...., dan valt er meestal wat te halen …………. Dat is na al die eeuwen nog niet veranderd. Hongersnoden, waarbij graan schaars werd, deed de bevolking naar de aardappel grijpen, die daarmee volksvoedsel nummer één werd. 
De knollen, mits droog, koel en in het donker opgeborgen, konden lang bewaard worden om als voedsel voor de wintermaanden te dienen. Maar op het eind van de winter, als de knollen zich wilden voortplanten, als ze deden waarvoor moeder natuur ze geschapen had, namelijk uitlopen, schoten vormend, om nieuwe aardappelplanten te genereren, dan was het met de kwaliteit van dit volksvoedsel snel gedaan en konden de herumpelde half rotte knollen alleen nog dienst doen als varkensvoedsel ... de verkenspetaote, die dan in een grote ketel op het erf gaar gekookt werd. Pas als de boer, als de gepote knollen zich voldoende ontwikkeld hadden, weer zijn speciale spa-tje met platte pennen uit de schuur gehaald had om in de petatenruggen op zoek te gaan naar de eerste aardappeltjes, dan braken er andere tijden aan ……………….
De verse knollen waren voor het boerengezin een delicatesse – verse aardappelen met klare gesmolten roomboter ( cholesterol was toen alleen nog maar een onschuldig moeilijk woord), het liefst te samen met lokale producten, die ze op de schorren vonden: de zeekraal en het lamskoteletje ….. en je lichaam verkoevereerde ongemeen snel van de winterdip – Dit wonderbaarlijke herstel van het lichaam werd toegeschreven aan die eerste verse aardappelen, hoewel uiteraard ook de vitaminen in de verse groenten en de aangenamere weersomstandigheden, waardoor alles weer ging groeien en bloeien, een rol gespeeld moeten hebben ….. Ooit er bij stilgestaan waarom ze zo’n klein spaatje met platte tanden op Zuid-Beveland een Hriepje noemen?  Een Griepje?  Die Zeeuwse boeren waren vroeger echt niet achterlijk - die wisten wel hoe laat 't was: 't Is kwart over d'n aerepel en de beuter staed- op't vie:r, zeggen ze op Oost-Souburg.
Ik heb de pillen van de dokter aan de kant geschoven en mezelf getrakteerd op zo’n boeren voorjaarsmaaltijd …… Zeekraal, lamskoteletjes en …… nieuwe petaoten. Of't helpt weet ik niet, maar het geeft wel moed ..... Laat nu de zomer maar komen!

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Slik op de Weg is de 1200ste blog al lang gepasseerd ...... 1200 keer een opvallende Zeeuwse kijk op de Schelderegio en haar bewoners - verhalen die alle kanten op kunnen gaan, relativeren, beschouwen, je bezig houden, zoals Slik op de Weg je in Zeeland vaak kan verrassen .....  Volg Slik op de Weg op Facebook en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... Al 1200 keer de Zeeuwse blog voor de Schelderegio en haar bewoners - een mooie manier om je dag te beginnen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen