vrijdag 29 november 2013

Slekke

Enig idee, waarom de Zeeuw in het algemeen en de Noord Bevelander in't biezonder, niets van slekken moet hebben?  Slakken voor de buutendiekers? Zodra deze weekdieren het pad van de landman kruisen, worden er meteen allerlei maatregelen genomen, die moeten leiden tot vernietiging, zo lijkt het wel ....  Het schijnt dat ze vroeger gebruikt werden voor het smeren van de assen van wagenwielen en ook schijnen ze, opgelost, heilzaam in hoestdrank te zijn ..... maar voor consumptie, zoals in sommige sterren restaurants gebruikelijk, in een knoflooksausje, krijg je de Zeeuw niet warm.... Toen ik zelf nog een volkstuintje had, kreeg ik zelfs een verbod om sla daaruit geoogst, ter consumptie aan te bieden op de dis ... sla mie spekjes. .....

Wie echter tot de kern van deze afkeer voor slekken wil komen en wil weten  waarom die aversie tegen deze weekdieren vooral op Noord Beveland zo hardnekkig is, moet tweehonderd jaar terug in de tijd ........ 
 Sommige gebeurtenissen uit ons nationaal verleden  zijn in ons geheugen blijven hangen als spannende verhalen, waarbij we vaak niet meer herinneren, dan wat fragmenten en losse flodders, die in ons geheugen zijn verkleefd  … zo schijnen we met het tot hooliganhymne verworden  “In naam van Oranje doe open de poort”, dat te pas en te onpas wordt gescandeerd bij voetbalwedstrijden rond Oranje, de aftrap te hebben gegeven voor de opstand tegen Spanje en als ik een snotterig griepje voel opkomen met kriebelhoest, dan denk ik onwillekeurig aan die arme watergeuzen, die hun gezondheid op het spel zetten, door  binnen in het ruim van het lekke turfschip van Breda, een koutje te pakken”.  Vaak zijn het verhalen, die in de loop der tijden opgepoetst en aangedikt zijn ……  Zo schijnt Willem van Oranje na de fatale schoten door Baltazar Geeraerts in één klap morsdood geweest te zijn en had hij geen tijd meer om, in de armen van zijn geliefde, de historische woorden   Mijn God, mijn God, heb medelijden met mij en met dit arme volk uit te spreken ….. Fabels dus.
Maar wie kan nog uitleggen wie die man was, die in zijn zondagse pak staand boven op een boerenkar door de branding komt aangereden ... ? Ik zal het geheugen helpen opfrischen ....
Tweehonderd jaar geleden stonden er op het strand bij Scheveningen een handjevol hoogwaardigheidsbekleders o.l.v. Gijsbert Karel van Hogendorp een vissersbootje op te wachten, waarop de Prins van Oranje zat, die, rechtopstaand op een boerenkar (levensgevaarlijk - je zal maar in een mui rijden) feestelijk opgewacht werd door een handjevol fanatiekelingen, die zich, eind november 1813, op het natte gure strand, zich al vast een goeie plek voor de traditionele nieuwjaarsduik aan het bezetten waren. Het plaatje staat in mijn geheugen gegrift, aangezien het ook op de melkbeker stond die ik als twaalfjarige op de lagere school moet hebben gekregen ter herdenking van 150 jaar Nederland-Onafhankelijk. ………….  


Met de aankomst van Willem kreeg Nederland een koning ..... niet voor het eerst overigens, als je Lodewijk Napoleon meetelt, de Lamme Koning werd hij wel genoemd, die zes jaar eerder een paar jaar zich Koning van Holland mocht noemen van zijn broertje ..... maar goed, die kwam ... nie van 'ier .... Met de aankomst van Willem Frederik kreeg Nederland voor het eerst een eigen koning,  een gebeurtenis tweehonderd jaar geleden, het symbolische begin van het Koninkrijk der Nederlanden. 
 Denk nou niet dat in 1813 ineens alle Fransen verdreven waren uit Zeeland ………… Nee, daarvoor waren we nog te veel “eiland”.  Begin december 1813, zo lees ik in een verhaal van A..J. Barth, waren de laatste Fransen verjaagd van Noord Beveland, bij wijze van spreke over de Zandkreek-kling gejaagd, maar lazen ze op Walcheren, bij wijze van spreke, de PZC nog tweetalig. De inwoners van Noord Beveland moesten dus al snel niets meer van die slekkenvreters  hebben.  
In Walcheren waren de troepen van Napoleon nog heer en meester en de Franse generaal Gilly, eertijds de baas over Noord Beveland, had zich terug moeten trekken na zijn verjaging in het danig gehavende Place de Terveer, zoals Veere toen volgens Frans gebruik genoemd werd, gehavend door het Engelse bombardement en de daaropvolgende bezetting. Vanachter een kopje cappuccino aan een tafeltje bij het raam in de Campveerse Toren, keek Gilly uit naar “d’ overkant”, waar hij tot voor kort heer en meester was ....  en zag zijn kansen nog niet verkeken …. 
Er lagen immers bootjes genoeg in de haven van het stadje en op zijn trouwste  soldaten kon hij altijd nog rekenen. Hij organiseerde enkele scheepjes en bij nieuwe maan voeren ze, zonder motor uiteraard, naar de overkant, naar Kamperland. 
Dat ontging de burgerwacht van het dorpje Kamperland niet en snel werden via Twitter en Facebook  de bewoners van de omliggende dorpen gewaarschuwd. Zo'n open Facebookuitnodiging á la Haren avant la lettre legden de jonge eilandbewoners, belust op rellen, niet naast zich neer, en spoedden zich naar het haventje van Kamperland, waar de Armada van plezierjachtjes de kust naderde ..... Ze vielen de groep onverwacht aan, gebruikmakend van de duisternis en strijdkreten als "Joe vette slekke - 'k zaje amme hriep prikke", waardoor de Fransen in paniek raakten en terug, richting de scheepjes vluchtten.  Tijdens de gevechten werden de commandant en een onderofficier geïsoleerd van het peloton en terwijl de teruggetrokken soldaten zich opnieuw hergroepeerden voor een nieuwe etappe en hun musketten leegschoten op de met hooivorken en petaote-hriepen bewapende Noord Bevelanders, werden een aantal Fransozen, waaronder de commandant, gevangengenomen en afgevoerd. Menig Frans soldaat moest hevig bloedend, hinkend de bezemwagen opzoeken, wadend door het ondiepe water om de inmiddels uit de kant gedreven veilige scheepjes te kunnen bereiken. 
Uiteindelijk werden er negen Fransen gevangen genomen en eerst in Wissekerke en daarna in Zierikzee opgesloten in ’t Gravensteen.  
In de Grote Kerk van Veere, dat diende als noodhospitaal, likten de Fransen hun wonden en een aantal overleed later aan dat gelik op weg nar het ADRZ. Op Noord-Beveland viel de schade mee – één man had het leven gelaten; een paar anderen hadden kennisgemaakt met een bajonet door de hand of een een musketkogel die dwars door een voet gegaan was. Hoewel de overleden Jacob Flipse korte tijd een heldenstatus kreeg, bleef een standbeeld voor hem uit en er schijnt zelfs geen pleintje of steeg naar hem vernoemd te zijn. Terwijl de (nieuwe) koning Willem Alexander op 30 november 2013 blauwbekkend van de kou, beschutting zoekend uit de wind onder de verloederde pier, zijn "voorvader" na 200 jaar weer staat op te wachten, wordt in Kamperland de voorbereiding getroffen voor een spektakel een paar weken later, op 13 december 2013, waar dit staaltje van Noord-Bevelands volksverzet te herdenken  door symbolisch opnieuw die slekkenvreters  de Haringvreter op te jagen ...... 
Het moge duidelijk zijn dat je bij de autochtonen op het eiland, nog steeds geen vrienden maakt met een maaltje escargots ...... laat staan slae mie spekjes .....  al heb ik begrepen, dat er toch al wat haarscheurtjes in die eeuwenlange afkeer voor alles wat Frans is, te bespeuren valt .....  zo schijnt een doorkomst van de Tour de France over Noord Beveland bespreekbaar te zijn en schijnt er bijvoorbeeld onder Colijn(splaat) al een wijngaard te zijn gespot, die zijn eigen wijn maakt .... …… Noord Bevelanders gaan echter veel liever aan het bier ……. Het jubileumbiertje, dat, speciaal door de ZBB, het Zeeuws Boerenland Bier, ontkroonkurkt wordt op 13 december 2013 aan de landbouwhaven bij café Kanaalzicht in Kamperland ...... waarbij een Frans garnizoen, nagespeeld door de Douanes Imperiales hun zwartkruitgeweren zullen leegschieten ..... 
Nu maar hopen dat de Kamperlanders hun slekjes niet te vroeg laten zwemmen ...... 


Hans Koert
slikopdeweg@live.nl


Slik op de Weg, de Zeeuwse blog voor de Scheldregio en haar bewoners relativeert dagelijks het leven in de mooiste regio van onze aardglobe - met recht de navel van de wereld!- elke blog is een ontspannen begin van de dag, soms belerend, soms relativerend, maar altijd verrassend, zoals ook "slik op de weg", een typisch Zeeuws fenomeen, je in het najaar altijd weer onaangenaam kan verrassen ..... Volg Slik op de Weg op Facebook en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... Stuur de link (http://slikopdeweg.blogspot.nl )  door aan een ieder die de stikken op de juiste plek heeft zitten ...... Is er een mooie manier om je dag te beginnen.

vrijdag 22 november 2013

Een verdronken dorp herrijst

Als kind heb ik heel wat uren doorgebracht bij’t Hoge Licht …. Speurend over de Boeierd en het land van mijn opa ….. Daar moest het liggen - elke oneffenheid in het land, elke rimpeling in het water van een dulve zou een muurrestant verraden .... Later zat ik gebogen over oude landkaarten en over luchtfoto’s, toen nog in zwart-wit, in de hoop een lichte verkleuring in het landschap te vinden, een cirkel of misschien wel de kenmerkende contouren van een kerk of een kasteel ….. Niks nog geen Google Earth, maar oude luchtfoto's ... grijs en somber. 
Bekijk maar eens minutieus bovenstaande foto en beleef diezelfde sensatie door plotseling de contouren van een kasteel te herkennen ..... De funderingen van kasteel Hellenburg bij Baarland als een ultiem bewijsstuk voor buitenaardse wezens dat er op de aarde leven geweest moet zijn ...... Op zo'n "teken" hoopte ik als ik over luchtfoto's van de Biezelingse Ham gebogen zat .... 

In het gebied tussen het Hoge Licht, een iets groter uitgevallen kustlicht dan het Kleine Licht, waardoor de naam verklaarbaar is, net ten zuiden van de Biezelingse Ham, moest het dorp Oostende gelegen hebben, een dorp dat, gelet op oude geschriften een kerk of kapel en een kasteel gehad moet hebben waar Willem de Vrieze van Oostende de scepter zwaaide. Deze Willem, begraven  in 1462 in de kerk van Hoedekenskerke, fascineerde me al als kind – met dat harnas, die helm, die handschoenen, dat zwaard en, aan zijn voeten, zijn hond …………..
Ik had al ontdekt, dat ik, in feite, geboren was in het dorp Vininghe,  en dus eigenlijk niet in Hoedekenskerke, toen eind vorige eeuw het kerkhof van Vininghe en haar fundamenten gevonden werden, toen er bij Hoekman een nieuwe schuur gebouwd werd. Maar het dorp Oostende – met het kasteel … dat was nog zoek …. En bleef zoek ….

Nu zit ik wel eens aan de andere kant van de dijk, zo ongeveer waar het Hoge Licht was ( schepen varen nu met radar en hoeven geen visueel lichtend herkenningspunt meer ’s nachts) en kijk uit over de Biezelingse Ham …. Zeg maar “de monding” van het voormalige  Zwake, hoewel monding niet het goede woord is omdat er geen sprake is van een rivier, maar van een getijde geul, die eertijds zelfs een waterweg geweest was, belangrijker dan de Honte, de oude naam voor de Westerschelde. Je kijkt dan uit, bij laagwater, over eindeloze slikken. Langs de zeedijk ligt hier en daar puin, wellicht achteloos weggegooid, maar misschien ook bewust ter verdediging van de voet van de dijk, die, vooral in de middeleeuwen, vaak geplaagd werd door dijkvallen en doorbraken, vanwege het feit dat in de “boeierds” erachter darick gedolven werd om zout te winnen en, als het zout er uitgekookt was, tot brandstof verworden was …..  Waren het verweerde kloostermoppen van het kasteel van Oostende of gewoon puin van Gamma steentjes -  over van een verbouwinkje waarmee een klusser in zijn maag zat?
Nu weet ik, anno 2013, dat de oneffenheden en puinsporen op de slikken geen restanten zullen zijn van mijn verdwenen dorp ….. mijn verdronken dorp. In het boek Valkenisse, waarin uitvoerig verslag gedaan wordt van de opgravingen en studie in de archieven  op de buitendijkse slikken bij Waarde, hemelsbreed zo’n vier kilometer oostwaarts, lees ik dat de schurende werking van de eb- en vloedstroom van de Schelde elk spoor van het buitendijkse land, waar Oostende moet gelegen hebben, heeft weggevaagd. 
De archeologen en historici beschrijven in hun studie hoe het dorp Valkenisse er uitgezien moet hebben, met een kerkhof en een kerk, die qua plattegrond een kopie moet zijn geweest van die van ’s Heer Abtskerke, een kasteel, een herberg, hoeven, huisjes, een molen, redouten ( een soort militaire posten)   en een fort ’t Keysershooft, maar dan zitten we al in de 17de eeuw, de tijd van de Tachtigjarige oorlog. Een haast “virtuele” wandeling door het dorp, tijdens zijn laatste dagen eind 17de eeuw, beschreven door Dicky de Koning-Kastelijn, puttend uit oude archief stukken, waarbij je bijna aan tafel kunt aanschuiven … om de dag door te nemen …. vind ik indrukwekkend.

Een Zeeuw dorp vijfhonderd jaar geleden, met gewone mensen, een kroeg waar zo af en toe iemand te veel op had en de  boel op stelten zette; waar fruitbomen stonden, een vaete was, een molen; een pinautomaat; een dorp waar een paar mensen wegtrokken om buiten Zeeland te studeren, maar nog veel meer Arjaen's mie z'n boenker voortgebracht heeft die leefden van wat akkerbouw, visvangst of het terugbrengen van op de schorren weggelopen schapen en waar, zo gaat het verhaal, een mirakel ridder Falco de plek aanwees waar de kerk gebouwd moest worden  Een gewoon Zeeuws dorp dus, net als al die andere dorpjes in de buurt als Biezelinghe, Eversdijck, Vininghe, Odekinskercke en ..... mijn Oestende.  Zo’n minutieuze beschrijving van een Zeeuws dorp doet voor mij het vier kilometer westelijk gelegen Oostende herrijzen uit het slik, herleven in de herinnering ..  waar een kapel, een motte en vast en zeker een herberg en hoeven en huisjes gestaan moeten hebben – houten keten waar de darinckdelvers woonden en hun grote pannen met zout-veen verhitten om het zout er uit te krijgen …… en waar benden, die rondzwierven door de regio en over de Schelde en blijkbaar de politiecontroles bij Rilland "omzeild" hadden, speurend naar elk scheepje als  Somalische piraten avant la lettre, scheepjes, die in het donker een veilige vluchthaven hadden genegeerd.
Zo'n haventje was dat bij Vininghe ....  bij de "monding" van d’Ee, die daar in de Honte kwam, de tegenwoordige Landbouwhaven van Hoedekenskerke. Of het haventje van Bakendrop, verder zuidelijk. 
Dit was een veilige plek om ongezien te blijven voor zeerovers en piraten, die hun slag probeerden te slaan in de randen van de nacht ..... Want wie zich niets aantrok van de waarschuwingen en doorvoer langs de kust kon  wel eens te maken krijgen met onguur volk, dat haar schamele inkomen verdiend uit zout en schaap probeerden aan te vullen met oneerlijke praktijken ...... en ook dat is van alle tijden ...... Dankzij de herrijzenis van het dorp Valkenisse heb ik mijn dorp Oostende gevonden …..  herrezen als een feniks uit de slik .... als een Atlantis opdiept uit de tijd.

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl


Slik op de Weg, de Zeeuwse blog voor de Scheldregio en haar bewoners relativeert dagelijks het leven in de mooiste regio van ons land  - de navel van de wereld! Slik op de Weg droomt graag weg in het verleden en kijkt graag terug op zijn eigen jeugd en belevingswereld ...... ... .  Laat je elke ochtend verrassen door Volg Slik op de Weg op Facebook te vullen en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... 

Stuur de link (http://slikopdeweg.blogspot.nl )  door aan een ieder die de stikken op de juiste plek heeft zitten ...... Is er een mooie manier om je dag te beginnen.

zondag 17 november 2013

Piene .......

Heeft u ook vorige week de hele lijst minutieus doorlopen? Met je vinger langs alle namen glijdend? ...... Onderaan beginnend natuurlijk en dan steeds verder omhoog ..... Om eerlijk te zijn ... vroeger begon ik altijd helemaal bovenaan, zoals ik ook eerst mijn nummer met de hoge prijzen van de Staatsloterij vergeleek - nu begin ik bij wijze van spreke bij het .. "eigen geldje": Een soort gepaste bescheidenheid. Nee in de laatste lijst, die onlangs verscheen, toon ik mezelf wat bescheidener door gewoon onderaan bij 500 te beginnen en dan rustig controlerend tot aan, laten we zeggen, de vierhonderd te controleren. Wat daarna komt geloof ik wel - daar vind ik niet wat ik zoek. Maar helaas – de laatste decennia vind ik het niet - glijdt mijn vinger vruchteloos langs de lijst ... ……. Noch m'n eigen naam, noch die van naaste - of verre verwanten vind ik er in terug .. en da's bale dus - dat doet piene in de portemenee ...
(foto: Hans Koert)
Sinds de Quote-500 bende is opgerold durf ik weer vrijuit over dit onderwerp te schrijven. Je weet immers maar nooit wie er meeleest? Toch hoorde ik uit betrouwbare bron dat tijdens de eerder deze week gehouden controle van verdachte voertuigen op de A58 tussen de afslag naar Antwerpen en Rilland, je al uit de rij geplukt werd als je op de achterbank een “opgerolde” Quote had liggen; dat was voor de politie al genoeg hint ..... 't Moe nie hekker worre ...
Gezin van J.A. Koert te Wolphaartsdijk ( ca. 1920) (foto: familiearchief)
Er zullen best mensen zijn die het leuk vinden om in zo’n lijst genoemd te worden - als bevestiging van wat iedereen al lang weet, namelijk dat je bij de rijken der regio hoort - dat je legitiem in een Toyota Land Cruiser 200 mag rijden. Maar ik kan me ook voorstellen dat, als je daar minder van gecharmeerd bent, je hemel en aarde zult bewegen om niet op die lijst genoemd te hoeven worden. Het schijnt dat je dan met zwartgeld in de weer moet om automatisch lager “geranked” te worden, maar dan moet je niet met een zwarte BMW Coupe 600 vol contanten op de A58 er uitgepikt worden .... Dat dat doet piene in de portemenee.  Toch nog maar eens kijken of het zin heeft om het geld dat ik in 1966 met bei:ersplukken verdiende, zal opgeven aan de fiscus .... Dat is er tot nu toe bij ingeschoten. 
Afschrift van het Kohier van den Hoofdelijken Omslag der Gemeente Wolphaartsdijk 1915 ( blz.8) (foto: familiearchief)
Het vaststellen van de gemeentelijke belastingen was eind negentiende eeuw – begin twintigste eeuw ( tussen 1851 en 1922)  geregeld via de zgn. Hoofdelijken Omslag … Hiermee werd de gemeentelijke belasting zo eerlijk mogelijk omgeslagen per hoofd van de bevolking en wel zo, dat de rijken meer betaalden dan de minder rijken. Om het proces zo transparant mogelijk te laten verlopen, werd er elk jaar een Kohier van den Hoofdelijken Omslag gedrukt en verspreid, zodat iedereen kon lezen voor hoeveel zijn buurman werd aangeslagen ….. Hoezo privacy? Niks privacy! 
Hof Weltevreden (Wolphaartsdijk) (foto: familiearchief)
Zo ook in de Gemeente Wolphaartsdijk. In het familiearchief bevinden zich nog een viertal van die “Kohiers” waarvan de oudste dateert uit 1915. Alle huishoudens van de gemeente Wolphaartsdijk worden daar met naam genoemd en ingedeeld in 40 klassen. Wie in klasse 1 genoemd wordt, verdiende ƒ 50 of minder en werd aangeslagen voor ƒ 0,15  - Dat waren nog eens tijden. Wie in klasse 40 zat verdiende tussen de ƒ 4600 en ƒ 4800 ……. Een bruto tweemaal modaal inkomen, als dit elke maand in het loonzakje gezeten zou hebben ...... Helaas, 't Is net zo frustrerend als het bedrag op je jaarlijkse pensioenoverzicht .... Dit is een jaarinkomen .... en schrijven we 1915! 
't "Kapitaal" van Hof Weltevreden (Wolphaartsdijk) (foto: familiearchief)
Ik zie voor me hoe mijn overgrootvader Johannes Anthoni Koert, die een grote boerderij bezat in de Zuidlandpolder onder Wolphaartsdijk met rode konen de lijst doorspitte ….. uiteraard beginnend bij klasse 1 om dan de 8 pagina’s naam voor naam te spellen ( oans kent oans in zo'n kleine gemeenschap)  tot aan de laatste bladzij waar hij in klasse 33 zijn broer Kees tegenkwam en in de 39ste klasse broer Jan. ……
De hoogste klassen: Afschrift van het Kohier van den Hoofdelijken Omslag der Gemeente Wolphaartsdijk 1915 ( blz.8) (foto: familiearchief)
Natuurlijk had J.A., zoals ik hem even zal noemen, al lang achterin gespiekt en zichzelf aangetroffen …… helemaal in zijn eentje .... helemaal alleen op het podium ...... eenzaam alleen in de hoogste klasse … klasse 40, waarin hij hoofdelijk omgeslagen werd voor ƒ 173, 25 en een halve cent …………., maar daar maak je je niet druk over als je helemaal bovenaan staat …. Als je de grootste boer uit Wolphaatsdijk en de rest van je wereld bent?
De "laagste" klasse: Afschrift van het Kohier van den Hoofdelijken Omslag der Gemeente Wolphaartsdijk 1915 ( blz.1) (foto: familiearchief)
Ik zie voor me, hoe hij in 1917 de Wolfersdiekse Kwoot 500 avant la lettre openslaat en ontdekt dat hij en zijn gezinnetje de eerste plaats kwijt zijn, niet tegenstaande het feit dat zijn vermogen flink gegroeid is van ƒ 4800 tot ƒ 14.100 ……Nie hek heboerd noemen ze dat in hier in Zeeland ....  Hij moet Joh. Lindenbergh, de man die later de schoonvader van zijn dochters zou worden ( één van die dochters is mijn oma) vóór laten gaan en ook ene Laurus de Jager ……  Kijk ... en dat doet pijn .... Piene ... piene in de portemenee

't "Werkvolk" van Hof Weltevreden (Wolphaartsdijk) (foto: familiearchief)
Van het jaar daarop, 1918, heb ik ook gegevens - weer moet J.A. genoegen nemen met een derde plaats terwijl zijn vermogen toch weer met zo'n ƒ 2000 per jaar gestegen is. De gegevens kennen we tot 1921, omdat daarna het Kohier landelijk afgeschaft werd ....  Ook al is zijn vermogen weer gestegen tot zo’n ƒ 21.500, toch moet hij een vijftal mensen voor laten gaan, waaronder broer Jan  …. Kijk en dat doet pijn natuurlijk - Piene an je ziele.

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Slik op de Weg, de Zeeuwse blog voor de Scheldregio en haar bewoners relativeert dagelijks het leven in de mooiste regio van ons land  - de navel van de wereld! In elke blog wordt geprobeerd de Zeeuwse henen te ontrafelen - de Zeeuwse peeën te ontdoen van loof en slik ..... vandaar ook de titel van de blog: Slik op de Weg! Laat je elke ochtend verrassen door Volg Slik op de Weg op Facebook te vullen en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... 

Stuur de link (http://slikopdeweg.blogspot.nl )  door aan een ieder die de stikken op de juiste plek heeft zitten ...... Is er een Zeeuwsere manier om je dag te beginnen.

maandag 11 november 2013

Doorhalen ..... en opnieuw beginnen!

Een lieveheersbeestje wiegt heen en weer op zijn buigbare steel - een vlinder wordt door een zonnecel mechanisch bewogen - een plastic molentje draait in de wind - een verregend beertje hangt in een meidoornstruik en dreigt spontaan uiteen te vallen … Een trieste plek ....... Een plek vol verhalen over een ongelijke strijd ...... De Herinneringsdijk bij de Schaapskooi van Nisse hakt er diep in ……… Laat ewinigen onberoerd!
(foto: Hans Koert)
Het is een plek waar ouders uit heel Nederland, die hun kind verloren hebben aan een zeldzame stofwisselingsziekte, steun kunnen vinden bij andere ouders, die hetzelfde overkomen is ……  Heden leeven en mergen doot, hebt dat vor oghen, tis wijsheit groot: liet een verdrietig ouderpaar in 1469 vereeuwigen in steen .... 

  (foto: Hans Koert)
… en we noemen haar Aagje ….. Als er in de vijftiende eeuw al geboortekaartjes geweest waren, dan zou dit er zeker opgestaan hebben, met, uiteraard, naar de geest der tijd, allerlei lofuitingen naar het hogere. Klaas, de vader van Aagje, moet wat “hroos” geweest zijn – hroos, want hij woonde in Kapelle en daar zullen ze zeker “hroos”  gezegd hebben i.p.v. "trots". Wie de moeder was, dat is door de tijd gewist, maar ook zij zal apentrots geweest zijn en dol gelukkig. 
Misschien was ze nog geen jaar - een zuigeling ... die kans is groot, want in de vijftiende eeuw haalden veel kinderen het eerste levensjaar niet. We weten het niet - het blijft gissen; wat rest is een klein kindergrafje, van zo’n drie voet lang en hooguit twee voet breed Blooise maat.  De zerk ligt in het noorderkoor van de grote kerk van Kapelle en dateert uit 1469. Niet de oorspronkelijke plek, dat verwacht ik niet, maar wie in de kerk begraven werd en zich een steen kon veroorloven, behoorde tot de notabelen van het dorp. Op de zerk is een kinderfiguurtje uitgehakt en een spreuk, die recht doet aan het verdriet dat de ouders gevoeld moeten hebben: Heden leeven en mergen doot, hebt dat vor oghen, tis wijsheit groot. De betrekkelijkheid van het leven en het verdriet van de ouders, wordt hier in deze zin samengebald ……….. Er klinkt een soort machteloosheid uit – een soort berusting.  Hoeveel zuigelingen gingen niet dood voordat ze konden lopen? God wikt en beschikt, lees ik er uit.
(foto: Hans Koert)
In de 19de eeuw was de kindersterfte erg hoog. Ik heb cijfers gezien die melden dat tussen 1860 en 1875 één op de vijf kinderen niet volwassen werd. Een afschuwelijk hoog aantal - een derdewereldland score.  
Als reden voor deze hoge aantallen sterfgevallen onder kinderen wordt de kwaliteit van het drinkwater aangegeven – veel kinderen overleden aan problemen aan de spijsverteringsorganen. In Zeeland was de drinkwatervoorziening van oudsher problematisch.  Betrouwbaar drinkwater werd soms uit een wel of bron gehaald, maar meestal moest men genoegen nemen met regenwater dat thuis opgevangen werd in de regenbak en soms ook in grote cisternen bij openbare gebouwen, zoals kerken. Parochianenen konden dat dat water koppen. In Baarland is zo’n cistern een aantal jaar geleden gerestaureerd. Maar ook uitbraken van besmettelijke ziekten, zoals pokken, mazelen of malaria, dat hier de Zeeuwse koorts genoemd werd, eisten hun tol ..... Met die laatste ziekte, hebben we ooit, zij het per ongeluk, een heel Engels bataljon om zeep gebracht, dat hier Napoleon kwam verjagen.
  
Bladzijde uit het familieregister van Cornelis Koert (1866) (archief: Hans Koert)
 Het familieregister ……….. een oud cahier uit de 19de eeuw.  Cornelis Koert, geboren in Wilhelminadorp in 1822 en op 21 jarige leeftijd getrouwd met Cornelia Meeuwse uit Ellewoutsdijk, heeft hierin, het wel en wee van zijn gezin geboekstaafd. Geen uitvoerig verhaal over de zorgen en het verdriet, als er weer eens een kind naar een grafje moest worden gebracht ..... nee, gewoon een zakelijke opsomming haast, als een kasboek zo droog, maar met tranen geschreven ....  
Als eerste wordt Jannetje geboren in mei 1844, maar zal, gezien het feit dat ze in 1855 overleed, een zwakke gezondheid gehad hebben - ze mocht slechts 11 jaar worden. De reden van haar overlijden wordt niet vermeld, wel de datum en het tijdstip … ‘smorgens kwart voor drie uren. Als Jannetje in 1855 overlijdt is haar moeder overigens ook al drie jaar dood - De naam Jannetje wordt met een ferme haal doorgehaald. Weg!
Bladzijde uit het familieregister van Cornelis Koert (1866) (archief: Hans Koert)
Een jaar later, in 1845 wordt er weer een meisje geboren, Lena, genoemd naar Cornelis' moeder – Lena wordt niet ouder dan drie weken. Ook haar naam wordt doorgehaald. Doorhalen ..... en opnieuw beginnen! Gelukkig hoeft het jonge echtpaar niet lang te wachten want een jaar later, precies een jaar min een dag nadat het overlijden van Lena had plaats gevonden,  bevalt Cornelia opnieuw van een dochter, die, hoe kan het ook anders, ook Lena genoemd wordt, als werd er gehoopt op een wedergeboorte. Cornelis Koert streept haar naam niet door, wat betekent dat ze, toen hij dit lijstje samenstelde, minimaal twintig jaar later, nog steeds leefde. Ze zou later trouwen, vier kinderen krijgen en op 51 jarige leeftijd in Rilland overlijden. 
Het is een intriest lijstje ….. Het leest als een familiekroniek op éém A4-tje.  De volgende boreling is ene Jacob, vernoemd naar Cornelis'  vader ( Boeken over voornamen verdwenen in die dagen nog voor ze waren geschreven, meteen naar de ramsj, heb ik horen verluiden) 2 maart 1848: blijdschap in huize Koert, alleen na vijf maanden sterft de zuigeling – Jacob 2 werd precies een jaar later geboren, ook op 2 maart, maar overlijdt drie weken later ….  Als er een jaar later weer een kleine geboren wordt is het een meisje, Maria, dat gezond opgegroeid … Pas in 1852 wordt er opnieuw een zoon geboren, je raadt het al, Jacob zal hij heten ……..
Bladzijde uit het familieregister van Cornelis Koert (1866) (archief: Hans Koert)
Zijn moeder Cornelia sterft een maand later, de vader achterlatend met vier jonge kinderen …. Vier jonge kinderen, waarvan de oudste waarschijnlijk een kwakkelende gezondheid had ..... In 'uus mottut allemaele deurdraaien .. Oe mottat mie vier huus, zal pa wel verzucht hebben. Hij zou een half jaar later, september 1855, hertrouwen met Anthoinetje van der Werff, mijn uiteindelijke betovergrootmoeder. Ze krijgen nog zeker zo’n vijftal nakomelingen. Hier houdt het “dagboek” op … 1866  bij de geboorte van mijn overgrootvader Johannes Anthoni Koert, die behalve herenboer ook een begenadigd amateur kunstschilder was …… Dat creatieve heb ik dan misschien van hem geërfd …. Eén bladzijde uit het leven van een 19de eeuws  boerengezin uit de Wilhelminapolder .. daar kan The Forsyte Saga niet tegen op. Heden leeven en mergen doot, hebt dat vor oghen, tis wijsheit groot. Of gewoon met Zeeuwsche nuchterheidDoorhalen ..... en opnieuw beginnen

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Slik op de Weg, de Zeeuwse blog voor de Scheldregio en haar bewoners relativeert dagelijks het leven in de mooiste regio van ons land  - de navel van de wereld! In elke blog wordt geprobeerd de Zeeuwse henen te ontrafelen - de Zeeuwse peeën te ontdoen van loof en slik ..... vandaar ook de titel van de blog: Slik op de Weg! 

woensdag 6 november 2013

Russische roulette

Al als kleuter werd je er, tot in den treure, mee geconfronteerd. In de eerste plek met hun kwetsbaarsheid. Ze waren teer en braken gemakkelijk af, dat had Hansje al vroeg begrepen ..... daar hoefde de juf je geen pedagogisch lied voor aan te leren ..... Op een grote paddestoel - rood met witte stippen - Zat kabouter Spillenbeen - heen en weer te wippen ....... Dom, dat begreep je als kleuter natuurlijk wel - dan gaat het stuk en bovendien was toen ook al de leefbaarheid van de kleine dorpskern een punt van discussie... Dan moet je de bevolking van zo'n kabouterdorp natuurlijk niet extra op de proef stellen.......... Krak zei toen de paddenstoel, met een diepe zucht. Allebei de beentjes, hopla in de lucht ......  Paddenstoelen ..... Het was iets waar je beter vanaf kon blijven, omdat je er vreselijke pijn van in de buik kreeg en je kon er zelfs dood aan gaan, waarschuwde je moeder. En zelfs als je d'r alleen maar aan zat ... en zelfs niets in je mond stak, dan nog, kon je er allerlei enge ziekten van krijgen ...... Je zag wel eens foto's van erg magere, duidelijk zieke kinderen, met van die spillenbeentjes, ziek geworden door er alleen al naar te wijzen ...... Je snapt het wel - zelf was ik ook lang en mager, dus elke paddenstoel vormde ook in Hansje hoofd een potentieel gevaar.  
Afblijven dus, en vooral ook laten staan, al hoewel de juf op school er op de herfsttafel altijd wel een paar voorzichtig tussen de kastanjes en plukjes mos plantte - net echt ……, al werden ze al snel vies en bruin. En als je in het bos liep, en niemand keek, dan waren er ook waar je tegen aan kon trappen …… Zou zo'n aardappel die je kapot schopte vanzelf weer dichtgroeien?  En zou je'm herkennen als hij per ongeluk bie de petoaten terecht zou komen? Al dat stof dat eruit vloog; 't Leek wel een blindganger, die op het strand bij Vrouwenpolder werd vernietigd.   En dan de inktzwam ..... die kon zo lekker vies en kleverig worden van de inkt.  Zou men daar vroeger echt mee geschreven hebben?   Vragen waar je als kind mee worstelde.
Een dagje bos  was een hoogtepunt in een kinderleven, in een tijd waarin vakantie hooguit een weekje naar oma en opa in Wolphaartsdijk was ………. Een dagje naar het bos betekende voor een Zeeuws kind meestal een dagje naar Brabant naar De Wouwse Plantage …. Na de bergen van de Brabantse Wal veranderde de wereld helemaal in een soort buitenland ... Het rook er anders  Soms ruik ik weer die intense zware lucht van dennen vlak na een regenbui …… Nostalgische geuren, waarbij ik die spanning onderin de buik weer voel - die spanning  .. dat gevoel van ... oppassen, want in het bos kun je zomaar verdwalen.  We waren uiteraard gefascineerd door de boomwortels, die je soms gewoon boven de bosgrond kon zien en waarover je kon struikelen, de eekhoorns, die je alleen uit de Donald Duck kende ....  en paddestoelen, die je toen nog met één n mocht schrijven. Je bleef er af, want ze waren giftig. Ik herinner me nog de eerste keer dat we champignons aten, gekocht bij Jewannes den Dekker, de plaatselijke groente(n)man. Het voelde alsof je verplicht werd aan een spelletje Russisch Roulette mee te doen .... 
Toen ik een jaar of twaalf was, zijn we een keer een paar dagen naar de Veluwe geweest, naar ene Tante Eke – wat een leuke naam voor een gezellige kleine ietwat mollige tante, die niet eens een echte tante was. Ik herinner me weer die boslucht, maar ook de geur van coniferen ….
Dat waren bomen, die de tuintjes in Zeeland toen nog niet veroverd hadden. Je kon er heerlijk spelen in hun grote bloementuin met allemaal zandpaadjes en spannende hoekjes. Eén keer gingen we met de hele familie paddenstoelen plukken in het bos, voor ’s avonds …. Daar had ik het natuurlijk niet zo op ..... Ten eerste was mijn voorkennis over  de twijfelachtige reputatie van paddenstoelen nog heel levendig, waarbij ik wist hoe je zomaar blaartrekkend schuimbekkend en met hevige buukkrampen ter aarde kon stuken ( = neervallen) als je een verkeerde zwam zou nuttigen. Eetbare paddenstoelen gingen we plukken, dat wel, en daarom leunde ik zwaar op de kennis van tante Eke en haar zoon ……… We plukten cantharellen, die ook wel hanenkammen genoemd werden; een grappige naam, die ik wel kon associeren met de haan, die op de tegeltjes bij opoe in de gang stond ....  Elke paddenstoel die ik plukte voor de dis, liet ik aan hen zien, omdat ik niet later verantwoordelijk gehouden wilde worden voor een plotselinge uitbraak van buikloop.  Dat laatste bleef uit; Ik herinner me de grote pan waarin de gele roomkleurige cantharellen lagen te bakken – met uitjes meen ik. Zalig was het.
Een paar weken geleden hoorde ik een boswachter op Omroep Zeeland er voor pleiten, om de mensen, die plannen hadden om in de herfstvakantie onze plaatselijke bossen af te gaan zoeken naar paddenstoelen, er op te wijzen, om vooral niet alle paddenstoelen te plukken en mee te nemen, maar er nog wat te laten staan voor diegenen die na hen zouden komen .... Had ik iets gemist?  Heeft er zich buiten mijn zichtsveld om een wonder voltrokken? Is de huidige schimmelpopulatie in onze natuurgebieden gemuteerd tot ook buiten de blauwe plastic bakjes eetbaar spul? Heeft mijn kleuterjuf me dus iets voorgelogen?  Hebben mijn ouders me iets op de mouw gespeld? Ben ik daarom altijd met een grote boog om een heksenkring heen gelopen?  Allemaal vragen waar het kind in mij mee worstelt.
Zoals bekend houd ik van nostalgisch kokkerellen, hetgeen leidde tot experimenten met stok- en droogvis . Toen we onlangs op de markt een kraam met paddenstoelen ( en ook cantharellen) vonden, kocht ik een paar honderd gram herinnering ….. een paar ons nostalgie ...  roomgeel en de dennennaalden zaten er nog tussen – goed schoonmaken dus …….  De grote paddenstoelen wat klein gesneden en in een omelet meegebakken ……….. 
't Viel tegen – in mijn herinnering smaakte het goddelijk – vijftig jaar later vooral flauw en naar niks …… en lag het prutje me zwaar op de maag ...  of speelde in mijn onderbewustheid nog steeds die angst voor giftige paddenstoelen mee? Er zou zomaar een Hygrophoropsis aurantiaca tussen kunnen zitten - de Valse Hanenkam en die heet niet voor niets zo ...... Ik ken de symptomen niet, maar het zou me niets verwonderen dat die je hele harde schijf oplost ..... Paddenstoelen eten .. 't Blijft voor mij een spelletje Russische roulette.    

Hans Koert
slikopdeweg@live.nl

Slik op de Weg, de Zeeuwse blog voor de Scheldregio en haar bewoners relativeert dagelijks het leven in de mooiste regio van ons land  - de navel van de wereld! In elke blog wordt geprobeerd de Zeeuwse henen te ontrafelen - de Zeeuwse peeën te ontdoen van loof en slik ..... vandaar ook de titel van de blog: Slik op de Weg! Zo blijkt de Zeeuw 't ni-jaer te preveleren boven de zummer ....en pruimen en peren boven kersen en appels en dromen van een "spulletje" in de Zak ..... .  Laat je elke ochtend verrassen door Volg Slik op de Weg op Facebook te vullen en schaar je bij de groeiende groep volgers ....... 

Stuur de link (http://slikopdeweg.blogspot.nl )  door aan een ieder die de stikken op de juiste plek heeft zitten ...... Is er een mooie manier om je dag te beginnen.